id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.049 Rolnummer: A. 80016/IX-1421 Zaak: Arrest 179049 - Varia (openbaar ambt) - 28/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-02-07 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-29 07:33 Fiche Arrest nr 179.049 van 28 januari 2008 Openbaar ambt - Varia (openbaar ambt) Beslissing : Verwerping Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 179.049 van 28 januari 2008 in de zaak A. 80.016/IX-
- In zake :
- Marc DEMAREST, die woonplaats kiest bij advocaat A. VERRIEST, kantoor houdende te BRUSSEL, Tedescolaan 7
- John STEEMAN, wonende te KRUIBEKE, Hubert Verschraegenlaan 6 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Mobiliteit. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE RAAD VAN STATE, IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Marc DEMAREST en John STEEMAN op 27 augustus 1998 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van artikel 88 van het koninklijk besluit van 22 juni 1998 tot vaststelling van de geldelijke bepalingen toepasselijk op de bijzondere graden van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 1 juli 1998; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 19 december 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; IX-1421-1/6 Gelet op de beschikking van 27 december 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 januari 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van adviseur L. CLOET, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : Over de gegevens van de zaak
- Het koninklijk besluit van 22 juni 1998 tot vaststelling van de geldelijke bepalingen toepasselijk op de bijzondere graden van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur strekt ertoe, blijkens zijn aanhef, om de geldelijke bepalingen in verband met de bijzondere graden van dat ministerie aan te passen aan de algemene herziening van de loopbanen en de bezoldigingsregeling van het personeel van de ministeries. Artikel 22 van dat besluit bevat bepalingen in verband met het geldelijk statuut van de agenten der zeevaartpolitie (nieuwe graad). Die bepalingen luiden als volgt: “Art.
- §
- Aan de bijzondere graad van agent der zeevaartpolitie (rang 20) wordt de weddeschaal 20 A verbonden. §
- ... §
- De agent der zeevaartpolitie die slaagt in het examen voor verhoging in weddeschaal, bekomt de weddeschaal 20 E. §§ 4-
- ...” Het bestreden artikel 88 van het genoemde besluit bevat bijzondere, afwijkende bepalingen ten gunste van bepaalde laureaten van een examen voor verhoging tot een geschrapte graad van de vroegere rang 22 (waartoe IX-1421-2/6 onder meer de graad van brigadier der zeevaartpolitie behoorde). Dat artikel luidt als volgt: “Art.
- In afwijking van artikel 22, §§1 tot 3, artikel 23, §§1 tot 3 en artikel 24, §§1 tot 3 van dit besluit en in afwijking van artikel 5 en 32 van het koninklijk besluit van 10 april 1995 tot vaststelling van de weddeschalen der aan verscheidene ministeries gemene graden, bekomen de laureaten, bij het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur, van een examen voor verhoging tot een geschrapte graad van de vroegere rang 22, waarvan het proces-verbaal werd afgesloten vóór 1 januari 1994, en die geen bevordering bekomen hebben tot een graad van de vroegere rang 22, de weddeschaal die wordt vastgesteld als volgt: 762.318 - 1.128.806.” Van belang voor de voorliggende zaak is ten slotte artikel 90 van het genoemde besluit. Dat besluit bevat eveneens bijzondere, afwijkende bepaling- en, specifiek ten gunste van bepaalde laureaten van een examen voor verhoging tot de geschrapte graad van brigadier der zeevaartpolitie (of van de te dezen niet ter zake doende graad van eerste scheepsmeter). Dat artikel luidt als volgt: “Art.
- De ambtenaar die geslaagd is voor een examen voor verhoging in graad tot de geschrapte graad van brigadier der zeevaartpolitie of eerste scheepsmeter, afgesloten of in uitvoering tussen 1 augustus 1995 en de datum van inwerkingtreding van dit besluit, wordt, op de datum van het afsluiten van het proces-verbaal van dit examen, geacht laureaat te zijn van een examen voor verhoging in weddeschaal onderscheidenlijk ingericht in de nieuwe graad van agent der zeevaartpolitie (R20) of scheepsmeter (R20).” Overeenkomstig artikel 94 van voormeld besluit treden de genoemde artikelen op 1 juli 1998 in werking.
