← België

Arrest 179090 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 29/01/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.090 Rolnummer: A. 79464/X-11379 Zaak: Arrest 179090 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 29/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-02-06 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 07:33 Fiche Arrest nr 179.090 van 29 januari 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 179.090 van 29 januari 2008 in de zaak A. 79.464/X-11.

  1. In zake : Stephanus DE BECKER, die woonplaats kiest bij advocaten M. BOES en W. MERTENS, kantoor houdende te 3580 BERINGEN, Scheigoorstraat 5 tegen :
  2. de gemeente LUBBEEK,
  3. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Stephanus DE BECKER op 22 juli 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van: - “het enig artikel” van het besluit van de gemeenteraad van Lubbeek van 23 oktober 1996 waarbij beslist wordt in vervanging van het gemeenteraadsbesluit van 31 augustus 1993 om het rooilijn- en innemingsplan Dunberg aan te nemen en om tot onteigening over te gaan van een perceel kadastraal bekend sectie C, nr. 99/g voor een oppervlakte van 2 a 63 ca, - het besluit van de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening van 30 maart 1998 waarbij gesteld wordt dat het algemeen nut de inbezitneming vordert van onroerende goederen aangegeven op het onteigeningsplan en waarbij aan het gemeentebestuur van Lubbeek machtiging tot onteigenen wordt verleend; Gelet op het arrest nr. 162.462 van 14 september 2006 waarbij de debatten worden heropend; Gezien het aanvullend verslag opgemaakt door auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de beschikking van 12 februari 2007 die de neerlegging ter griffie van het aanvullend verslag en van het dossier gelast; X-11.379-1/4 Gelet op de kennisgeving van het aanvullend verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 4 september 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 oktober 2007; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. BEELEN, die loco advocaten M. BOES en W. MERTENS verschijnt voor de verzoeker; Gehoord het eensluidend advies van auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  4. De verzoeker voert in een tweede middel de schending aan van “artikel 16 van de Grondwet doordat de verwerende partijen ten onrechte aannemen dat het algemeen nut de onteigening vordert”; De verzoeker licht in zijn verzoekschrift tot nietigverklaring dit middel als volgt toe : “het blijkt dat de klaarblijkelijk enige bedoeling van de verwerende partijen, en met name van de gemeente, met de voorgenomen onteigening is om het onderhoud van de nutsvoorzieningen die in het onteigende gedeelte liggen te kunnen realiseren. Zulks is op zich onvoldoende om het algemeen nut van de voorgenomen onteigening aan te tonen, vooreerst omdat er ook zonder onteigening mogelijkheden bestaan om het onderhoud van de nutsvoorzieningen te realiseren, vervolgens omdat niet alle nutsvoorzieningen door de gemeente worden aangelegd (dit geldt enkel slechts voor de riolering; de andere nutsvoorzieningen zijn aangelegd respectievelijk door de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening en de Provinciale Brabantse Ele(k)triciteitsmaatschappij). De nutsvoorzieningen kunnen klaarblijkelijk al jaren onderhouden worden zonder dat daarvoor onteigening dient plaats te vinden. Tenslotte, voor zover de gemeente al zou menen te moeten onteigenen om tot het onderhoud van de door haar aangelegde nutsvoorzieningen te kunnen overgaan, had zij kunnen volstaan met een ondergrondse inneming. Het was dus geenszins nodig om ook de hele eigendom te gaan onteigenen. Aldus heeft zij niet alleen de notie ‘algemeen nut’ miskend, maar bovendien ook de onteigening verder doorgevoerd dan nodig om haar doel te bereiken, voor zover dit al binnen de grenzen van het begrip ‘openbaar nut’ zou vallen.”. X-11.379-2/4 2.
  5. Artikel 16 van de Grondwet luidt als volgt : “Niemand kan van zijn eigendom worden ontzet dan ten algemene nutte, in de gevallen en op de wijze bij de wet bepaald en tegen billijke en voorafgaande schadeloosstelling”. 2.
  6. Artikel 21, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State van 16 januari 1993 zoals gewijzigd bij de wet van 17 oktober 1990 (hierna de Raad van State-wet genoemd) bepaalt dat : “Wanneer de verwerende partij het administratief dossier niet binnen de vastgestelde termijn toestuurt, worden, onverminderd artikel 21bis, de door de verzoekende partij aangehaalde feiten als bewezen geacht, tenzij deze feiten kennelijk onjuist zijn.”. 2.
  7. Het wordt niet betwist dat de verwerende partijen noch een administratief dossier, noch een memorie van antwoord hebben ingediend. Tevens blijkt dat de verwerende partijen geen verweer voeren en dat zij niet verschenen, noch vertegenwoordigd waren op de openbare terechtzitting. Uit wat voorafgaat volgt dat er aanleiding is om artikel 21, derde lid van de Raad van State-wet toe te passen, zodat de feiten die de verzoeker aanhaalt bewezen worden geacht, vermits deze niet kennelijk onjuist blijken te zijn. 2.
  8. Bij gebrek aan een administratief dossier kan de Raad van State niet beoordelen of de verwerende partij op goede gronden heeft kunnen besluiten dat het algemeen nut de bestreden beslissingen rechtvaardigt. Het tweede middel is dienvolgens gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  9. Vernietigd worden : - het besluit van de gemeenteraad van Lubbeek van 23 oktober 1996 waarbij beslist wordt in vervanging van het gemeenteraadsbesluit van 31 augustus 1993 om het rooilijn- en innemingsplan Dunberg aan te nemen en om tot onteigening over te gaan van een perceel kadastraal bekend sectie C, nr. 99/g voor een oppervlakte van 2 a 63 ca, X-11.379-3/4 - het besluit van de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening van 30 maart 1998 waarbij gesteld wordt dat het algemeen nut de inbezitneming vordert van onroerende goederen aangegeven op het onteigeningsplan en waarbij aan het gemeentebestuur van Lubbeek machtiging tot onteigenen wordt verleend. Artikel
  10. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partijen, ieder voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig januari 2008, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-11.379-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.090 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.162.462 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.