← België

Arrest 178744 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 21/01/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.744 Rolnummer: A. 86823/IX-2010 Zaak: Arrest 178744 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 21/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-01-30 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 07:30 Fiche Arrest nr 178.744 van 21 januari 2008 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 178.744 van 21 januari 2008 in de zaak A. 86.823/IX-

  1. In zake : Odile VAN DE VIJVER, wonende te OOSTERZELE, Moortelbosstraat 3 tegen : de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, die woonplaats kiest bij advocaat P. DEVERS, kantoor houdende te GENT, Kouter 71-
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Odile VAN DE VIJVER op 17 september 1999 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 13 april 1999 van de leidend ambtenaar van de administratie Onder- steunende Studies en Opdrachten, waarbij Jean-Pierre VIJVERMAN met ingang van 16 april 1999 wordt aangewezen tot afdelingshoofd ad interim van de afdeling Algemene Technische Ondersteuning, alsmede van het besluit van 15 april 1999 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening houdende bekrachtiging van het voormeld besluit; Gelet op het arrest nr. 84.181 van 20 december 1999 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend op 10 februari 2000 door de verzoekende partij; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; IX-2010-1/7 Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 26 maart 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien het verzoek tot voortzetting door de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 17 december 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 januari 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. DEVERS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerst auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Over de gegevens van de zaak 1.
  3. Op het ogenblik van de bestreden besluiten is de verzoeker ambtenaar met de graad van directeur-ingenieur (rang A2) bij het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. 1.
  4. Met een dienstnota van 4 september 1998 wordt aan alle personeelsleden van de rangen A1 en A2 ter kennis gebracht dat zal worden overgegaan tot de toewijzing van tien mandaten van afdelingshoofd of afdelingshoofd ad interim (rang A2A). Een van deze mandaten is te begeven bij de afdeling Algemene Technische Ondersteuning van de administratie Ondersteunende Studies en Opdrachten van het departement Leefmilieu en Infrastructuur. De IX-2010-2/7 belangstellenden dienen hun aanmeldingsformulier en beleidsnota in te dienen tegen 5 oktober
  5. Voor de functie van afdelingshoofd van de afdeling Algemene Technische Ondersteuning stellen een aantal personen zich kandidaat, waaronder Rik Haekens en Jean-Pierre Vijverman. De verzoeker dient geen kandidatuur in. Op 5 november 1998 beslist de interdepartementale commissie van leidend ambtenaren dat vijf kandidaten voor het mandaat van afdelingshoofd van de afdeling Algemeen Technische Ondersteuning, onder wie Rik Haekens en Jean-Pierre Vijverman, over de generieke competenties beschikken om de functie van afdelingshoofd uit te oefenen. Op 8 december 1998 beslist de directieraad van het departement Leefmilieu en Infrastructuur dat drie van de vijf kandidaten, onder wie Rik Haekens en Jean-Pierre Vijverman, over de afdelingsspecifieke competenties beschikken om de afdeling Algemene Technische Ondersteuning te leiden. Bij besluit van de leidend ambtenaar van de administratie Ondersteunende Studies en Opdrachten van 20 januari 1999 wordt Rik Haekens met ingang van 1 april 1999 aangewezen tot afdelingshoofd van de afdeling Algemene Technische Ondersteuning. Dit besluit wordt bekrachtigd bij besluit van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening van 9 februari
  6. Bij besluit van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening van 15 april 1999 wordt Rik Haekens met ingang van dezelfde dag gedetacheerd bij het kabinet van de genoemde minister. Ondertussen heeft de leidend ambtenaar van de administratie Ondersteunende Studies en Opdrachten, in het licht van de nakende detachering van Rik Haekens, Jean-Pierre Vijverman bij besluit van 13 april 1999 aangewezen tot afdelingshoofd ad interim van de afdeling Algemene Technische Ondersteuning, met ingang van 16 april
  7. Dit besluit wordt bekrachtigd bij besluit van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening van 15 april
  8. IX-2010-3/7 De laatstgenoemde besluiten van 13 en 15 april 1999 vormen het voorwerp van het voorliggende beroep. Over de rechtspleging 2.
  9. Nadat verzoekers vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden besluiten bij arrest nr. 84.181 van 20 december 1999 verworpen werd, heeft hij op 10 februari 2000 een regelmatig verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Bij dat verzoek is ook een memorie gevoegd. De verwerende partij vraagt om die memorie uit de debatten te weren, op grond dat in een dergelijk stuk niet wordt voorzien door de procedureregeling. 2.
  10. Het verzoek van de verwerende partij is gegrond. De bedoelde memorie wordt derhalve uit de debatten geweerd. Over de ontvankelijkheid van het beroep 3.
  11. De verwerende partij werpt een exceptie van onontvankelijkheid van het beroep op, afgeleid uit het gebrek aan belang in hoofde van de verzoeker. Zij voert aan dat de verzoeker niet is ingegaan op de oproep tot kandidaatstelling die op 4 september 1998 aan de personeelsleden is meegedeeld. Daardoor heeft de verzoeker niet het vereiste belang om de bestreden besluiten aan te vechten. 3.
  12. De verzoeker antwoordt dat het schrijven van 4 september 1998 de aanwijzing van het afdelingshoofd betreft, terwijl de bestreden besluiten betrekking hebben op de aanwijzing van een afdelingshoofd ad interim. Hij stelt dat het bovendien zijn goed recht was om zich geen kandidaat te stellen voor de functie van afdelingshoofd, daar hij goed wist dat hij voor die aanwijzing geen kans maakte. Dat is echter niet direct het geval voor de aanwijzing van een afdelingshoofd ad interim. 3.
