← België

Arrest 178910 - Milieuvergunningen - 24/01/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.910 Rolnummer: A. 151698/VII-32185 Zaak: Arrest 178910 - Milieuvergunningen - 24/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-02-04 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 07:32 Fiche Arrest nr 178.910 van 24 januari 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 178.910 van 24 januari 2008 in de zaak A. 151.698/VII-32.

  1. In zake : Francis DESCAMPS, die woonplaats kiest te WESTKERKE (OUDENBURG), Brugsesteenweg 12 tegen : de deputatie van de provincie WEST-VLAANDEREN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Francis DESCAMPS op 11 mei 2004 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen van 18 maart 2004 houdende definitieve beslissing over de milieuvergunningsaanvraag van Ivan CAPELLE voor een garage-carrosseriewerkplaats, gelegen aan de Brugsesteen- weg 4 te Westkerke; Gelet op het arrest nr. 137.077 van 9 november 2004 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting ingediend door verzoeker; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op de beschikking van 8 mei 2007 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; VII-32.185-1/8 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van verzoeker; Gelet op de beschikking van 9 november 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 december 2007; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van verzoeker, die in persoon verschijnt, en van adjunct-adviseur S. VANPARYS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT
  2. De feiten 1.
  3. Op 9 februari 1967 verleent de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen een vergunning, voor een termijn van dertig jaar, voor de exploitatie van een garage-carrosseriewerkplaats aan de Brugsesteenweg in Oudenburg. Op 27 december 1973 verleent ze een vergunning voor de uitbreiding ervan. 1.
  4. Volgens het gewestplan Diksmuide-Torhout, vastgesteld bij koninklijk besluit van 9 februari 1979, ligt de inrichting in woongebied; volgens het Bijzonder Plan van Aanleg (hierna : BPA) "Westkerke-Centrum- Oost", goedge- keurd bij ministerieel besluit van 7 juli 1992, deels in een bedrijventerreinzone voor KMO's, deels in een zone voor gesloten bebouwing, en deels in een bouwvrije zone en zone voor wegenis. 1.
  5. Op 15 april 1996 dient de exploitant een nieuwe aanvraag in om de garage-carrosseriewerkplaats verder te exploiteren. Op 15 juli 1996 verleent het VII-32.185-2/8 college van burgemeester en schepenen van de gemeente Oudenburg een vergunning, voor een termijn van twintig jaar, voor : VII-32.185-3/8 "Rubrieken : 2.2.2.d.a. Stallen van maximaal 10 voertuigwrakken. 3.
  6. Het lozen van bedrijfsafvalwater in de openbare riolen, afkomstig van het reinigen van voertuigen en werkplaats en lavabo in werkplaats, met een hoeveelheid van 200 m³/jaar. 3.
  7. Het lozen van huishoudelijk afvalwater, afkomstig van de sanitaire installaties, in de openbare riolen, met een hoeveelheid van 50 m³/jaar. 4.3.b.
  8. Een spuitcabine van het merk Belmeko van 9,7 kW (7,5 kW aanzuiging en 2,2 kW afzuiging), voorzien van paint-stop filters en lozing van de afvoergassen via een voldoende hoge schoorsteen. 15.
  9. Een herstelwerkplaats met 4 schouwputten en een brug. 15.4.
  10. Een wasplaats voor minder dan 10 voertuigen per dag. 16.3.2.
  11. Twee compressoren van 4 kw en 2,2 kw met bijhorende luchtvaten van 2 x 200 liter 17.3.3.
  12. Opslag van koelvloeistof, zuur, vernis, thinner, spoelthinner, met een hoeveelheid van 505 liter. 17.3.4.
  13. Opslag van 200 liter spoelthinner. 17.3.5.
  14. Opslag van verf, verharder, vernis, thinner met een hoeveelheid van 245 liter. 17.3.6.1.b. Opslag van 1.000 liter mazout in een bovengrondse metalen enkelwandige tank die zal worden ingekuipt. 17.3.7.
  15. Opslag van 1.000 liter motorolie in vaten en 2.000 liter afvalolie in een nieuw te plaatsen bovengrondse metalen dubbelwandige tank". Er wordt een aantal bijzondere voorwaarden opgelegd. 1.
