id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.888 Rolnummer: A. 144268/XII-5237 Zaak: Arrest 178888 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 24/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-01-31 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 07:32 Fiche Arrest nr 178.888 van 24 januari 2008 Sociale zaken en volksgezondheid - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 178.888 van 24 januari 2008 in de zaak A. 144.268/XII-
- In zake : de VZW CREJAKSIE, die woonplaats kiest bij advocaat C. De Waele, kantoor houdende te Eeklo, Koningin Astridplein 24 tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP, die woonplaats kiest bij advocaat J. Fonteyne, kantoor houdende te Waregem, M. Windelsstraat
- ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de vzw Crejaksie op 21 december 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken, medegedeeld met een aangetekende brief van 24 september 2003, waarbij haar voor de beleidsperiode 2004-2006 een jaarlijkse subsidie van 263.000 euro wordt toegekend; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. Van Noten; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 5 november 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 januari 2008; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; XII-5237-1\8 Gehoord de opmerkingen van advocaat C. De Waele, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat L. De Wulf, die loco advocaat P. Louage verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd W. Van Noten; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak 1.
- De verzoekster is erkend als landelijk georganiseerde jeugdvereniging. Voor de werkingsjaren 2004-2006 dient zij met toepassing van het decreet van 29 maart 2002 op het Vlaamse jeugdbeleid (hierna ook: decreet jeugdbeleid) een beleidsnota in met een subsidieaanvraag ten belope van 335.370 euro in 2004, 342.075 euro in 2005 en 348.920 euro in
- Op 25 april 2003 brengt de adviescommissie een preadvies uit, waarbij negatief wordt geadviseerd over de inhoud van het beleidsplan en de subsidieaanvraag. Op 28 mei 2003 dient verzoekster haar repliek in. 1.
- Op 27 juni 2003 brengt de adviescommissie haar definitief advies uit. De conclusie van dat advies luidt : “De beleidsnota van Crejaksie vzw vertrekt vanuit een abstracte formulering van de missie en visie, die nauwelijks een band heeft met de concrete werking van de vereniging. De vereniging heeft ruime aandacht voor een door de stakeholders gestuurde zelfanalyse, maar de aandachtspunten uit deze analyse komen nauwelijks aan bod in het doelstellingenkader. De vereniging behandelt wel telkens de verschillende beleidsdomeinen op een goede manier. Zij omschrijft tevens het huidige personeelskader en de taakverdeling tussen de huidige personeelsleden duidelijk. XII-5237-2\8 In deze nota bevestigt de vereniging haar eigenheid als vakantieservice. In haar missie en visie onderscheidt ze zich niet van gelijkaardige vakantiewerkingen. De door de vereniging geformuleerde doelstellingen, die voorzien in een behoud en kwaliteitscontrole, zijn vooral intern relevant voor de eigen achterban. De vereniging lijkt zich echter niet voldoende bewust van de maatschappelijke ontwikkelingen. De maatschappelijke meerwaarde en externe relevantie van de vereniging en haar beleidsplan zijn beperkt. Met het slecht geoperationaliseerde en weinig ambitieuze doelstellingenkader voorziet de vereniging in een kwantitatieve bestendiging of zelfs verkleining van haar in 2002 gerealiseerde output, gekoppeld aan een kwalitatieve verbetering van haar werking. De vereniging vraagt voor de realisatie van haar doelstellingen een ten opzichte van vorige jaren iets hoger subsidiebedrag en stelt een even groot personeelskader voor. Wanneer we hieraan toevoegen dat de werking in 2002 al sterk daalde, dient geconcludeerd dat het beleidsplan de voorgestelde subsidieaanvraag niet voldoende motiveert. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 53, § 2 van het decreet van 29 maart 2002 op het Vlaamse jeugdbeleid bestaat de subsidie die aan de erkende landelijk georganiseerde jeugdverenigingen wordt verleend uit een basissubsidie en een variabel deel. De basissubsidie bedraagt altijd i 50.
- De hoogte van het variabele deel wordt vastgesteld door de Vlaamse regering na advies van de adviescommissie en van de administratie op basis van de beschikbare informatie over de werking van de vereniging in de voorbije 3 jaar of, in voorkomend geval, sinds de inwerkingtreding van bovenvermeld decreet of de erkenning van de vereniging. Uitgaande van al het vorige stelt de adviescommissie voor een variabel deel van i 213.000 toe te kennen. Derhalve bedraagt het jaarlijkse totale subsidiebedrag i 263.000”. 1.
