← België

Arrest 179046 - Varia (openbaar ambt) - 28/01/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.046 Rolnummer: A. 80019/IX-1424 Zaak: Arrest 179046 - Varia (openbaar ambt) - 28/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-02-06 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-29 07:32 Fiche Arrest nr 179.046 van 28 januari 2008 Openbaar ambt - Varia (openbaar ambt) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 179.046 van 28 januari 2008 in de zaak A. 80.019/IX-

  1. In zake : Eddy SCHAEKEN, wonende te OOSTENDE, Stuiverstraat 450 a tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Mobiliteit. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Eddy SCHAEKEN op 27 augustus 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het koninklijk besluit van 22 juni 1998 houdende vereenvoudiging van de loopbanen van de ambtenaren van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 1 juli 1998; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 20 december 1999 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien het verzoek tot voortzetting door de verzoeker en de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 27 december 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 januari 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; IX-1424-1/5 Gehoord de opmerkingen van adviseur L. CLOET, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Over de gegevens van de zaak
  2. Het bestreden koninklijk besluit van 22 juni 1998 houdende vereenvoudiging van de loopbanen van de ambtenaren van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur strekt ertoe, blijkens zijn aanhef, de rangen en graadbena- mingen van de bijzondere graden vast te stellen, in het licht van de algemene vereenvoudiging van de loopbaanstructuren in de rijksbesturen. Door dat besluit worden onder meer de graad van luitenant der zeevaartpolitie (rang 23) geschrapt (artikel 2, § 2). Een nieuwe graad van luitenant der zeevaartpolitie (rang 22) wordt opgericht (artikel 1, § 1). De ambtenaren die titularis zijn van de graad van luitenant der zeevaartpolitie worden ambtshalve benoemd in de nieuwe graad met dezelfde benaming. In hun nieuwe graad behouden zij de graadanciënniteit die zij hebben verworven in hun oude graad (artikel 6, § 2). Aan deze operatie wordt terugwerkende kracht gegeven tot 1 augustus 1995 (artikel 7).
  3. Op het ogenblik van de bestreden beslissing is de verzoeker luitenant van de zeevaartpolitie (rang 23). Hij wordt ambtshalve benoemd in de nieuwe graad met dezelfde benaming (rang 22).
  4. Bij het koninklijk besluit van 22 maart 1999 tot wijziging van het genoemde koninklijk besluit van 22 juni 1998 is de graad van luitenant der zeevaartpolitie (rang 22) geschrapt (nieuw artikel 2, § 4). Er wordt onder meer voorzien in de oprichting van een nieuwe graad van hoofdscheepvaartcontroleur (rang 22) (nieuw artikel 1, § 3). De ambtenaren die titularis zijn van de geschrapte IX-1424-2/5 graad van luitenant der zeevaartpolitie worden ambtshalve benoemd in de nieuwe graad van hoofdscheepvaartcontroleur (nieuw artikel 6, § 4). Dat koninklijk besluit van 22 maart 1999 treedt in werking op 1 april 1999 (artikel 6). Het koninklijk besluit van 22 juni 1998 wordt opgeheven, met ingang van 1 december 2004, bij artikel 10 van het koninklijk besluit van 11 oktober 2006 houdende hervorming van de bijzondere loopbaan van de ambtenaren van niveau A bij de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer. Over de ontvankelijkheid van het beroep
  5. De verzoeker roept een enig middel in, waarin hij de schending aanvoert van het verbod van terugwerkende kracht van reglementaire bepalingen. In zijn verslag komt de auditeur-verslaggever tot de conclusie dat het beroep onontvankelijk is bij gebrek aan belang, nu niet blijkt dat de verzoeker enig nadeel ondervonden heeft van de terugwerking van het bestreden besluit. De verzoeker heeft geen laatste memorie ingediend maar zich ertoe beperkt de voortzetting van de procedure te vragen, zonder nader in te gaan op de door de auditeur opgeworpen exceptie.
  6. Ambtshalve moet daarenboven vastgesteld worden dat het bestreden besluit inmiddels is opgeheven bij het koninklijk besluit van 11 oktober 2006 houdende hervorming van de bijzondere loopbaan van de ambtenaren van niveau A bij de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, met ingang van 1 december
  7. De toepassing van de bepalingen van het bestreden besluit waaraan terugwerkende kracht is verleend, is aldus in de tijd beperkt geweest tot de periode tussen de inwerkingtreding ervan (1 augustus 1995) en de opheffing ervan (1 december 2004). Ten gevolge van de opheffing ervan zijn de bedoelde bepalingen uit de rechtsorde verdwenen. In principe heeft een partij geen belang meer om de nietigverklaring te vorderen van een bepaling die in de loop van het geding wordt opgeheven, tenzij zij aannemelijk maakt dat zij een actueel belang bij het beroep IX-1424-3/5 blijft behouden. Het komt derhalve in deze gewijzigde context aan de verzoeker toe om nader toe te lichten waarin zijn actueel belang bij het annulatieberoep nog bestaat.
  8. Door de staatsraad-verslaggever bij schrijven van 31 juli 2007 uitgenodigd om nadere toelichting te verstrekken over het behoud van zijn belang, in het licht van de opheffing van het koninklijk besluit van 22 juni 1998, heeft de verzoeker geen nadere toelichting verschaft. Hij is ook niet ter terechtzitting verschenen. Daar de verzoeker niet uiteenzet waarin zijn actueel belang nog bestaat moet, gelet op het bovenstaande, worden besloten dat hij geen actueel belang meer heeft bij zijn beroep.
  9. In de concrete omstandigheden van de zaak past het de verwerende partij te verwijzen in de kosten. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  10. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  11. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. IX-1424-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 28 januari 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS P. LEMMENS. IX-1424-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.046 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.