← België

Arrest 179126 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 30/01/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.126 Rolnummer: A. 185312/IX-5766 Zaak: Arrest 179126 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 30/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-02-08 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-29 07:33 Fiche Arrest nr 179.126 van 30 januari 2008 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 179.126 van 30 januari 2008 in de zaak A. 185.312/IX-5766. In zake : Jean-Louis HERRIER, die woonplaats kiest bij advocaat A. COOLSAET, kantoor houdende te ANTWERPEN, Arthur Goemaerelei 69 tegen : de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, die woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te BRUGGE, Gerard Davidstraat 46 b 1. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jean-Louis HERRIER op 28 september 2007 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoer- legging en de nietigverklaring van “de beslissing van de beoordelingscommissie N-1 van het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) betreffende de generieke geschiktheid van de heer Jean-Louis Herrier voor een functie in het middenkader d.d. 27 juli 2007, waarbij wordt beslist dat verzoeker niet in aanmerking komt voor een functie in het middenkader”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag over de vordering tot schorsing opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. VAN DER GUCHT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 4 december 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 januari 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; IX-5766-1/6 Gehoord de opmerkingen van advocaat A. COOLSAET die verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat N. DE CLERCQ die, loco advocaat B. STAELENS, verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd R. VAN DER GUCHT; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : 1. De verzoeker is de leidinggevend ambtenaar (coördinator) van de cel Kustzonebeheer van het Agentschap voor Natuur en Bos. In het Belgisch Staatsblad van 22 december 2006 wordt een bericht bekendgemaakt in verband met de selectieprocedure voor de aanstelling van personeelsleden in het middenkader bij de diensten van de Vlaamse overheid, meer bepaald in management- en projectleiderfuncties van niveau N-1. Volgens dat bericht worden de kandidaten vooreerst beoordeeld op hun generieke competenties, los van een concrete vacature. “De kandidaten die hierin geslaagd zijn, krijgen een zogenaamd toegangsticket, dat toegang verleent tot het functiespecifieke deel van de selectieprocedures voor middenkader. De vrijstelling voor het generieke deel is 7 jaar geldig (na de test of beëindiging van de aanstelling)”. In functie van één of meer concrete vacatures volgt dan, voor de geslaagde kandidaten, een beoordeling van de functiespecifieke competenties. Er wordt gepreciseerd, wat betreft de beoordeling van de generieke competenties, dat de kandidaten worden onderworpen aan een externe en een interne potentieelinschatting. Beide inschattingen wegen even zwaar in de eindbeoordeling, te geven door een beoordelingscommissie samengesteld op het niveau van de lijnmanagers van de entiteiten, raden of instellingen. De verzoeker schrijft zich in voor de beoordeling van de generieke competenties. De externe potentieelinschatting gebeurt door een privaatrechtelijke onderneming. In een verslag van 11 april 2007 geeft deze als eindconclusie: “Geschikt”. De interne potentieelinschatting gebeurt door de administrateur- IX-5766-2/6 generaal van het Agentschap voor Natuur en Bos. Uit een door haar ingevulde overzichtstabel van 25 mei 2007 blijkt dat zij voor één competentie, namelijk het “samenwerken”, van oordeel is dat “het potentieel voor het vereiste niveau ... niet zichtbaar (

  1. is)op dit moment”. Het gevolg hiervan is dat geen positieve potentieelinschatting gegeven wordt, aangezien daarvoor vereist is dat er voor geen enkele competentie een dergelijke ongunstige beoordeling wordt gegeven. Op 27 juli 2007 beslist de beoordelingscommissie N-1 van het beleidsdomein leefmilieu, natuur en energie (LNE), op grond van een ongunstige beoordeling van de competentie “samenwerken”, dat de verzoeker niet beschikt over voldoende potentieel op het instapniveau voor de uitoefening van een functie in het middenkader. Deze beslissing, die bij schrijven van 1 augustus 2007 aan de verzoeker ter kennis wordt gebracht, vormt het voorwerp van de voorliggende vordering. 2. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 3. In verband met het moeilijk te herstellen ernstig nadeel voert de verzoeker in de eerste plaats aan dat hij een moreel nadeel lijdt. Volgens de verzoeker worden hem belangrijke tekortkomingen verweten, terwijl hij kan terugblikken op een vlekkeloze carrière en staat van dienst. Bovendien heeft de bestreden beslissing tot gevolg dat de verzoeker minder zal kunnen rekenen op de bereidheid van anderen tot samenwerking met hem, precies omdat hij, ten onrechte, wordt afgeschilderd als iemand die totaal niet tot samenwerking in staat is. Voorts voert de verzoeker aan dat hij een materieel en professioneel nadeel lijdt. Hij wijst erop dat de Vlaamse overheid thans in volle reorganisatie is, en dat het niveau N-1, het zogenaamde middenkader, nieuw is. Thans komen zeer veel vacatures vrij voor N-1 functies, die weldra ingevuld zullen zijn. Het gaat telkens om permanente functies. Door de bestreden beslissing kan de verzoeker zich niet kandidaat stellen voor die functies, zodat hem op dit ogenblik elke mogelijkheid tot bevordering en verdere ontplooiing van zijn loopbaan wordt IX-5766-3/6 ontzegd. Nadat alle functies op N-1 niveau zullen zijn ingevuld, zullen er nog slechts occasioneel vacatures zijn, zodat de kansen van de verzoeker om tot dat niveau bevorderd te worden dan veel beperkter zullen zijn. Bovendien behouden de kandidaten die geslaagd zijn in de beoordeling van de generieke competenties dat resultaat gedurende zeven jaar, en is het niet zo dat er telkens naar aanleiding van nieuwe vacatures een nieuwe beoordeling van de generieke competenties wordt georganiseerd. De verzoeker besluit dat het voor hem dan ook een kwestie is “van nu of wellicht nooit meer”. 