id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.050 Rolnummer: A. 80020/IX-1425 Zaak: Arrest 179050 - Varia (openbaar ambt) - 28/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-02-06 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 07:33 Fiche Arrest nr 179.050 van 28 januari 2008 Openbaar ambt - Varia (openbaar ambt) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 179.050 van 28 januari 2008 in de zaak A. 80.020/IX-
- In zake : Pascal VAN DEN BERGE, die woonplaats kiest bij advocaat L. BREWAEYS, kantoor houdende te WEMMEL, de Limburg Stirumlaan 248 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Mobiliteit. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Pascal VAN DEN BERGE op 27 augustus 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de artikelen 22, § 2, en 40 van het koninklijk besluit van 22 juni 1998 tot vaststelling van de geldelijke bepalingen toepasselijk op de bijzondere graden van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 1 juli 1998; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 19 december 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 27 december 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 januari 2008; IX-1425-1/5 Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. CRISPYN, die loco advocaat L. BREWAEYS verschijnt voor de verzoeker, en van adviseur L. CLOET, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Over de gegevens van de zaak
- Het koninklijk besluit van 22 juni 1998 tot vaststelling van de geldelijke bepalingen toepasselijk op de bijzondere graden van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur strekt ertoe, blijkens zijn aanhef, om de geldelijke bepalingen in verband met de bijzondere graden van dat ministerie aan te passen aan de algemene herziening van de loopbanen en de bezoldigingsregeling van het personeel van de ministeries. Artikel 22 van dat besluit, waarvan paragraaf 2 bestreden wordt, bevat bepalingen in verband met het geldelijk statuut van de agenten der zeevaartpolitie (nieuwe graad). Die bepalingen luiden als volgt: “Art.
- §
- Aan de bijzondere graad van agent der zeevaartpolitie (rang 20) wordt de weddeschaal 20 A verbonden. §
- De agent der zeevaartpolitie die vier jaar graadanciënniteit heeft, geniet de weddeschaal 20 B. §§ 3-
- ...” De weddeschaal 20 A komt overeen met 540.922 - 878.947, de weddeschaal 20 B met 570.098 - 904.
- Het bestreden artikel 40 van het genoemde besluit bevat een afwijkende bepaling ten gunste van “de ambtenaar benoemd in de graad van agent der zeevaartpolitie, voorheen bekleed met de geschrapte graad van agent der IX-1425-2/5 zeevaartpolitie (R. 20) en die uiterlijk op 31 juli 1995 in dienst was bij het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur”. Die agent wordt bezoldigd in de hogere weddeschaal 578.561 - 913.
- Overeenkomstig artikel 94 van voormeld besluit treden de genoemde artikelen op 1 juli 1998 in werking.
- Op het ogenblik van het bestreden besluit was de verzoeker agent van de zeevaartpolitie, met vier jaar graadanciënniteit. Hij is in de loop van het jaar 1997 in dienst getreden. Met toepassing van het genoemde artikel 22, § 2, verkrijgt hij de weddeschaal 20 B. Indien de verzoeker reeds op 31 juli 1995 in dienst geweest zou zijn, zou hij de hogere weddeschaal, bedoeld in artikel 40, verkregen hebben.
- De bepalingen van het koninklijk besluit van 22 juni 1998 die betrekking hebben op de graden van de niveaus 4, 3, 2 en 2+ zijn opgeheven bij artikel 44 van het koninklijk besluit van 2 april 2004 houdende hervorming van de bijzondere loopbaan van sommige ambtenaren bij de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer. Voor de bijzondere graden van de vier genoemde niveaus is de opheffing gebeurd met ingang van 1 december 2003 (artikel 44, 5/). Het is dus met ingang van die datum dat onder meer de genoemde artikelen 22 en 40 zijn opgeheven. De nog overblijvende bepalingen van het koninklijk besluit van 22 juni 1998 zijn vervolgens opgeheven, met ingang van 1 december 2004, bij artikel 10 van het koninklijk besluit van 11 oktober 2006 houdende hervorming van de bijzondere loopbaan van de ambtenaren van niveau A bij de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer. Over de ontvankelijkheid van het beroep
- In haar laatste memorie werpt de verwerende partij een exceptie van onontvankelijkheid van het beroep op, afgeleid uit het ontbreken van het rechtens vereiste actueel belang. IX-1425-3/5 Volgens de verwerende partij heeft de verzoeker het belang bij zijn beroep verloren, daar hij op 1 april 1999 naar de toenmalige rijkswacht is overgeheveld. Volgens de verwerende partij verschilt het (reglementair) federaal overheidsstatuut fundamenteel van het (wettelijk) statuut van de rijkswacht. Zij besluit dan ook dat de band met de aangevochten handeling, die bovendien betrekking heeft op enkele geldelijke reglementaire bepalingen uitsluitend toepasselijk op de bijzondere graden van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur, verbroken is.
- Ambtshalve moet daarenboven vastgesteld worden dat de verzoeker de nietigverklaring vordert van de artikelen 22, § 2, en 40 van het koninklijk besluit van 22 juni 1998 tot vaststelling van de geldelijke bepalingen toepasselijk op de bijzondere graden van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur, en dat die artikelen inmiddels zijn opgeheven bij het koninklijk besluit van 2 april 2004 houdende hervorming van de bijzondere loopbaan van sommige ambtenaren bij de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, met ingang van 1 december
- De toepassing van de bestreden artikelen is aldus in de tijd beperkt geweest tot de periode tussen de inwerkingtreding ervan (1 juli 1998) en de opheffing ervan (1 december 2003). Ten gevolge van de opheffing ervan zijn de bestreden artikelen 22, § 2, en 40 uit de rechtsorde verdwenen. In principe heeft een partij geen belang meer om de nietigverklaring te vorderen van bepalingen die in de loop van het geding worden opgeheven en -zoals te dezen- vervangen door een andere regeling, tenzij zij aannemelijk maakt dat zij een actueel belang bij het beroep blijft behouden. Het komt derhalve in deze gewijzigde context aan de verzoeker toe om nader toe te lichten waarin zijn actueel belang bij het annulatieberoep nog bestaat.
- Door de staatsraad-verslaggever bij schrijven van 31 juli 2007 uitgenodigd om nadere toelichting te verstrekken over het behoud van zijn belang, in het licht van de opheffing van het koninklijk besluit van 22 juni 1998, heeft de verzoeker geen nadere toelichting verschaft. Ter terechtzitting verklaart hij zich op dit punt naar de wijsheid van de Raad van State te gedragen. IX-1425-4/5 Daar de verzoeker niet uiteenzet waarin zijn actueel belang nog bestaat moet, gelet op het bovenstaande, worden besloten dat hij geen actueel belang meer heeft bij zijn beroep.
- In de concrete omstandigheden van de zaak past het de verwerende partij te verwijzen in de kosten. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 28 januari 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS P. LEMMENS. IX-1425-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.050 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.