← België

Arrest 178896 - Milieuvergunningen - 24/01/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.896 Rolnummer: A. 80376/VII-17140 Zaak: Arrest 178896 - Milieuvergunningen - 24/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-02-04 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 07:32 Fiche Arrest nr 178.896 van 24 januari 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 178.896 van 24 januari 2008 in de zaak A. 80.376/VII-17.

  1. In zake : de b.v.b.a. ALL-CARS, die woonplaats kiest bij advocaat D. LAUWERS, kantoor houdende te DUFFEL, Kasteelstraat 23 tegen : de deputatie van de provincie ANTWERPEN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de b.v.b.a. ALL-CARS op 22 september 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 18 juni 1998 waarbij haar beroep tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Duffel van 2 februari 1998, houdende weigering van de vergunning aan de verzoekende partij tot het exploiteren van een inrichting voor de aan- en verkoop van tweedehandswagens te Duffel, Mechelsebaan 193-195, ongegrond wordt verklaard en de beroepen beslissing wordt bevestigd; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de beschikking van 26 mei 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; VII-17.140-1/5 Gelet op de beschikking van 8 november 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 december 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. HAEGEMAN die, loco advocaat D. LAUWERS verschijnt voor de verzoekende partij, en van bestuursse- cretaris S. TAVERNIER die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. De feiten Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
  3. De b.v.b.a. CHRISTOFFEL is eigenaar van een terrein waarop de verzoekende partij een inrichting voor de aan- en verkoop van tweedehandswagens wil exploiteren. 1.
  4. Op 29 oktober 1997 dient de verzoekende partij bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Duffel een aanvraag in voor het bekomen van een milieuvergunning voor een inrichting voor het stallen van voertuigen. 1.
  5. Op 2 februari 1998 weigert het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Duffel de gevraagde milieuvergunning aan de verzoekende partij. 1.
  6. Met een aangetekend schrijven van 9 maart 1998 gaat de verzoekende partij tegen deze weigeringsbeslissing in beroep bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen. VII-17.140-2/5 1.
  7. Nadat de vereiste adviezen werden ingewonnen, neemt de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen op 18 juni 1998 het thans bestreden besluit : het beroep van de verzoekende partij wordt ongegrond bevonden, de beroepen beslissing wordt bevestigd, en aan de verzoekende partij wordt de milieuvergunning geweigerd. 1.
  8. Het bestreden besluit wordt aan de verzoekende partij betekend met een aangetekend schrijven van 15 juli 1998, hetgeen ook blijkt uit een attest van de verwerende partij;
  9. De ontvankelijkheid van het beroep 2.
  10. Overwegende dat de verwerende partij in de memorie van antwoord opwerpt dat het beroep onontvankelijk ratione temporis is, doordat het bestreden besluit op 15 juli 1998 werd betekend aan de verzoekende partij, en het annulatieberoep pas op 23 september 1998 werd ingesteld; 2.
  11. Overwegende dat de verzoekende partij in de memorie van wederantwoord in essentie betoogt dat het beroep werd ingeleid binnen de termijn voorgeschreven voor derden, zoals vermeld op de affiche bestemd voor derden en aangebracht in opdracht van het college van burgemeester en schepenen; dat zij stelt dat het bewijs van afgifte van een aangetekende zending van het annulatieberoep door de Post afgestempeld is op 22 september 1998, dat de gemeente Duffel een affiche van bekendmaking aanbracht, ondertekend door haar eerste schepen, als waarnemend burgemeester van de gemeente Duffel, met de volgende tekst waarvan de datum met viltstift was ingekleurd : "het beroep moet uiterlijk worden ingediend op datum van 23/9/1998 voor degene die louter aangewezen is op de kennisname van dit bericht en de inzage bij het gemeentebestuur", dat zij op die datum was gefixeerd en geen acht sloeg op het feit dat deze datum een paar dagen verschilt van de datum die op de betekening van het bestreden besluit was aangebracht, dat het onverantwoord is dat de verwerende partij een exceptie opwerpt nu zij zelfs geen unificatie in de termijnen kon brengen, dat het overschrijden van de beroepstermijn ingegeven was door goede trouw en overmacht, dat immers om reden van "dubbelzinnige" libellering van de tekst op de affiche, de manier van aanbrengen, de wijze waarop de situatie werd gecreëerd, en de omstandigheden waarin de besluitvorming werd gesteld, zij in de volstrekte onmogelijkheid was haar annulatieberoep tijdig in te dienen; VII-17.140-3/5 2.
  12. Overwegende dat de verzoekende partij in haar laatste memorie volhardt in haar stelling dat er in casu sprake is van een duidelijk geval van overmacht aangezien haar handelwijze werd ingegeven door een "dubbelzinnige" datering van het gemeentebestuur van Duffel; 2.
  13. Overwegende dat uit een attest blijkt dat het bestreden besluit op 15 juli 1998 aan de verzoekende partij werd betekend overeenkomstig artikel 50, 4/, c), van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, dat in een verplichte individuele kennisgeving van de in beroep genomen beslissing over de milieuvergunningsaanvraag aan de exploitant voorziet; dat in die individuele aanzegging expliciet was vermeld dat tegen het toegezonden besluit een beroep bij de Raad van State openstond binnen de zestig dagen na de schriftelijke kennisgeving van die beslissing; dat ook de na te leven vormvoorschriften werden meegedeeld; dat voor diegene aan wie een beslissing persoonlijk moet worden aangezegd, de beroepstermijn begint te lopen vanaf de aanzegging, ook al gaat deze de aanplakking vooraf; dat de bekendmaking van het bestreden besluit door aanplakking enkel van belang is voor de beroepstermijn waarover derden -voor wie de aanplakking het enig middel is om van het bestaan en de inhoud van de beslissing kennis te krijgen- beschikken; dat in acht genomen de gegevens die bij de betekende kennisgeving van het bestreden besluit werden medegedeeld, de verzoekende partij diende te weten welke voor haar de uiterste termijn van indiening van een annulatieberoep was; dat aangezien de aanplakking niet relevant was voor het ingaan van de beroepstermijn in hoofde van de verzoekende partij, zij zich niet vermocht te steunen op de op het aangeplakt formulier meegedeelde gegevens inzake de beroepstermijn; dat, gelet op evengenoemde omstandigheden, de verzoekende partij geen overmacht kan inroepen; dat de exceptie gegrond is, BESLUIT: Artikel
  14. Het beroep wordt verworpen. VII-17.140-4/5 Artikel
  15. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig januari tweeduizend en acht, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-17.140-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.896 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.