- Op het ogenblik van het bestreden besluit zijn de verzoekers agent der zeevaartpolitie (nieuwe graad). Vóór de omvorming van de graden, met ingang van 1 augustus 1995, hadden zij de graad van agent van de zeevaartpolitie (oude graad). Blijkens een op 16 december 1997 opgesteld proces-verbaal slaagden zij in het bevorderingsexamen voor brigadier der zeevaartpolitie. De verzoekers zijn aldus laureaat van een bevorderingsexamen afgesloten na 1 augustus
- Zij genieten het voordeel van de afwijkende regeling vervat in artikel 90 van het koninklijk besluit van 22 juni 1998, en worden dus geacht te voldoen aan de voorwaarde bepaald in artikel 22, § 3, van dat besluit. Met toepassing van die laatste bepaling verkrijgen zij de weddeschaal 20 E, zijnde 635.253 - 976.
- IX-1421-3/6 Indien het examen van de verzoekers afgesloten was geweest vóór 1 januari 1994, dan zouden zij overeenkomstig artikel 88 van het genoemde besluit een bijzondere, hogere weddeschaal verkrijgen, namelijk 762.318 - 1.128.
- De bepalingen van het koninklijk besluit van 22 juni 1998 die betrekking hebben op de graden van de niveaus 4, 3, 2 en 2+ zijn opgeheven bij artikel 44 van het koninklijk besluit van 2 april 2004 houdende hervorming van de bijzondere loopbaan van sommige ambtenaren bij de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer. Voor de bijzondere graden van de vier genoemde niveaus is de opheffing gebeurd met ingang van 1 december 2003 (artikel 44, 5/). Het is dus met ingang van die datum dat onder meer de genoemde artikelen 22, 88 en 90 zijn opgeheven. De nog overblijvende bepalingen van het koninklijk besluit van 22 juni 1998 zijn vervolgens opgeheven, met ingang van 1 december 2004, bij artikel 10 van het koninklijk besluit van 11 oktober 2006 houdende hervorming van de bijzondere loopbaan van de ambtenaren van niveau A bij de Federale Overheids- dienst Mobiliteit en Vervoer. Over de ontvankelijkheid van het beroep
- De verzoekers vorderen de nietigverklaring van artikel 88 van het koninklijk besluit van 22 juni 1998 tot vaststelling van de geldelijke bepalingen toepasselijk op de bijzondere graden van het Ministerie van Verkeer en Infrastruc- tuur. Dat artikel is inmiddels opgeheven bij het koninklijk besluit van 2 april 2004 houdende hervorming van de bijzondere loopbaan van sommige ambtenaren bij de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, met ingang van 1 december
- De toepassing van het bestreden artikel is aldus in de tijd beperkt geweest tot de periode tussen de inwerkingtreding ervan (1 juli 1998) en de opheffing ervan (1 december 2003).
- Ten gevolge van de opheffing ervan is het bestreden artikel 88 uit de rechtsorde verdwenen. In principe heeft een partij geen belang meer om de nietigverklaring te vorderen van een bepaling die in de loop van het geding wordt opgeheven en -zoals te dezen- vervangen door een andere regeling, tenzij zij aannemelijk maakt dat zij een actueel belang bij het beroep blijft behouden. Het IX-1421-4/6 komt derhalve in deze gewijzigde context aan de verzoekers toe om nader toe te lichten waarin hun actueel belang bij het annulatieberoep nog bestaat.
- Daartoe uitgenodigd bij schrijven van de staatsraad-verslaggever van 31 juli 2007, heeft de tweede verzoeker, John STEEMAN, bij aangetekend schrijven van 16 september 2007 verwezen naar zijn brief van 29 maart 2001, gericht aan zijn toenmalige advocaat, waarin hij verklaarde te willen afzien van de voortzetting van de zaak. Uit het schrijven van 16 september 2007 kan worden afgeleid dat de verzoeker afstand doet van zijn beroep. Niets verzet zich tegen de inwilliging hiervan.
- De eerste verzoeker, Marc DEMAREST, verklaart eerst, met een schrijven van 19 september 2007, nog steeds een actueel belang te hebben bij een normale afwikkeling van het annulatieberoep. Hij legt uit dat hij ten gevolge van het bestreden besluit nog steeds een weddeverlies blijft lijden. Met een schrijven van 9 januari 2008 verklaart hij zich echter uitdrukkelijk te gedragen naar de wijsheid van de Raad van State. Uit dit laatste schrijven moet afgeleid worden dat de verzoeker afziet van de uiteenzetting over het behoud van zijn belang. Gelet op het boven- staande, moet dan ook worden besloten dat hij geen actueel belang meer heeft bij zijn beroep.
- In de concrete omstandigheden van de zaak past het de verweren- de partij te verwijzen in de kosten. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De afstand van het geding in hoofde van John STEEMAN wordt ingewilligd. IX-1421-5/6 Artikel
- Het beroep tot nietigverklaring van Marc DEMAREST wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 28 januari 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS P. LEMMENS. IX-1421-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.049 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.