id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.814 Rolnummer: A. 183112/IX-5645 Zaak: Arrest 178814 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 22/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-01-30 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 07:31 Fiche Arrest nr 178.814 van 22 januari 2008 Sociale zaken en volksgezondheid - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 178.814 van 22 januari 2008 in de zaak A. 183.112/IX-
- In zake : de BVBA D’CATALAN WINES, die woonplaats kiest bij advocaat M.-A. BASTIN, kantoor houdende te BRUSSEL, Blanchestraat 15/9 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Middenstand, thans de minister van Zelfstandigen. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de BVBA D’CATALAN WINES op 7 mei 2007 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing nr. 08707131740F01 van 5 maart 2007 van de Commissie voor Vrijstelling van Bijdragen, opgericht bij het ministerie van Middenstand in het kader van de reglementering inzake het sociaal statuut van de zelfstandigen, in de mate haar geen vrijstelling wordt verleend van de betaling, als solidair verantwoordelijke, van de sociale bijdragen verschuldigd door haar vennoot Carles DEULOFEU SCHILT; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur J. STEVENS, op grond van artikel 94 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 22 november 2007, waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 december 2007; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; IX-5645-1/6 Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. VERBEKE die, loco advocaat M.-A. BASTIN verschijnt voor de verzoekende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. STEVENS; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten 1.
- Verzoekster, een vennootschap met maatschappelijke zetel te Dworp, dient bij monde van haar raadsman op 8 december 2005 een aanvraag in tot ontheffing van de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de betaling van de sociale bijdragen die haar vennoot Carles DEULOFEU SCHILT voor het vierde kwartaal van 2004 en de eerste drie kwartalen van 2005 verschuldigd is in het kader van de sociale verzekeringen der zelfstandigen. In haar aanvraag verwijst zij naar de financiële moeilijkheden waarin de vennootschap verkeert en naar de staking van haar activiteiten op 8 juni
- Ook Carles DEULOFEU SCHILT dient, wat hem betreft, een aanvraag tot vrijstelling in. 1.
- Op 5 maart 2007 beslist de Commissie voor Vrijstelling van Bijdragen de ontheffing toe te staan voor de voorlopige bijdragen van het eerste en het tweede trimester 2005, maar de ontheffing te weigeren voor de voorlopige bijdragen voor de periode van het derde trimester 2005 tot het eerste trimester
- Deze beslissing steunt op de vaststelling dat de aanvraag betrekking heeft op de periode van het eerste trimester 2005 tot het eerste trimester 2007 en overweegt dat uit de boekhoudkundige gegevens van de vennootschap opgemaakt kan worden dat zij thans niet te verwaarlozen financiële moeilijkheden heeft en dat enkele elementen van het dossier aantonen dat de actuele situatie van de vennootschap de staat van behoeftigheid benadert. IX-5645-2/6 1.
- De beslissing van 5 maart 2007 wordt bestreden in de mate er geen ontheffing van de hoofdelijke aansprakelijkheid wordt verleend voor de bijdragen van het derde trimester 2005 tot het eerste trimester
- De ontvankelijkheid
- De verwerende partij voert aan dat het beroep laattijdig ingesteld is, aangezien het bestreden besluit naar verzoekster opgestuurd is op 6 maart 2007 zodat de beroepstermijn verstreek op 5 mei 2007, terwijl het verzoekschrift volgens de eigen verklaring van verzoeker op 7 mei 2007 ingediend is en het in ieder geval slechts op 29 mei 2007 op de griffie van de Raad van State geregistreerd is.
- Verzoekster erkent dat haar beroepstermijn verstreek op zaterdag 5 mei 2007, maar zij verwijst naar artikel 88 van het procedurereglement dat haar toeliet nog de eerstvolgende werkdag -maandag 7 mei 2007- het annulatieberoep te verzenden. Het dossier bevat het bewijs dat het verzoekschrift op 7 mei 2007 aangetekend ter post verzonden is. Dat verzoekster slechts op 24 mei 2007 de vereiste afschriften van het verzoekschrift aan de Raad van State bezorgd heeft, heeft geen invloed op de ontvankelijkheid van het beroep. Het beroep is tijdig ingediend.
- De verwerende partij vraagt zich, subsidiair, ook af of verzoekster wel een Nederlandstalig verzoekschrift mag indienen tegen een beslissing die in het Frans gesteld is en die betrekking heeft op een procedure die volledig in het Frans verlopen is.
- Verzoekster repliceert dat niet wordt aangegeven welke wet haar zou verbieden om bij het indienen van een verzoekschrift de taal van haar keuze te gebruiken, dat haar maatschappelijke zetel in Beersel gevestigd is en dat zij als particulier niet aan de bestuurstaalwet onderworpen is.
