← België

Arrest 178747 - Federaal openbaar ambt (behalve bijzondere statuten) - Reglementen - 21/01/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.747 Rolnummer: A. 69253/IX-850 Zaak: Arrest 178747 - Federaal openbaar ambt (behalve bijzondere statuten) - Reglementen - 21/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-02-06 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-29 07:30 Fiche Arrest nr 178.747 van 21 januari 2008 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt (behalve bijzondere statuten) - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 178.747 van 21 januari 2008 in de zaak A. 69.253/IX-

  1. In zake : Hector TEMMERMAN, die woonplaats kiest bij het Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt (V.S.O.A.) - Groep POST, gevestigd te BRUSSEL, Centrumgalerij Blok II, nr. 244 tegen : de POST. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Hector TEMMERMAN op 6 juni 1996 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van de Bestuurder-Directeur van de Algemene directie Personeel “waarbij de toepassing van het artikel 6, § 2, van het reglement betreffende de verloven bij DE POST wordt gewijzigd” en welke werd meegedeeld bij dienstorder nr. 188 van 9 april 1996; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 15 januari 1998 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 4 oktober 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 26 november 2007, datum waarbij de zaak wordt uitgesteld tot de openbare terechtzitting van 17 december 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; IX-850-1/3 Gehoord de opmerkingen van juriste L. VANHOOREN, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
  2. De artikelen 6, § 2, en 31, § 1, van het reglement betreffende de verloven, goedgekeurd door de Raad van Bestuur van De Post op 13 december 1993, luiden als volgt: - Artikel 6, § 2: “Wanneer de ambtenaar, die een verlof voor verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheid of een verlof zonder wedde aanvraagt, nog een tegoed aan rust en/of een tegoed aan jaarlijks vakantieverlof van de vorige jaren bezit, worden deze tegoeden eerst aangezuiverd volgens het gevraagde regime. De periodes gedurende dewelke deze tegoeden worden aangezuiverd, worden in aanmerking genomen voor de berekening van de duur van de zes maanden waarvan sprake in §
  3. Gedurende deze periodes is de ambtenaar in dienstactivi- teit.” Artikel 31, § 1: “De ambtenaar bekomt, op zijn verzoek, verlof zonder wedde voor een periode van tenminste één maand en ten hoogste twaalf maanden. Evenwel mag geen verlof zonder wedde aangevraagd worden, voor een duur van minder dan drie maanden gedurende de periode tussen 1 juni en 30 september. De aanvraag wordt ingediend tenminste één maand voor de aanvangsdatum van het verlof zonder wedde.” Op 9 april 1996 vaardigt de bestuurder-directeur van de verwerende partij dienstorder nr. 188 uit in verband met het verlof zonder wedde. In dit dienstorder wordt gesteld dat de twee genoemde bepalingen zo moeten “geïnterpreteerd worden dat, naargelang van de minima vermeld in de eerste alinea (van artikel 31, § 1), de eerste maand of de eerste drie maanden van het verlof zonder wedde nooit bezoldigd worden, zelfs wanneer dat tot gevolg heeft dat het tegoed aan rust en/of jaarlijks vakantieverlof van de vorige jaren niet volledig wordt aange-zuiverd”. IX-850-2/3 Dit dienstorder vormt het voorwerp van het voorliggende beroep. Dat beroep wordt ingesteld door de verzoeker in zijn hoedanigheid van nationaal voorzitter van het Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt - Groep Post.
  4. Het bestreden dienstorder is bij arrest nr. 178.745 van heden vernietigd. Het voorliggende beroep is dan ook zonder voorwerp geworden. Nu het beroep zijn voorwerp verloren blijkt te hebben ten gevolge van omstandigheden die niet aan de verzoeker zijn toe te schrijven, is er aanleiding om de verwerende partij te verwijzen in de kosten. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  5. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  6. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 21 januari 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-850-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.747 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.