  16. Meerdere buurtbewoners, onder wie verzoeker, tekenen administratief beroep aan. Op 5 december 1996 wordt de in eerste aanleg genomen beslissing houdende het verlenen van de vergunning bevestigd, maar worden de door de Provinciale Milieuvergunningscommissie voorgestelde bijkomende bijzondere vergunningsvoorwaarden opgelegd. 1.
  17. Bij arrest nr. 113.574 van 12 december 2002 wordt dit besluit vernietigd op grond van de volgende motivering: "Overwegende dat de verwerende partij, die het bijzonder plan van aanleg niet overlegt, niet betwist dat de stedenbouwkundige bepalingen daarvan het door verzoeker aangehaalde voorschrift bevatten (slechts bedrijven die niet hinderend zijn mogen in de KMO-zone worden toegelaten); dat de bestreden beslissing vermeldt dat de inrichting gelegen is binnen het door dit bijzonder plan van aanleg beheerst gebied en dat het bedrijf hinder veroorzaakt, al kan deze weliswaar tot een aanvaardbaar niveau worden beperkt; dat de omwonen- den in hun bezwaren en de beroepsindieners in hun grieven de nadruk legden op het hinderlijk karakter van het bedrijf; dat de bestreden beslissing er zich toe beperkt te stellen dat de 'gevraagde inrichting (...) verenigbaar is met voormelde ruimtelijke en stedenbouwkundige voorschriften'; dat de bestreden beslissing door die summiere motivering, over de bezwaren en grieven van de omwonen- den en over de bindende bepaling van het bijzonder plan van aanleg is heengestapt;dat, in de gegeven omstandigheden, de verwerende partij moest VII-32.185-4/8 onderzoeken of de inrichting verenigbaar was met voormelde verbodsbepaling; dat dit niet is gebeurd; dat het middel gegrond is". 1.
  18. Ingevolge dit arrest werd de beroepsprocedure voor de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen hernomen. Er wordt gunstig advies gegeven door de afdeling Milieuvergunningen, de afdeling ROHM, de Vlaamse Milieumaatschappij. De Provinciale Milieuvergunningscommissie geeft gunstig advies "op proef". Op 17 april 2003 beslist de verwerende partij de gevraagde milieuvergunning te verlenen voor een termijn van één jaar op proef. 1.
  19. In het kader van de procedure voor de definitieve beslissing na vergunning op proef brachten de adviesverlenende instanties gunstige adviezen uit. 1.8 Op 18 maart 2004 beslist de verwerende partij de proefvergunning om te zetten in een definitieve vergunning voor twintig jaar. Dit is de bestreden beslissing, die, wat de stedenbouwkundige verenigbaarheid van de inrichting betreft, als volgt is gemotiveerd : "Overwegende dat (motivering vanuit oogpunt van de stedenbouwkundige en ruimtelijke aspecten) gesteld kan worden dat de verandering/exploitatie van de inrichting, die het voorwerp van de voormelde vergunningsaanvraag uitmaakt, verenigbaar is met voormelde ruimtelijke en stedenbouwkundige voorschriften; [...] Overwegende dat de klager, de heer Descamps, uitgebreid werd gehoord en dat hij in de gelegenheid werd gesteld zijn bezwaren mondeling te formuleren en schriftelijk neer te leggen; dat de commissie de geformuleerde bezwaren niet kan bijtreden omwille van de redenen die hierboven reeds werden aangehaald en waaraan kan worden toegevoegd dat het bedrijf voldoet aan de planologische voorschriften van het BPA nu na diverse onderzoeken en plaatsbezoek komt vast te staan dat er zich geen noemenswaardige hinder voordoet, zoals ook gebleken is in de proefperiode en zoals tevens blijkt uit het feit dat de heer Descamps als enige klager overgebleven is; [...]".
