← België

Arrest 178912 - Monumenten en Landschappen - 24/01/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.912 Rolnummer: A. 147347/X-11752 Zaak: Arrest 178912 - Monumenten en Landschappen - 24/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-01-29 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-29 07:32 Fiche Arrest nr 178.912 van 24 januari 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Monumenten en Landschappen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK.nr. 178.912 van 24 januari 2008 in de zaak A.147.347/X-11.752. In zake : de n.v. DE WATERHOEK, die woonplaats kiest bij advocaat J. STIJNS, kantoor houdende te 3001 LEUVEN, Ubicenter, Philipsite 5 tegen : de deputatie van de provincieraad van VLAAMS-BRABANT, die woonplaats kiest bij advocaat M. van DIEVOET, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Boomstraat 14, bus 3. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. DE WATERHOEK op 6 februari 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 4 december 2003 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant houdende de beslissing om het gebouw “De Waterhoek”aan de Orsmaelstraat 30 te Geetbets niet als waardevol te erkennen; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij op 7 mei 2004; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op het schrijven van de verzoekende partij van 2 mei 2007, waarbij zij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 8 oktober 2007, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 23 november 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; X-11.752-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat T. CORNELISSEN, die loco advocaat J. STIJNS verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat M. van DIEVOET, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : Bij het versturen van een afschrift van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van artikel 21, tweede lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14bis, § 1 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend die niet bij ter post aangetekende brief werd verzonden. De verzoekende partij ondersteunt haar verzoek om te worden gehoord als volgt : “(...) Ten eerste werd onze memorie van wederantwoord wel degelijk per aangetekend schrijven opgestuurd. U vindt in bijlage kopie van dit schrijven, waaruit dit duidelijk blijkt. Daarenboven richten wij ons per gelijk schrijven naar DE POST teneinde de bevestiging van aangetekende zending te bekomen, hoewel men ons informeert dat voor brieven van het jaar 2004 dergelijke bevestiging niet in 100% van de gevallen kan teruggevonden worden. Ten tweede, zelfs in het onmogelijke geval dat zou bewezen worden dat onze memorie van wederantwoord u niet per aangetekend schrijven toegezonden werd, quod certe non, dan nog blijkt uit uw (...) schrijven dat u deze memorie ten laatste op 5 juli 2004 ontvangen heeft. Bovendien dient te worden opgemerkt dat door de Raad van State aanvaard wordt dat indien uit de gegevens van de griffie zou blijken dat een verzoekende partij niet tijdig een memorie heeft ingediend, maar dat hij stukken voorlegt die het vermoeden wettigen dat hij wel degelijk tijdig een memorie heeft ingediend - en de bewijskracht van deze stukken door de verwerende partij niet in twijfel wordt getrokken - geen toepassing kan worden gemaakt van de sanctie voorzien in artikel 21, tweede lid van de gecoördineerde wetten op de Raad van State (...). In dit kader dient opgemerkt te worden dat in casu uit de gegevens van het dossier zelf blijkt dat onze memorie van wederantwoord uw griffie bereikt heeft ten laatste op 5 juli 2004 (stempel van de griffie), hetgeen door geen enkel(

  1. e)partij betwist wordt. X-11.752-2/4 Ten derde bepaalt artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State dat bij niet tijdig indienen van de memorie van wederantwoord dit het verlies van het vereiste belang in hoofde van de verzoekende partij impliceert. In casu kan er geenszins sprake zijn van verlies van belang in hoofde van cliënte daar zij haar memorie van wederantwoord wel degelijk gericht heeft aan de griffie van de Raad van State per schrijven dd. 1 juli 2004, hetwelk de griffie bereikt heeft ten laatste op 5 juli 2004, hetgeen bovendien bevestigd wordt uit de gegevens van de griffier zelf. Door het opsturen van haar memorie van wederantwoord heeft cliënte wel degelijk een ‘formele blijk van belangstelling’ te kennen gegeven. Gelet op hetgeen voorafgaat is de sanctie bepaald door artikel 21 voormeld bij niet-tijdige indiening van een memorie van wederantwoord niet gerechtvaardigd. (...)”. De verzoekende partij deelt bij brief van 21 mei 2007 het volgende mee : “(...) De POST bevestigt ons dat het bewijs van aangetekende zending niet meer kan teruggevonden worden voor ons schrijven dd. 1 juli 2004 daar deze aanvraag te laat wordt ingediend. Dergelijk(
  2. e)aanvraag had ingediend moeten worden ten laatste op 1 januari 2005. (...)”. Krachtens artikel 84 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moeten alle processtukken aan de Raad van State worden toegezonden bij een ter post aangetekende brief. Uit het verslag aan de Regent, dat voorafgaat aan dit besluit, blijkt onder meer dat de bedoeling van dit voorschrift is vaste datum te geven aan de aan de Raad van State toegezonden processtukken en dat dit voorschrift van openbare orde is. Wanneer de verzoekende partij betwist dat de memorie van wederantwoord niet aangetekend werd verstuurd, dient zij hiertoe minstens een begin van bewijs aan te brengen. Zij doet dit niet. De verzoekende partij legt niet eens het bewijs van afgifte van de aangetekende zending bij de post voor. De loutere vermelding “aangetekend” op de begeleidende brief bij de memorie van wederantwoord bewijst niets omtrent de daadwerkelijke aantekening ter post van die memorie. Wel kan worden aanvaard dat een procedurestuk ook vaste datum kan verkrijgen door een ter post aangetekend schrijven van de griffie waarin deze melding maakt van bedoeld procedurestuk. Een kennisgeving bij gewone brief laat daarentegen niet toe aan een niet ter post aangetekende zending alsnog vaste datum te verlenen. In casu werd de memorie van wederantwoord door de griffie bij gewone X-11.752-3/4 brief aan de verwerende partij meegedeeld vermits de kennisgeving van die memorie geen termijn doet ingaan. De memorie van wederantwoord heeft bijgevolg geen vaste datum verkregen binnen de termijn van zestig dagen, bepaald in artikel 7 van voornoemd besluit van de Regent. Er kan bijgevolg geen rekening mee worden gehouden. Krachtens artikel 21, tweede lid van de gecoördineerde wetten op de Raad van State dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen ontbreekt, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel 1. Het beroep wordt verworpen. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig januari 2008, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-11.752-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.912 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.