- Met een brief van 31 juli 2003 schrijft de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken aan de erkende landelijk georganiseerde jeugdverenigingen : “Op dinsdag 15 juli werd mij het advies van de adviescommissie en van de afdeling Jeugd en Sport toegestuurd. Opdat ik in alle sereniteit een beslissing zou kunnen nemen, worden de adviezen van de commissie en de afdeling Jeugd en Sport nog niet bekendgemaakt. Ik ben er mij van bewust dat u met het oog op uw planning zo snel mogelijk geïnformeerd wenst te worden over mijn beslissing. Ik wens hierbij echter niet over een nacht ijs te gaan. Ik ben me dan ook zeer goed bewust van de mogelijke impact van mijn beslissing. U zal me dan ook niet kwalijk nemen dat ik met het oog op een verantwoorde beslissing daar even de tijd voor neem. U mag er evenwel zeker van zijn dat ik, gelet op de vraag van de sector om zo vlug mogelijk geïnformeerd te worden, niet meer tijd zal nemen dan strikt noodzakelijk is. Ik zal u dan ook zo vlug mogelijk informeren over mijn beslissing”. XII-5237-3\8 1.
- Met een aangetekende brief van 24 september 2003 deelt de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken aan verzoekster mee dat hij zich aansluit bij de conclusie van de adviescommissie en derhalve beslist heeft aan verzoekster voor de beleidsperiode 2004-2006 een jaarlijkse subsidie toe te kennen ten belope van 263.000 euro. In bijlage is het definitief advies van de adviescommissie gevoegd. Die beslissing vormt het voorwerp van het voorliggend annulatieberoep. De gegrondheid van het beroep Standpunt van de partijen
- In het zesde middel wordt door verzoekster de schending aangevoerd van de formele motiveringsplicht. Zij wijst er op dat artikel 53, § 2, van het decreet jeugdbeleid, waarbij bepaald wordt dat het variabele deel van de subsidie minimaal 80 % bedraagt van het variabele deel dat werd toegekend op basis van de vorige beleidsnota, niet van toepassing is bij de eerste toekenning van de variabele subsidie op basis van het decreet en het decreet niet voorziet in een berekeningswijze van de variabele subsidie. Volgens haar volgt daaruit dat de grootte van de toegekende variabele subsidie in de beslissing van de minister “volledig, duidelijk en uitvoerig” gemotiveerd moet worden. Vervolgens betoogt verzoekster in verband met de bestreden beslissing onder meer wat volgt : “In de bestreden beslissing dd. 24/09/2003 wordt op geen enkele manier duidelijk gemotiveerd op welke basis men komt tot het toekennen aan verzoekster van een variabele subsidie van 213.000 Euro. De Vlaamse minister voor Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken verwijst in zijn beslissing dd. 24/09/2003 naar een beslissing van de adviescommissie en de administratie, doch het is verzoekster op geen enkel manier duidelijk hoe het bedrag van 213.000 Euro precies berekend werd. Verzoekster heeft al de adviezen van de adviescommissie en de administratie betreffende al de erkende landelijk georganiseerde jeugdverenigingen die XII-5237-4\8 een beleidsnota hebben ingediend en waaromtrent een advies diende te worden geformuleerd aangaande de aanvraag van een subsidie nagelezen en het is haar op geen enkele manier duidelijk hoe de grootte van de variabele subsidie wordt berekend en geadviseerd. Er ontbreekt dienaangaande elke motivering. De Vlaamse Minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken heeft de adviezen van de adviescommissie en de administratie integraal overgenomen en laat in zijn beslissing dd. 24/09/03 na de grootte van de toegekende variabele subsidie behoorlijk te motiveren. Dit is onbetwistbaar een schending van de formele motiveringsplicht waardoor verzoekster in haar belangen wordt geschaad en de bestreden beslissing dient te worden vernietigd”.
- De verwerende partij antwoordt hierop als volgt : “Het decreet voorziet in art. 54 in de criteria waarop de adviescommissie haar advies moet motiveren : ‘Art. 54 §
- De adviescommissie stelt haar advies op rekening houdend met de volgende criteria : 1/ de samenhang en inhoudelijke consistentie van de ingediende beleidsnota 2/ de vaststelling van het democratisch proces dat de basis vormde voor het totstandkomen van de beleidsnota 3/ de mate waarin de organisatie haar kerntaken wenst te realiseren (...)’ Het betreft zoals verzoekster het zelf zegt een subsidie op grond van een kwaliteitsbeoordeling. Welnu, stuk voor stuk zijn elk van de decretale criteria besproken in het advies van de adviescommissie en in de bestreden beslissing op verzoekster toegepast. De beslissing is zeker voldoende gemotiveerd. Blijkbaar zoekt verzoekster een soort mathematische ‘berekeningswijze’ met bepaalde verdeelsleutels per kwaliteitscriterium. Die is er niet en hoeft er niet te zijn. - Verzoekster erkent zelf dat het Decreet op geen enkele manier in enige berekeningswijze voorziet of de Vlaamse regering enige berekeningswijze oplegt. - Verzoekster merkt ook terecht op dat de hoogte van de subsidies van het Decreet niet meer bepaald wordt op basis van de hoogte van de subsidiale uitgaven, maar dat het om een enveloppefinanciering gaat. - Derhalve kon de bestreden beslissing zich niet baseren op de hoogte van verzoeksters uitgaven...”.
