id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.097 Rolnummer: A. 186773/XII-5318 Zaak: Arrest 179097 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 29/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-02-05 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 07:33 Fiche Arrest nr 179.097 van 29 januari 2008 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 179.097 van 29 januari 2008 in de zaak A. 186.773/XII-
- In zake : de BVBA BATMAN & C/, die woonplaats kiest bij advocaat M. Van Battel, kantoor houdende te Mechelen, Brusselpoortstraat 26 tegen :
- de BURGEMEESTER VAN DE STAD MECHELEN,
- de STAD MECHELEN, die woonplaats kiezen bij advocaten C. Gysen en B. De Keyser, kantoor houdende te Mechelen, Antwerpsesteenweg 16-
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de BVBA Batman & C/ op 21 januari 2008 hebben ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 7 januari 2008 van de burgemeester van de stad Mechelen om de herberg aan de Leuvensesteenweg 27 te sluiten voor een duur van zes maanden; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 22 januari 2008 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 25 januari 2008 om 10.30 uur; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. Van Hoeij, die loco advocaat H. Van Battel verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat C. Gysen, die verschijnt voor de verwerende partijen; XII-5318-1/4 Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. De Somere; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Verwerende partijen betwisten de ontvankelijkheid van de vordering. Een onderzoek van en een uitspraak over de ontvankelijkheid komen evenwel alleen nodig voor indien aan de grondvoorwaarden voor een schorsing voldaan mocht zijn, hetgeen zoals hierna zal blijken niet het geval is.
- Opdat de Raad van State verzoeksters vordering kan inwilligen moet, krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State aan drie cumulatieve voorwaarden voldaan zijn. Eén ervan is dat de onmiddellij- ke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Artikel 17, § 3, vierde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vereist terzake dat de vordering een uiteenzetting bevat van de feiten die volgens de indiener het bevelen van de schorsing rechtvaardigen. Artikel 8, eerste lid, 3/, van de het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State specificeert dat de vordering dient te bevatten: “een uiteenzetting van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijke nadeel aantonen”. Zoals de Raad van State bijvoorbeeld reeds in zijn arrest inzake Ulfkotte, nr. 174.132 van 29 augustus 2007, mocht overwegen, is het voor een verzoekende partij dus zaak om het gevreesde moeilijk te herstellen ernstig nadeel zo precies en zo gedetailleerd mogelijk uiteen te zetten en te staven met concrete en verifieerbare gegevens.
- Verzoekster kan er niet van verdacht worden zich op dat stuk veel moeite te hebben getroost. Namelijk heeft zij zich ertoe beperkt in tien regels mee te delen dat zij “het opgebouwd cliënteel zal verliezen”, dat “een sluiting van zes maanden dreigt te resulteren in een definitieve sluiting” en dat zij “tijdens de periode XII-5318-2/4 van de sluiting haar contracten met leveranciers en de andere betrokken partijen dient na te komen, terwijl haar inkomsten zes maanden lang tot nul worden herleid”. Niet één bijzonderheid wordt vermeld; niet één stavingsstuk wordt bijgevoegd. Hoe groot het “opgebouwd cliënteel” is, hoeveel inkomsten de herberg opbrengt, welke contracten, tegenover wie, voort gehonoreerd moeten worden tijdens de sluiting: de Raad van State heeft er allemaal het raden naar. In de gegeven omstandigheden laat het aangevoerde nadeel zich dan ook niet als ernstig beoordelen en komt het gratuit en ongeloofwaardig voor dat een definitieve sluiting in voorkomend geval wezenlijk aan de bestreden beslissing zal kunnen en moeten worden toegeschreven.
- Verzoekster maakt niet concreet inzichtelijk en aannemelijk dat zij ten gevolge van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel riskeert. Aldus is aan tenminste één van de cumulatieve grondvoorwaarden voor een schorsing niet voldaan. Deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. XII-5318-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig januari 2008, door : de H. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. J. LUST. XII-5318-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.097 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.420 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div