id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.052 Rolnummer: A. 80017/IX-1422 Zaak: Arrest 179052 - Varia (openbaar ambt) - 28/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-02-06 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-06-29 07:33 Fiche Arrest nr 179.052 van 28 januari 2008 Openbaar ambt - Varia (openbaar ambt) Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 179.052 van 28 januari 2008 in de zaak A. 80.017/IX-
- In zake :
- Hubert FACON, wonende te BREDENE, Spuikomlaan 26
- Jean PIETERS, wonende te BREDENE, Polderstraat 189 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Mobiliteit. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Hubert FACON en Jean PIETERS op 27 augustus 1998 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van: - het koninklijk besluit van 22 juni 1998 tot vaststelling van de personeelsformatie van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 30 juni 1998; - het koninklijk besluit van 22 juni 1998 houdende vereenvoudiging van de loopbaan van de ambtenaren van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 1 juli 1998; - de artikelen 13 en 16 van het koninklijk besluit van 22 juni 1998 tot vaststelling van de geldelijke bepalingen toepasselijk op de bijzondere graden van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 1 juli 1998; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 8 december 1999 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; IX-1422-1/4 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien het verzoek tot voortzetting alsmede de laatste memorie van de verzoekende partijen en de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 27 december 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 januari 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van Jean PIETERS, en van adviseur L. CLOET, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De verzoekers vorderen in de eerste plaats de nietigverklaring van het koninklijk besluit van 22 juni 1998 tot vaststelling van de personeelsformatie van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur. Dit besluit is opgeheven, met ingang van 1 januari 2000, bij het koninklijk besluit van 27 oktober 2000 tot vaststelling van de personeelsformatie van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur. Voorts vorderen de verzoekers de nietigverklaring van het koninklijk besluit van 22 juni 1998 houdende vereenvoudiging van de loopbaan van de ambtenaren van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur. Dat besluit is opgeheven, met ingang van 1 december 2004, bij artikel 10 van het koninklijk besluit van 11 oktober 2006 houdende hervorming van de bijzondere loopbaan van de ambtenaren van niveau A bij de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer. Ten slotte vorderen de verzoekers de nietigverklaring van de artikelen 13 en 16 van het koninklijk besluit van 22 juni 1998 tot vaststelling van de geldelijke bepalingen toepasselijk op de bijzondere graden van het Ministerie van IX-1422-2/4 Verkeer en Infrastructuur. Artikel 13 heeft betrekking op de weddeschaal van onder meer de zeevaartinspecteur (dek) (rang 10); artikel 16 heeft betrekking op de weddeschaal van zeevaartinspecteur (machines) (rang 28). De bepalingen van het koninklijk besluit van 22 juni 1998 die betrekking hebben op de graden van de niveaus 4, 3, 2 en 2+ zijn opgeheven bij artikel 44 van het koninklijk besluit van 2 april 2004 houdende hervorming van de bijzondere loopbaan van sommige ambtenaren bij de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer. Voor de bijzondere graden van de vier genoemde niveaus is de opheffing gebeurd met ingang van 1 december 2003 (artikel 44, 5/). De nog overblijvende bepalingen van het koninklijk besluit van 22 juni 1998 zijn vervolgens opgeheven, met ingang van 1 december 2004, bij artikel 10 van het koninklijk besluit van 11 oktober 2006 houdende hervorming van de bijzondere loopbaan van de ambtenaren van niveau A bij de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer.
- De bestreden besluiten zijn dus alle opgeheven. De toepassing van de bestreden bepalingen is telkens in de tijd beperkt geweest tot de periode tussen de inwerkingtreding en de opheffing ervan.
- Ten gevolge van de opheffing ervan zijn de bedoelde bepalingen uit de rechtsorde verdwenen. In principe heeft een partij geen belang meer om de nietigverklaring te vorderen van een bepaling die in de loop van het geding wordt opgeheven, tenzij zij aannemelijk maakt dat zij een actueel belang bij het beroep blijft behouden. Het komt derhalve in deze gewijzigde context aan de verzoekers toe om nader toe te lichten waarin hun actueel belang bij het annulatieberoep nog bestaat. Daartoe uitgenodigd bij schrijven van de staatsraad-verslaggever van 31 juli 2007, hebben de verzoekers bij aangetekende brief van 20 september 2007 verklaard dat zij “hun belang bij hun vordering verloren hebben” en “afstand van geding (wensen) te doen”. Ter terechtzitting bevestigt de tweede verzoeker het voornemen om afstand te doen. Niets verzet zich tegen de inwilliging van de afstand.
- De verzoekers vragen in hun genoemd schrijven om de verwerende partij te verwijzen in de kosten. Gelet op de concrete omstandigheden van de zaak is het passend om op deze vraag in te gaan. IX-1422-3/4 OM DIE REDENEN BESLIST DE VOORZITTER : Artikel
- De afstand van het geding wordt ingewilligd. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 28 januari 2008, door : de H. P. LEMMENS, kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-1422-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.052 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.