4. In zoverre de verzoeker een moreel nadeel inroept, gaat de Raad van State ervan uit dat dit nadeel in beginsel hersteld kan worden door de morele genoegdoening die een eventuele vernietiging van de bestreden beslissing, na afloop van de rechtspleging ten gronde, met zich brengt. Er kunnen weliswaar uitzonderlijk gevallen zijn waar dit anders is, maar de verzoeker maakt niet aannemelijk dat hij zich in een dergelijk geval bevindt. De Raad van State merkt hierbij op dat de bestreden beslissing de verzoeker geenszins verwijt “vooral zijn eigenbelang en persoonlijke voordelen na te streven”, zoals de verzoeker die beslissing begrijpt. Als er in de bestreden beslissing sprake is van “het nastreven van persoonlijke doeleinden” en van het voorrang geven aan “eigen voordelen”, dan gaat het kennelijk niet om het nastreven van belangen en voordelen in de privé-sfeer. Zoals de verwerende partij terecht opmerkt, wordt in de bestreden beslissing integendeel enkel bedoeld dat de verzoeker focust op het realiseren van de opdrachten van de eigen deelentiteit, en dat hij de soepelheid mist om problemen “entiteitsoverschrijdend” aan te pakken. Bovendien erkent de verwerende partij dat de bestreden beslissing, wat betreft de beoordeling van de andere competenties dan de competentie “samenwerking”, vrij lovend is voor de verzoeker. Zij interpreteert de bestreden beslissing als een “signaal”: als de verzoeker dat signaal opvangt, kan hij bij een volgende beoordeling wel geschikt bevonden worden. Het aangevoerde moreel nadeel is in de gegeven omstandigheden niet voldoende ernstig om een schorsing te kunnen verantwoorden. 5. In zoverre de verzoeker een materieel en professioneel nadeel inroept, lijkt hij ervan uit te gaan dat hij gedurende een hele tijd in de IX-5766-4/6 onmogelijkheid zal zijn om zich kandidaat te stellen voor een functie in het middenkader. De verwerende partij wijst er evenwel terecht op dat niets toelaat om te veronderstellen dat het nog jaren zal duren voordat nog een beoordeling van de generieke competenties zal worden georganiseerd. In de nota “Nieuwe selectieprocedure voor middenkader gaat van start”, die in 2006 aan alle betrokken personeelsleden is meegedeeld, is aangekondigd dat de beoordeling van de generieke competenties een eerste keer plaatsvindt in de eerste helft van 2007, en dat het voorts “de bedoeling (
  2. is)om in het voorjaar van 2008 de testing van de generieke competenties een tweede keer te organiseren”. Weliswaar was er op het ogenblik van de sluiting van de debatten nog geen concrete regeling inzake de organisatie van die tweede beoordeling, maar de verwerende partij heeft ter terechtzitting verzekerd dat deze wel degelijk nog in het voorjaar van 2008 zal plaatsvinden en dat nadien elk jaar een beoordeling georganiseerd zal worden. Indien de verzoeker zich opnieuw laat beoordelen op zijn generieke competenties en hij in die beoordeling slaagt, kan hij zich kandidaat stellen voor de functies die nadien vacant verklaard worden. Het is juist dat ondertussen al wel een aantal functies in het middenkader vacant verklaard zijn (en nog vacant verklaard kunnen worden), en dat de verzoeker zich daarvoor geen kandidaat heeft kunnen stellen (of zal kunnen stellen). Met betrekking tot de reeds vrijgekomen plaatsen wijst de verzoeker op één vacature waarvoor hij in aanmerking zou kunnen komen. Het gaat echter, zoals de verwerende partij terecht opmerkt, om een vacature in het beleidsdomein ruimtelijke ordening, woonbeleid en onroerend erfgoed, zijnde een ander beleidsdomein dan dat waarin de verzoeker actief is, waarvoor er allicht kandidaten zullen zijn met een ruimere specifieke ervaring dan de verzoeker. Voor het overige blijkt dat op het ogenblik van de sluiting van de debatten nog niet alle functies van het niveau N-1 vacant verklaard zijn, en dat er met name binnen het Agentschap Natuur en Bos nog geen dergelijke vacature is. In de gegeven omstandigheden maakt de verzoeker dan ook niet aannemelijk dat hij een moeilijk te herstellen materieel of professioneel nadeel lijdt. 6. Bij gebreke van een ernstig, of minstens een moeilijk te herstellen nadeel, is niet voldaan aan één van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de IX-5766-5/6 tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. OM DIE REDENEN BESLIST DE VOORZITTER : Artikel 1. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel 2. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 30 januari 2008, door : de H. P. LEMMENS, kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-5766-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.126 Gerelateerde publicatie(
  3. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.079 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.