- In haar memorie van wederantwoord betoogt verzoekster nog dat zij op geen enkele manier de gelegenheid heeft gehad om haar repliekrecht uit te oefenen in verband met de hoogte van de toegekende subsidie, aangezien in het preadvies van de adviescommissie dat haar werd medegedeeld van dat bedrag geen melding werd gemaakt. XII-5237-5\8 Voorts herhaalt zij dat elke motivering in verband met de berekening van de variabele subsidie ontbreekt. In de bespreking van de decretale criteria in het advies van de adviescommissie en de bestreden beslissing wordt op geen enkele manier gemotiveerd hoe men tot het aan verzoekster toegekende bedrag komt. Het feit dat het decreet niet in mathematische verdeelsleutels per kwaliteitscriterium voorziet, betekent niet dat niet moet gemotiveerd worden hoe het variabele subsidiebedrag concreet is samengesteld.
- In de laatste memorie dupliceert verwerende partij dat zij de minimumgrens van 80% van het variabele deel dat werd toegekend op basis van de vorige beleidsnota exact heeft gehanteerd wegens de vele negatieve elementen van het dossier, dat bij het hanteren van kwaliteitscriteria geen wiskundige formule kan worden gegeven om exact de subsidie te berekenen en dat in het arrest nr. 129.541, vzw Vlaams Centrum voor Levensvorming, van 29 maart 2004 met betrekking tot dezelfde beslissingsronde een gelijkaardig middel werd afgewezen, hoewel ook daar geen berekening in de beslissing was opgenomen. Beoordeling
- De artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen verplichten de administratieve overheid ertoe in de akte de juridische en feitelijke overwegingen op te nemen die aan de bestreden beslissing ten gronde liggen en dit op een “afdoende” wijze. Het begrip “afdoende” impliceert dat de motivering in rechte en in feite evenredig moet zijn aan het gewicht van de genomen beslissing.
- Artikel 54, § 3, van het decreet jeugdbeleid bepaalt de criteria waarmee de adviescommissie bij het opstellen van haar advies rekening moet houden. Het decreet bepaalt evenwel niet op welke wijze de variabele subsidie moet worden berekend. Een wettige uitoefening van de discretionaire bevoegdheid die op dit punt aan de adviescommissie en aan de Vlaamse regering is toegekend, vereist dat aan de vereniging wordt medegedeeld op welke wijze de aan de vereniging toegekende variabele subsidie werd bepaald. Dit kan, maar hoeft geenszins aan de hand van een wiskundige formule te zijn. XII-5237-6\8 De Raad meent dat het arrest nr. 129.541 van 29 maart 2004 te dezen niet dienstig wordt ingeroepen. Vooreerst betrof het aldaar een schorsings- arrest met een prima facie beoordeling. Overigens is in die zaak blijkens het arrest nr. 147.278 van 5 juli 2005 naderhand geen voortzetting gevraagd en zal zij dus geen behandeling ten gronde meer kennen. Voorts klopt het wel dat, zoals hier, ook in die zaak de schending van de formele motiveringsplicht werd aangevoerd. Zowel de feitelijke achtergrond als de adstructie van het middel zijn evenwel in beide zaken verschillend. Door huidige verzoekster is, anders dan in die zaak blijkens de overweging 1.
- van het arrest nr. 129.541, in de beleidsnota een concreet subsidie- bedrag gevraagd. Verwerende partij spreekt niet tegen dat in het preadvies dat verzoekster ontving over het precieze bedrag van de toe te kennen subsidie geen stelling werd genomen. Verzoekster brengt nu net specifiek de berekening van het toegekende subsidiebedrag aan de orde, terwijl in de andere zaak het middel meer algemeen de beoordeling van de beleidsnota van de betrokken vereniging betrof. Met de verzoekende partij moet worden vastgesteld dat zowel in het advies van de adviescommissie als in de beslissing van de minister elke concrete verantwoording omtrent de wijze waarop de aan verzoekster toegekende subsidie werd berekend ontbreekt. Er is derhalve niet aan de motiveringsplicht voldaan. Het middel is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken, medegedeeld met een aangetekende brief van 24 september 2003, waarbij de vzw Crejaksie voor de beleidsperiode 2004-2006 een jaarlijkse subsidie van 263.000 euro wordt toegekend. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. XII-5237-7\8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig januari 2008, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-5237-8\8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.888 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.