  13. In beginsel doet degene die kennis heeft gekregen van de oproep tot de kandidaten voor een vacante betrekking, maar zich geen kandidaat heeft IX-2010-4/7 gesteld, niet blijken van het rechtens vereiste belang bij de nietigverklaring van de benoeming die in die betrekking werd gedaan. In dat geval ontbreekt immers het geïndividualiseerde verband tussen de verzoeker en de bestreden benoeming, dat vereist is om de benoeming ontvankelijk te kunnen bestrijden. De zaken liggen slechts anders wanneer de verzoeker deugdelijke redenen had om zich geen kandidaat te stellen. Het verweer van de verzoeker komt er te dezen in hoofdorde op neer dat hij zich geen kandidaat kon stellen voor de betwiste benoeming, omdat er daarvoor geen geldige oproep tot de kandidaten is geweest. Die grief maakt ook het voorwerp uit van het enige middel. Het onderzoek van de ontvankelijkheid van het beroep is te dezen dus gedeeltelijk verbonden met het onderzoek van dat middel. De exceptie wordt dan ook bij het onderzoek ten gronde gevoegd. 4.
  14. Ter zitting wordt door de verwerende partij een bijkomende exceptie van onontvankelijkheid opgeworpen, afgeleid uit het ontbreken van een actueel belang. De verwerende partij wijst erop dat de verzoeker in de loop van het geding op pensioen gesteld is. Daardoor zou hij zijn belang bij het voorliggende beroep in elk geval verloren hebben. 4.
  15. Op deze exceptie wordt teruggekomen na het onderzoek van het enig middel. Onderzoek van het middel. 5.
  16. De verzoeker roept een enig middel in, afgeleid uit de schending van de artikelen VIII 76ter en VIII 76novies van het Vlaams personeelsstatuut. Hij voert aan dat artikel VIII 76ter van het Vlaams personeels- statuut bepaalt dat de te begeven betrekkingen van afdelingshoofd worden meegedeeld aan alle in aanmerking komende kandidaten, en dat uit artikel VIII 76novies volgt dat die bepaling ook van toepassing is op de aanwijzing van een afdelingshoofd ad interim. Volgens de verzoeker is de te begeven betrekking van afdelingshoofd ad interim voor de afdeling Algemene Technische Ondersteuning hem in weerwil van voormelde bepalingen niet medegedeeld, ofschoon hij een in aanmerking komende ambtenaar was. IX-2010-5/7 5.
  17. De artikelen VIII 76ter en VIII 76novies van het Vlaams personeelsstatuut (besluit van de Vlaamse regering van 24 november 1993 houdende organisatie van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en de regeling van de rechtspositie van het personeel), in de versie ten tijde van de bestreden beslissing, luiden als volgt: “Art. VIII 76ter. De te begeven betrekkingen, de voorwaarden van aanwijzing in de betrekking van afdelingshoofd en de wijze waarop zij hun interesse kunnen kenbaar maken, worden meegedeeld aan alle in aanmerking komende ambtenaren. De gegadigden voor een te begeven betrekking van afdelingshoofd dienen eveneens een nota in waarin ze hun beleidsvisie formuleren op de invulling van de te begeven betrekking.” “Art. VIII 76novies. De artikelen VIII 76bis tot en met VIII 76octies zijn eveneens van toepassing op de aanwijzing van het afdelingshoofd ad interim.” Artikel VIII 76sexies, § 1, eerste lid, van het Vlaams personeelsstatuut bepaalt voorts dat de leidend ambtenaar uit de door de departementale directieraad in aanmerking genomen gegadigden een ambtenaar aanwijst voor de betrekking van afdelingshoofd. Geen enkele bepaling van het Vlaams personeelsstatuut schrijft voor dat wanneer het afdelingshoofd door een afdelingshoofd ad interim vervangen dient te worden, de leidend ambtenaar de selectieprocedure opnieuw moet beginnen en geen andere ambtenaar mag aanwijzen uit de door de departementale directieraad in aanmerking genomen gegadigden. Er valt trouwens niet in te zien waarom de leidend ambtenaar de selectieprocedure zou moeten herbeginnen, terwijl er kandidaten voorhanden zijn van wie reeds is vastgesteld dat zij over de vereiste generieke en afdelingsspecifieke competenties beschikken. Te dezen was op 4 september 1998 meegedeeld dat bij de afdeling Algemene Technische Ondersteuning een betrekking van afdelingshoofd te begeven was. Na de selectieprocedure werden drie gegadigden die over de generieke en de afdelingsspecifieke competenties voor het uitoefenen van deze functie beschikten door de departementale directieraad in aanmerking genomen. Bij besluit van 9 februari 1999 werd één van deze kandidaten, Rik Haekens, met ingang van 1 april 1999 tot afdelingshoofd aangewezen. Kort daarna, bij besluit van 15 april 1999, werd het afdelingshoofd echter gedetacheerd bij een kabinet. In die omstandigheden kon de leidend ambtenaar uit de twee overblijvende kandidaten een afdelingshoofd IX-2010-6/7 ad interim aanwijzen, zonder opnieuw tot de mededeling als bedoeld in artikel VIII 76ter te moeten overgaan. 5.
  18. Het enig middel faalt naar recht. Gelet op die conclusie, hoeft geen uitspraak meer gedaan te worden over de excepties van onontvankelijkheid van het beroep. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  19. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  20. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 21 januari 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-2010-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.744 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1999:ARR.84.181 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.