id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.748 Rolnummer: A. 185350/IX-5770 Zaak: Arrest 178748 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 21/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-01-31 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 07:30 Fiche Arrest nr 178.748 van 21 januari 2008 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 178.748 van 21 januari 2008 in de zaak A. 185.350/IX-
- In zake : Beatrice MARIS, die woonplaats kiest bij advocaat W. DIERICK, kantoor houdende te Aarschot, Gijmelsesteenweg 81 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Financiën. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Beatrice Maris op 2 oktober 2007 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 18 juli 2007 van de administrateur van de kleine en middelgrote ondernemingen, waarbij ze in het belang van de dienst met ingang van 1 augustus 2007 wordt overgeplaatst naar een klassieke controle te Herentals; Gezien het op dezelfde dag ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij eveneens de vernietiging vordert van dezelfde beslissing en van de beslissing van 30 juli 2007 van gewestelijk directeur a.i. J. Damen, waarbij ze ter uitvoering van het besluit van 18 juli 2007 voornoemd, met ingang van 1 augustus 2007 in het belang van de dienst wordt tewerkgesteld bij de controle Herentals 2; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; IX-5770-1/6 Gelet op de beschikking van 3 december 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 december 2007, datum waarop de zaak wordt vastgesteld op de openbare terechtzitting van 14 januari 2008; Gehoord het verslag van staatsraad D. Moons; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. ARNAUTS, die loco advocaat W. DIERICK verschijnt voor de verzoekster, en van inspecteur J. DE VLEESCHOUWER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Over de gegevens van de zaak. 1.
- De verzoekster was als financieel deskundige verbonden aan het controlecentrum van Herentals. 1.
- Op 31 mei 2007 wordt bij aangetekende brief met ontvangstbewijs door de verwerende partij aan de verzoekster de intentie meegedeeld om haar in het belang van de dienst over te plaatsen naar een klassiek controlekantoor te Herentals. De verwerende partij wijst in dit verband, op het feit dat het rendement van de verzoekster te laag is en vervolgens worden de dossiers opgesomd die de verzoekster niet of niet tijdig heeft afgewerkt. De verwerende partij wijst er de verzoekster op dat welbepaalde controleverslagen niet correct zijn ingevuld en dat de verzoekster niet uitlegt, waarom zij zoveel tijd heeft besteed aan exemplatief opgesomde eenvoudige dossiers. Ten slotte stelt de verwerende partij vragen bij de houding van de verzoekster tijdens haar tewerkstelling in het controlecentrum met verwijzing naar een aantal concrete incidenten. De verwerende partij besluit dat de verzoekster binnen het controlecentrum Herentals niet naar behoren functioneert. IX-5770-2/6 In voornoemd schrijven krijgt de verzoekster de mogelijkheid om haar opmerkingen en bezwaren bij het voornemen tot overplaatsing in het belang van de dienst over te maken, en dit uiterlijk binnen de tien dagen na ontvangst van voormeld schrijven. 1.
- Op 20 juni 2007 deelt de verzoekster haar opmerkingen mee aan de verwerende partij, met een brief die aangetekend wordt verstuurd met ontvangstbewijs. 1.
- Op 24 juni 2007 verstuurt de verzoekster op identieke wijze een aanvullend schrijven naar de verwerende partij. 1.
- Op 12 juli 2007 schrijft de verwerende partij naar de verzoekster dat het “in het huidig stadium van het dossier” niet “opportuun” is om haar te horen, maar dat in “een later stadium - en dit is zelfs voorzien”, de mogelijkheid bestaat om haar te horen. Op 27 november 2007 wordt de verzoekster gehoord door het personeelscomité “Belastingen en Invordering”, die op dezelfde datum het volgende advies uitbrengt : “Is het Personeelscomité, na beraadslaging en met eenparigheid van stemmen, van advies dat mevrouw Maris niet heeft aangetoond dat de overplaatsing in het belang van de dienst haar een ernstig nadeel toebrengt. Het comité adviseert dan ook om de verplaatsing te behouden.” 1.
- Bij besluit van 18 juli 2007 beslist de administrateur van de kleine en middelgrote ondernemingen om de verzoekster in het belang van de dienst over te plaatsen naar de klassieke controle te Herentals, vanaf 1 augustus
- Dit is het thans bestreden besluit. Op 3 augustus 2007 worden twee afschriften van dit besluit bij aangetekende brief met ontvangstbewijs verstuurd naar de verzoekster. Op dezelfde datum deelt de verwerende partij de beslissing van de gewestelijke directeur a.i. van de directie Antwerpen II mee aan de verzoekster, naar luid waarvan de verzoekster, ter uitvoering van het bestreden besluit, vanaf IX-5770-3/6 1 augustus 2007 in het belang van de dienst wordt tewerkgesteld bij de controle Herentals 2;
- Over de schorsingsprocedure. 2.
- Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 2.2.
- Wat de tweede voorwaarde betreft, omschrijft de verzoekster het moeilijk te herstellen ernstig nadeel op p. 16 van haar verzoekschrift als volgt: “Met concrete elementen wordt door de verzoekende partij aangetoond waarin het nadeel bestaat dat de verzoekende partij met de vordering tot schorsing ongedaan wil maken.” Onder de rubriek “het moeilijk te herstellen ernstig nadeel”, waaronder ook voornoemde tekst wordt geciteerd, voegt de verzoekster daaraan toe: “Voldaan is aan de door artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te kunnen bevelen hetwelk aan verzoekster een moeilijk te herstellen ernstig nadeel onmiskenbaar toebrengt. (...)”. 2.2.
- Hoewel het in principe niet toekomt aan de Raad van State om op zoek te gaan naar bijkomende elementen in het verzoekschrift die zouden kunnen wijzen op het bestaan van een eventueel moeilijk te herstellen ernstig nadeel die niet worden opgesomd onder voornoemde rubriek, bevat het verzoekschrift in essentie de volgende elementen in verband met een eventueel moeilijk te herstellen ernstig nadeel:
- een financieel nadeel,
- een feitelijke degradatie door de taak die de verzoekster dient uit te voeren op haar nieuwe dienst,
- de verplaatsing door verzoekster van haar woonplaats naar haar werkplaats en omgekeerd, die langer zou uitvallen dan voordien,
- een moreel nadeel. IX-5770-4/6 2.2.3.
- Een financieel nadeel is in principe althans steeds herstelbaar. Wie een financieel nadeel lijdt, kan na de vernietiging van het bestreden besluit voor de burgerlijke rechter een vordering instellen tot het verkrijgen van schadevergoeding. Wat het financieel nadeel betreft antwoordt de verwerende partij in haar nota dat het aangevochten besluit “geen invloed heeft op de graad, de weddeschaal en de verdere carrièreaanspraken van de verzoekster”. De verzoekster betwist dit gegeven niet in de huidige stand van de procedure. Het financieel nadeel wordt niet aangenomen. 2.2.3.
- Wat de feitelijke degradatie betreft, die de verzoekster aanvoert als een moeilijk te herstellen ernstig nadeel, kan in de huidige stand van het geding met de verwerende partij worden aangenomen dat “in de klassieke controledienst Herentals de verzoekster zal worden belast met fiscale controles”, en dat “het verschil tussen de controlecentra en de controlediensten eerder ligt in de manier van algemene organisatie van de dienst, de selectiecriteria van de dossiers, (...) dan op het niveau van de werkzaamheden van de controleambtenaren (in controlecentra wordt in teamverband een geheel van dossiers gecontroleerd die volgens bepaalde parameters worden geselecteerd, terwijl in een klassieke controledienst ieder dossier afzonderlijk wordt onderzocht door een individuele ambtenaar)”. Ook dit onderdeel van het nadeel kan niet worden aangenomen. 2.2.3.
- Wat de verplaatsing van en naar de controledienst te Hasselt betreft, is de eventueel hogere kostprijs, een financieel nadeel dat in principe herstelbaar is. De verzoekster werd overgeplaatst van de controlecel te Herentals naar een klassiek controlekantoor in dezelfde stad en zij toont niet aan dat haar huidige verplaatsing langer uitvalt dan voordien en haar meer zou belasten, zodat ook dit element van het nadeel niet kan worden weerhouden. 2.2.3.
- De verzoekster voert tevens een moreel nadeel aan. Wat dit nadeel betreft neemt de Raad van State aan dat het niet moeilijk te herstellen is, doordat het, behoudens in uitzonderlijke omstandigheden, kan worden goedgemaakt door de morele voldoening die een annulatie van het bestreden besluit teweegbrengt. Ook dit onderdeel van het nadeel kan niet worden aangenomen. IX-5770-5/6 2.2.
- Er is bijgevolg niet voldaan aan de tweede cumulatieve voorwaarde van voornoemd artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing worden voorbehouden. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 21 januari 2008, door : de H. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. D. MOONS. IX-5770-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.748 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.132 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.