id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.125 Rolnummer: A. 185574/IX-5776 Zaak: Arrest 179125 - Penitentiair recht - 30/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-02-05 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-29 07:33 Fiche Arrest nr 179.125 van 30 januari 2008 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 179.125 van 30 januari 2008 in de zaak A. 185.574/IX-
- In zake : Marc COYMANS, die woonplaats kiest bij advocaat T. HENDRICKX, kantoor houdende te GEEL, Stationsstraat 86 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Marc COYMANS op 15 oktober 2007 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de tuchtsanctie van 4 september 2007 opgelegd door de FOD Justitie, Directoraat- generaal uitvoering van straffen en maatregelen, strafinrichting Hoogstraten, waarbij alle uitgangsmodaliteiten van verzoeker voor een periode van 3 maanden werden opgeschort; Gelet op de beschikking van 30 oktober 2007 waarbij aan de verzoekende partij het verzoek tot het verkrijgen van de rechtsbijstand in het kader van de schorsingsprocedure wordt afgewezen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 21 december 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 14 januari 2008; IX-5776-1/4 Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat T. HENDRICKX die verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat E. VAN DEN BROECK, die loco advocaat C. RAYMAEKERS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Feiten
- De verzoeker verblijft in het Penitentiair Schoolcentrum te Hoogstraten. Op 4 september 2007 heeft de directeur hem een tuchtstraf opgelegd, op grond dat hij zich niet hield aan de voorwaarden waaronder hem een uitgaansvergunning was verleend. De tuchtstraf bestond erin dat alle uitgaans- modaliteiten gedurende drie maanden werden opgeschort. Deze beslissing vormt het voorwerp van de voorliggende vordering. Kennelijk is er binnen de diensten van de verwerende partij een discussie ontstaan over de vraag of de directeur van de gevangenis bevoegd was om een dergelijke beslissing te nemen. In elk geval heeft de Dienst individuele gevallen op 17 september 2007 een beslissing genomen die, volgens de verklaring van de verwerende partij, strekt tot herroeping van het penitentiair verlof en van de uitgaansvergunningen. Die beslissing blijkt door de verzoeker niet te zijn bestreden. De directeur van de gevangenis heeft vervolgens met een beslissing gedateerd “04/11/2007", maar volgens de verwerende partij in werkelijk- heid genomen op 5 november 2007, de bestreden beslissing van 4 september 2007 ingetrokken, met dien verstande dat de intrekking geen afbreuk doet aan de genoemde beslissing van de Dienst individuele gevallen van 17 september
- IX-5776-2/4
- Met twee onderscheiden verzoekschriften, ter post aangetekend op 15 oktober 2007, vordert de verzoeker de schorsing en de nietigverklaring van de bestreden beslissing. Met een dagvaarding in kort geding, op 5 november 2007 betekend aan de verwerende partij, heeft de verzoeker ook vóór de justitiële rechter de schorsing van de bedoelde beslissing gevorderd. Bij beschikking van 6 december 2007 heeft de Voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg te Turnhout de vordering afgewezen, bij gebrek aan hoogdringendheid. Ontvankelijkheid van de vordering
- De verwerende partij werpt een exceptie van onontvankelijkheid van de vordering tot schorsing op, afgeleid uit de miskenning van artikel 17, § 3, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- Volgens de verwerende partij bevat het verzoekschrift enkel de vordering tot schorsing, terwijl zij volgens de genoemde wetsbepaling tevens het verzoek tot nietigverklaring diende te bevatten.
- Overeenkomstig artikel 17, § 3, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, vervangen bij artikel 6, 3/, van de wet van 15 september 2006, in werking getreden op 1 juni 2007, moeten, behoudens in het (hier niet-toepasselijke) geval van uiterst dringende noodzakelijkheid, zowel de vordering tot schorsing als het beroep tot nietigverklaring in één en dezelfde akte worden ingesteld. De voorliggende vordering is met miskenning van dat substantieel vormvoorschrift ingediend door middel van een van het annulatieberoep onder- scheiden akte. De exceptie is dan ook gegrond.
- Gelet op deze conclusie, dient niet ingegaan te worden op de andere door de verwerende partij opgeworpen exceptie, noch op de weerslag van de intrekking van de bestreden beslissing op het voorliggende geding. IX-5776-3/4 OM DIE REDENEN BESLIST DE VOORZITTER : Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 30 januari 2008, door : de H. P. LEMMENS, kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-5776-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.125 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.