← België

Arrest 178906 - Natuurbehoud - Vergunningen - 24/01/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.906 Rolnummer: A. 143886/VII-31032 Zaak: Arrest 178906 - Natuurbehoud - Vergunningen - 24/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-02-04 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 07:32 Fiche Arrest nr 178.906 van 24 januari 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Natuurbehoud - Vergunningen Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 178.906 van 24 januari 2008 in de zaak A. 143.886/VII-31.

  1. In zake :
  2. de v.z.w. HUBERTUSVERENIGING VLAANDEREN,
  3. de n.v. BLAUWMOLEN, die woonplaats kiezen bij advocaten J. BOUCKAERT en T. GEVERS, kantoor houdende te BRUSSEL, Loksumstraat 25 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. BERGÉ, kantoor houdende te LEUVEN, Naamsestraat
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de v.z.w. HUBERTUSVERENI- GING VLAANDEREN en de n.v. BLAUWMOLEN op 12 november 2003 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de Vlaamse regering van 27 juni 2003 tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning van natuurreservaten en van terreinbeherende natuurverenigingen en houdende toekenning van subsidies; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur J. CLEMENT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partijen; Gelet op de beschikking van 8 november 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 december 2007; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; VII-31.032-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat J. BOUCKAERT, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat J. SIMENON die, loco advocaat J. BERGÉ verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het advies van eerste auditeur J. CLEMENT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT
  5. De feiten 1.
  6. Het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu (hierna : natuurbehouddecreet) bepaalt onder meer het volgende : "Art.
  7. Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder: [...] 16/ erkende terreinbeherende natuurvereniging: een privaatrechtelijk rechtspersoon waarvan de statuten het natuurbehoud en/of de natuurbescherming als hoofdzakelijk en ondubbelzinnig doel bepalen, die gebieden beheert als natuurreservaat en als dusdanig op grond van dit decreet wordt erkend; [...] Art.
  8. §
  9. De Vlaamse regering stelt de voorwaarden vast waaronder de terreinen van private personen of van recht(s)personen andere dan het Vlaamse Gewest of de Staat erkend kunnen worden als natuurreservaat. [...] §
  10. De Vlaamse regering kan jaarlijks, binnen de perken van de begroting, subsidies verlenen voor de huur, de beheerskosten en het toezicht in een erkend reservaat. §
  11. De Vlaamse regering stelt nadere regels vast voor de aanvraag, de hernieuwing, de uitbreiding en de intrekking van de erkenning, alsook voor het toekennen van de subsidies. [...] Art.
  12. §
  13. Het Vlaamse Gewest kan de aankoop van gebieden met het oog op de oprichting van erkende reservaten, conform artikel 36, § 1, door erkende terreinbeherende natuurverenigingen subsidiëren, binnen de beperkingen van de begroting. §
  14. Deze onroerende goederen kunnen slechts vervreemd worden mits instemming van en onder de voorwaarden bepaald door de Vlaamse regering. De subsidiëring van de aankoop van de gronden gelegen in agrarische gebieden buiten het VEN is enkel mogelijk voor gebieden die voldoen aan de criteria van artikel 36, § 2 of §
  15. De subsidiëring is substantieel lager dan voor gebieden gelegen in VEN en groengebieden en bosgebieden. Deze subsidiëring wordt tevens in omvang beperkt. Deze gebieden kunnen alleen na akkoord van de eigenaar aangekocht worden. VII-31.032-2/5 §
  16. De Vlaamse regering stelt de nadere regels vast voor de erkenning van terreinbeherende natuurverenigingen en voor het toekennen van de subsidies". 1.
  17. Op 4 maart 2003 geeft de afdeling wetgeving van de Raad van State advies (nr. 33.894/3) bij het ontwerp dat het thans bestreden besluit is geworden. 1.
  18. Op 27 juni 2003 neemt de Vlaamse regering het thans bestreden besluit tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning van natuurreservaten en van terreinbeherende natuurverenigingen en houdende toekenning van subsidies. Op 12 september 2003 wordt dit besluit in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. 1.