- Een exceptie moet zonder voorbehoud geformuleerd worden en moet gestaafd worden met concrete feitelijke en juridische bewijsgegevens. De uiteenzetting van de verwerende partij voldoet daar niet aan. In ieder geval moet vastgesteld worden dat verzoekster niet onderworpen is aan de wetgeving op het gebruik der talen in bestuurszaken en dat zij krachtens artikel 66, eerste lid, van de IX-5645-3/6 gecoördineerde wetten op de Raad van State haar verzoekschrift mag stellen in de landstaal van haar keuze. De grond van de zaak
- In een enig middel voert verzoekster de schending aan van de wet van 29 juli1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelin- gen, van het zorgvuldigheidsbeginsel en van het gebrek aan deugdelijke grondslag. Zij stelt dat het bestreden besluit aanvaardt dat haar financiële situatie dicht aanleunt bij de staat van behoefte en dat haar daarom een ontheffing wordt toegekend voor twee trimesters, maar dat vervolgens helemaal geen verantwoording wordt gegeven voor de weigering van de ontheffing van de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de daarop gevolgde trimesters. De Commissie had, op dezelfde wijze als zij dat gedaan heeft voor de twee eerste trimesters van 2005, ook haar beslissing voor de trimesters 3/2005 tot 1/2007 moeten motiveren. Wegens de ontstentenis van motieven -de verwijzing naar de stukken van het dossier en naar de juridische grondslag is niet afdoend- voor die periode kan niet nagegaan worden op basis van welke stukken en overwegingen de Commissie de aanvraag geweigerd heeft.
- In haar memorie van antwoord stelt de verwerende partij dat het bestreden besluit aanduidt dat de stukken van het dossier de Commissie tot het besluit gebracht hebben dat de toestand van verzoekster de staat van behoefte benaderde en dat zij bijgevolg een gedeeltelijke ontheffing kon krijgen. Daartoe is ook besloten, met name is zij vrijgesteld van de bijdragen voor de eerste twee kwartalen van
- Alleen wanneer de Commissie oordeelt dat de betrokkene zich in staat van behoefte bevindt kan zij, overeenkomstig het bepaalde in artikel 17, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, een volledige vrijstelling verlenen. De Commissie heeft aangenomen dat verzoekster niet te verwaarlozen financiële moeilijkheden heeft, maar daaruit mag niet afgeleid worden dat zij recht heeft op een volledige vrijstelling; integendeel, uit de overweging dat verzoekster de staat van behoefte benadert moet afgeleid worden dat zij recht heeft op een gedeeltelijke ontheffing.
- In haar repliek herhaalt verzoekster dat zij ontheffing krijgt voor twee trimesters omdat zij in een situatie verkeert die dicht aanleunt bij de staat van behoefte maar dat de Commissie die reden dan niet aanhoudt voor de overige trimesters. Minstens wordt geen enkele reden opgegeven waarom zij voor de andere IX-5645-4/6 trimesters geen ontheffing verkrijgt, hoewel zij had aangetoond dat zij geen inkomsten had en derhalve in een staat van volledige behoefte verkeerde. En in ieder geval verantwoordt de Commissie niet waarom zij, gelet op zijn bewijsgegevens, van oordeel kon zijn dat zij slechts in een toestand verkeerde die de behoeftigheid benaderde.
- De beslissingen van de Commissie voor Vrijstellingen van Bijdragen, die een administratief orgaan is, vallen onder toepassing van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. Haar beslissingen moeten de feitelijke en de juridische overwegingen bevatten die eraan ten grondslag liggen. Die overwegingen moeten afdoende zijn, in die zin dat zij de betrokkene in staat moeten stellen om de beweegredenen die het bestuur in zijn concreet geval in aanmerking genomen heeft, te begrijpen.
- In de bestreden beslissing wordt geen enkele reden opgegeven waarom de Commissie de ontheffing van de hoofdelijke aansprakelijkheid weigert voor de bijdragen die Carles DEULOFEU SCHILT verschuldigd is voor de trimesters 3/2005 tot 1/
- De Commissie neemt blijkbaar aan dat, omdat verzoekster niet in staat van behoefte verkeert, maar in een toestand die de staat van behoefte benadert, zij geen ontheffing van aansprakelijkheid kan verkrijgen voor alle bijdragen die haar vennoot verschuldigd is, maar slechts van een deel ervan, met name van de eerste twee trimesters van
- Daargelaten de vraag of de verwerende partij aldus haar wettelijke opdracht om uit te maken of een zelfstandige recht heeft op de gehele of een gedeeltelijke vrijstelling van zijn verschuldigde bijdragen, zoals de Raad van State in het arrest nr. 148.760 van 12 september 2005 inzake DE VRIES uiteengezet heeft, wel correct vervuld heeft, blijft de verwerende partij, in de redenering die zij zelf aangehouden heeft, in gebreke de reden op te geven waarom de toestand van verzoekster de staat van behoefte slechts benadert en zij derhalve geen ontheffing van aansprakelijkheid voor alle verschuldigde bijdragen kan verkrijgen. En in ieder geval duidt zij niet aan waarom zij aan haar vaststelling aangaande de graad van behoeftigheid van verzoekster, de conclusie heeft kunnen koppelen dat geen ontheffing verleend werd voor de bijdragen verschuldigd voor alle trimesters vanaf 3/
- IX-5645-5/6
- Het middel, gesteund op de schending van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurs- handelingen, is kennelijk gegrond. OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van 5 maart 2007 van de Commissie voor Vrijstelling van Bijdragen, van het ministerie van Middenstand in de mate de BVBA D’CATALAN WINES geen ontheffing wordt toegestaan van de betaling, als solidair verantwoordelijke, van de sociale bijdragen verschuldigd door haar vennoot Carles DEULOFEU SCHILT; Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 22 januari 2008, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-5645-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.814 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.