id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.887 Rolnummer: A. 152554/XII-4166 Zaak: Arrest 178887 - Wapens - 24/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-02-08 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-29 07:32 Fiche Arrest nr 178.887 van 24 januari 2008 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Wapens Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 178.887 van 24 januari 2008 in de zaak A. 152.554/XII-
- In zake : Guy DE BACKER, wonende te Merksem, Laarsebaan 341 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de gouverneur van de provincie Antwerpen. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Guy De Backer op 4 juni 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 2 april 2004 van de gouverneur van de provincie Antwerpen waarbij zijn vergunningen tot het voorhanden hebben van zeven vuurwapens worden ingetrokken; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd W. Van Noten; Gelet op de beschikking van 26 september 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 9 maart 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 mei 2007; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van attaché D. Van Lierde, die verschijnt voor de verwerende partij; XII-4166-1/5 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd W. Van Noten; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten
- Met een faxbericht van 11 maart 2004 vraagt de federale politie te Antwerpen aan de gouverneur van de provincie Antwerpen de wapenvergunningen van verzoeker in te trekken. Als reden wordt opgegeven dat sedert 23 februari 2001 tegen verzoeker een gerechtelijk onderzoek loopt wegens inbreuken op de wapenwetgeving. De gouverneur vraagt met een brief van 12 maart 2004 advies aan de procureur des Konings te Antwerpen betreffende de intrekking of schorsing van de wapenvergunningen van verzoeker. In een brief van 17 maart 2004 adviseert de procureur des Konings te Antwerpen om de wapenvergunningen van verzoeker in te trekken. Dat is ook wat de gouverneur doet; bij besluit van 2 april 2004 trekt hij verzoekers vergunningen tot het voorhanden hebben van zeven wapens in, in essentie op grond van de volgende motieven : “Overwegende dat de heer De Backer sedert februari 2001 het voorwerp uitmaakt van een onderzoek door het parket van Antwerpen inzake inbreuken op de wapenwetgeving; Overwegende dat betrokkene bij de politie geen aangifte deed van de diefstal van twee verweerwapens; Overwegende dat hij bovendien in de notities van het parket van Brussel gekend is voor illegaal wapenbezit, feit dat evenwel zonder gevolg werd gerangschikt, en dat momenteel tegen hem een gerechtelijk onderzoek loopt wegens inbreuken op de wapenwetgeving; Overwegende dat de heer De Backer reeds drie jaar niet meer in de schietsport actief is en derhalve geen gegronde redenen meer heeft om vuurwapens te bezitten; Overwegende dat, gelet of wat voorafgaat, de vergunningen van betrokkene in het belang van de openbare orde en veiligheid reeds op 17 maart 2004 werd geschorst in afwachting van het advies van de Procureur des Konings; XII-4166-2/5 Overwegende dat het behoud van de openbare orde en veiligheid de intrekking van de vergunningen vereist”. In rechte Stelling van de partijen
- In een tweede middel voert verzoeker de schending aan van de hoorplicht “doordat de wapenvergunningen van verzoeker ingetrokken worden op grond van het feit dat het behoud van de openbare orde en veiligheid de intrekking van de vergunningen zou vereisen, hetgeen gesteund wordt op informatie die men blijkbaar gehaald heeft uit een onbekende fax van 11 maart 2004 en een onbekend advies van de Procureur des Konings van 17 maart 2004; terwijl verzoeker hierover nooit voorafgaandelijk gehoord werd, en tegen niemand een ernstige maatregel kan getroffen worden die gegrond is op zijn persoonlijk gedrag en die van aard is om zijn belangen zwaar aan te tasten, zonder dat hem de gelegenheid wordt geboden om zijn standpunt op nuttige wijze te doen kennen”.
- De verwerende partij antwoordt in de memorie van antwoord dat het horen van de belanghebbende enkel vereist is indien de overheid ernstige maatregelen overweegt die van aard zijn de belangen van de betrokkene zwaar aan te tasten, wat te dezen niet het geval is. De vergunningen waren enkel nodig voor het beoefenen van de schietsport. Het ontnemen van de mogelijkheid om zijn hobby te beoefenen is geen maatregel die de belangen van verzoeker zwaar aantast en geldt evenmin als moeilijk te herstellen ernstig nadeel.
- Verzoeker repliceert in de memorie van wederantwoord dat in de rechtspraak niet gesteld wordt dat de intrekking van een wapenvergunning geen ernstige maatregel zou uitmaken en de betrokkene niet vooraf gehoord zou moeten worden. In de rechtspraak wordt enkel gesteld dat het intrekken van een wapenvergunning voor een sportschutter niet het voorwerp van een schorsingsprocedure kan uitmaken, nu het feit dat de betrokkene zijn hobby niet kan uitoefenen, geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel uitmaakt. Aangezien de intrekking van de vergunningen voor verzoeker een ernstige maatregel uitmaakt die gebaseerd is op zijn persoonlijk gedrag diende, volgens verzoeker, de verwerende partij hem vooraf te horen. XII-4166-3/5
- Verwerende partij wijst er in de laatste memorie op dat er volgens de rechtsleer alleen een plicht tot horen is wanneer de belangen van de persoon zwaar worden aangetast en dat de visie “dat het ontnemen van de kans om het recreatief schieten te beoefenen, geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel vormt, impliceert [...] dat het intrekken van de betrokken besluiten geen maatregel is die van aard is om de belangen van de houder van de vergunning zwaar aan te tasten”. Beoordeling
- De bestreden beslissing trekt de vergunningen van verzoeker tot het voorhanden hebben van zeven vuurwapens in omdat hij het voorwerp uitmaakt van een gerechtelijk onderzoek door het parket van Antwerpen inzake inbreuken op de wapenwetgeving, omdat hij bij de politie geen aangifte gedaan heeft van de diefstal van twee verweerwapens, omdat hij bij het parket te Brussel gekend is voor illegaal wapenbezit en omdat hij reeds drie jaar niet meer in de schietsport actief is. Een dergelijke intrekking, gesteund op gegevens over feiten met betrekking tot de verzoeker, moet geacht worden, door aldus zijn situatie te wijzigen, de betrokkene op een meer dan geringe wijze nadelig in zijn belangen te raken. Dit volstaat opdat krachtens een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur verzoeker in principe in de gelegenheid moest zijn gesteld om zijn zienswijze aangaande de voorgenomen maatregel naar voor te brengen. Of de meer dan geringe benadeling van verzoeker al dan niet van die aard is dat zij voor hem tevens een moeilijk te herstellen ernstig nadeel vormt, doet niet terzake. Het gaat er hier niet om of verzoeker aan de voorwaarden voldoet om de schorsing van de tenuitvoerlegging te kunnen verkrijgen, maar wel of jegens hem de hoorplicht is miskend.
- Aangezien verzoeker ten onrechte niet de gelegenheid heeft gekregen om op nuttige wijze zijn standpunt aangaande de voorgenomen maatregel naar voren te brengen, is het middel gegrond. XII-4166-4/5 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Vernietigd wordt het besluit van 2 april 2004 van de gouverneur van de provincie Antwerpen waarbij de vergunningen van Guy De Backer tot het voorhanden hebben van zeven vuurwapens worden ingetrokken. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig januari 2008, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4166-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.887 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div