  19. Het bestreden besluit bestaat uit twee delen die elk een andere rechtsgrond hebben. Vooreerst wordt artikel 44 van het natuurbehouddecreet uitgevoerd in Hoofdstuk II "Terreinbeherende natuurverenigingen en subsidiëring aankopen natuurgebieden". Vervolgens wordt artikel 36 van hetzelfde decreet uitgevoerd in Hoofdstuk III "Natuurreservaten en subsidiëring erkende natuurreser- vaten".
  20. De ontvankelijkheid 2.
  21. Hoewel de verwerende partij het belang van de eerste verzoekende partij niet in vraag stelt, concludeert de auditeur-verslaggever ambtshalve tot de afwezigheid van belang in hoofde van de beide verzoekende partijen. Hij stelt vast dat deze als belang onder meer aanvoeren dat de regeling in hoofdstuk II van het bestreden besluit meebrengt dat zij niet in aanmerking komen voor subsidiëring voor het aankopen van natuurgebieden en dat zij niet erkend kunnen worden als terreinbe- herende natuurvereniging en hij leidt daaruit af dat het aldus omschreven belang ervan uitgaat dat de verwerende partij na een gebeurlijke vernietiging van hoofdstuk II van het bestreden besluit, het natuurbehouddecreet dusdanig zou uitvoeren dat de verzoekende partijen in aanmerking zouden komen voor subsidiëring voor aankopen van natuurgebieden en erkend kunnen worden als terreinbeherende natuurvereniging. De auditeur-verslaggaver stelt dat uit de artikelen 2, 16/ en 44 van het natuurbehouddecreet volgt dat alleen privaatrechtelijke rechtspersonen waarvan "de statuten het natuurbehoud en/of de natuurbescherming als hoofdzakelijk en ondubbelzinnig doel bepalen" in aanmerking komen voor subsidiëring voor aankopen van natuurgebieden en de erkenning als VII-31.032-3/5 terreinbeherende natuurvereniging. Hij stelt vast dat de verzoekende partijen niet aan die voorwaarde voldoen omdat de statuten van de eerste verzoekende partij als hoofdzakelijk doel de bevordering, ontwikkeling en verdediging van de weidelijke jacht bepalen en de statuten van de tweede verzoekende partij als hoofdzakelijk doel het tot waarde brengen van onroerende goederen bepalen. Van geen van de beide verzoekende partijen kan volgens de auditeur-verslaggever worden aangenomen dat hun statuten het natuurbehoud en/of de natuurbescherming als hoofdzakelijk en ondubbelzinnig doel bepalen. 2.
  22. Artikel 3 van het bestreden besluit bepaalt dat de vereniging die meent daarvoor in aanmerking te komen een aanvraag indient voor erkenning, waarbij zij het bewijs voegt dat zij voldoet aan de erkenningsvoorwaarden (art. 3, §1, 4/), waarna de Vlaamse Hoge Raad voor Natuurbehoud advies verleent (art. 3, §2) en de minister, na kennis te hebben genomen van dit advies, een beslissing neemt (art. 3, §3). Het is in het kader van de erkenningsprocedure dat de bevoegde minister in concreto zal dienen te oordelen of de vereniging voldoet aan de voorwaarden van artikel 2, 16/, van het natuurbehouddecreet, die worden herhaald in artikel 2, §2, 2/, van het bestreden besluit. In principe komt het de Raad van State niet toe om zich terzake in de plaats te stellen van de tot beslissen bevoegde overheid. Tenzij wellicht wanneer het hoe dan ook duidelijk moet zijn dat een erkenning redelijkerwijze ondenkbaar is - welke hypothese zich hier niet voordoet -, staat het dan ook niet aan de Raad van State om op de ministeriële beoordeling en beslissing vooruit te lopen, en een vereniging belang te ontzeggen bij een beroep als het onderhavige om de enkele reden dat zij niet als een terreinbeherende natuurvereniging erkend kan worden. Het auditoraatsverslag werd beperkt tot een onderzoek van de ontvankelijkheid van het beroep. Er is derhalve grond om een aanvullend onderzoek van de zaak te bevelen, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE: Artikel
  23. De debatten worden heropend. VII-31.032-4/5 Artikel
  24. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt gelast met het aanvullend onderzoek van de zaak. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig januari tweeduizend en acht, door de VIIe kamer, die was samen- gesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-31.032-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.906 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.810 ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.988 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.