  20. De bespreking Net zoals in de zaak A. 73.111/VII-15.184, die tot het eerdere vernietigingsarrest nr. 113.574 heeft geleid, legt de verwerende partij het betrokken BPA niet neer. Blijkens de bestreden beslissing is de inrichting gelegen in een gesloten bebouwingszone op 30 meter van de rooilijn, op de hoek Eernegemstraat/Brugsesteenweg, in een bouwvrije zone en zone voor wegenis, en voor het overige gedeelte in een bedrijvengebied waar slechts bedrijven die niet hinderend zijn op het gebied van geluid, geuren en stofuitwasemingen toegelaten VII-32.185-5/8 mogen worden. In de bestreden beslissing wordt tevens gesteld dat de inrichting volgens het gewestplan gelegen is in woongebied, "waarbij de eerste 50 m met culturele, historische en /of esthetische waarde".Welke gedeelten van de inrichting zich in welke zones van het BPA en/of het gewestplan bevinden is onduidelijk. In de bestreden beslissing stelt de verwerende partij omtrent de beoordeling van de planologische verenigbaarheid van de inrichting dat "na diverse onderzoeken en plaatsbezoek komt vast te staan dat er zich geen noemenswaardige hinder voordoet, zoals ook gebleken is in de proefperiode en zoals tevens blijkt uit het feit dat de heer Descamps als enige klager overgebleven is". In haar memorie van antwoord verwijst de verwerende partij ter verantwoording van de planologische verenigbaarheid enerzijds naar de gunstige adviezen van de verschillende instanties en stelt zij anderzijds dat de inrichting conform de Vlarem-normen wordt uitgebaat "en bijgevolg ook voldoet aan de voorschriften van het BPA". De motivering van de planologische verenigbaarheid in de betreden beslissing is dus uitsluitend gebaseerd op de stelling dat het voldoen aan de Vlarem-normen op zich volstaat om te besluiten dat de inrichting voldoet aan de voorschriften van het BPA, dat overigens niet wordt overgelegd. De verwerende partij gaat aldus uit van het standpunt dat het conform Vlarem beperken van de hinder van een milieuvergunningsplichtige inrichting tot een aanvaardbaar niveau, gelijkstaat met de voorwaarde van het BPA dat bedrijven die niet hinderend zijn op het gebied van geluid, geuren en stofuitwasemingen toegelaten kunnen worden. Zij gaat aldus voorbij aan het feit dat de stedenbouwkundige reglementering en de milieureglementering twee afzonderlijke reglementeringen zijn die een andere finaliteit nastreven. Het feit dat de hinder van de exploitatie van een inrichting vanuit milieuhygiënisch oogpunt tot een aanvaardbaar niveau beperkt wordt of kan worden, kan op zich niet volstaan om te besluiten dat de inrichting planologisch verenigbaar is, terwijl dit kennelijk de redenering is die de verwerende partij gevolgd heeft. De Raad van State heeft in het eerdere vernietigingsarrest nr. 113.574 reeds geoordeeld dat het niet volstaat dat de hinder conform Vlarem tot een aanvaardbaar niveau beperkt wordt om te besluiten dat de inrichting voldoet aan de voorwaarden van het BPA. VII-32.185-6/8 De verwerende partij schendt aldus ook het gezag van gewijsde van het arrest nr. 113.
  21. Dit middel raakt de openbare orde en wordt ambtshalve opgeworpen. In het tweede middel schijnt verzoeker te stellen dat in de bestreden beslissing geen deugdelijke redenen worden opgegeven waarom de inrichting verenigbaar wordt geacht met de onmiddellijke omgeving en met de planologische bestemming woongebied, en dit niettegenstaande zijn uitdrukkelijke bezwaren. Uit het voorgaande blijkt dat dit middel eveneens gegrond is, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE: Artikel
  22. Vernietigd wordt het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen van 18 maart 2004 houdende definitieve beslissing over de milieuvergunningsaanvraag van Ivan CAPELLE voor een garage- carrosseriewerkplaats, gelegen aan de Brugsesteenweg 4 te Westkerke. Artikel
  23. Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. Artikel
  24. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van het Vlaamse Gewest. De kosten van het annulatieberoep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van het Vlaamse Gewest. VII-32.185-7/8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig januari tweeduizend en acht, door de VIIe kamer, die was samen- gesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-32.185-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.910 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.077 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.