← België

Arrest 179177 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 31/01/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 31 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.177 Rolnummer: A. 88709/XII-2388 Zaak: Arrest 179177 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 31/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-02-11 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 07:34 Fiche Arrest nr 179.177 van 31 januari 2008 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 179.177 van 31 januari 2008 in de zaak A. 88.709/XII-

  1. In zake : de STAD AALST tegen : het VLAAMSE GEWEST. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de stad Aalst op 27 december 1999 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 3 november 1999 van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Sport waarbij het besluit van 9 augustus 1999 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Aalst houdende het opleggen van de tuchtsanctie van schorsing gedurende twee dagen met inhouding van wedde aan de heer Jozef Pieters, statutair brandweerman, niet wordt goedgekeurd; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur B. Thys; Gelet op de beschikking van 20 januari 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 4 juli 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 11 september 2007; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van bestuurssecretaris H. Van De Perre, die verschijnt voor de verzoekende partij; XII-2388-1/5 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur B. Thys; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
  2. Op 9 augustus 1999 beslist het college van burgemeester en schepenen van Aalst om Jozef Pieters, brandweerman, bij tuchtmaatregel gedurende twee dagen te schorsen met inhouding van wedde “wegens tekortkomingen aan zijn beroepsplichten inzake werkwijze en efficiëntie, door in de nacht van 6 op 7 september 1998 wegens een technische fout, de evacuatie van een slachtoffer onnodig lang te laten duren”. Bij aangetekende brief van 13 augustus 1999 delen de burgemeester en de stadssecretaris Jozef Pieters mee : “Hierbij brengen wij u de beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen van 9 augustus 1999 ter kennis waarbij u als tuchtstraf de schorsing gedurende twee dagen met inhouding van wedde wordt opgelegd wegens tekortkomingen aan uw beroepsplichten, inzonderheid inzake werkwijze en efficiëntie door in de nacht van 6 op 7 september 1998 wegens een zware technische fout de evacuatie van een slachtoffer onnodig lang te laten duren. Tegen deze beslissing kan een beroep worden ingesteld bij de heer Minister van de Vlaamse Gemeenschap, dienst Tuchtzaken, Markiesstraat 1 te 1000 Brussel en dit binnen de dertig

(30)dagen”. Bij brief van dezelfde datum zenden de burgemeester en de stadssecretaris het volledige tuchtdossier van Jozef Pieters en “een afschrift van de betekening van de uitspraak aan de betrokkene” naar de “Minister van de Vlaamse Gemeenschap”. Bij aangetekende brief van 8 september 1999 stelt Jozef Pieters bij voornoemde minister beroep in tegen het tuchtbesluit. Op 3 november 1999 beslist de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Sport het tuchtbesluit van 9 augustus 1999 niet goed te keuren omdat de tuchtfeiten verjaard zijn. Dit is de bestreden beslissing.
  1. Ambtshalve wordt vastgesteld dat het besluit van 9 augustus 1999 van het college van burgemeester en schepenen van Aalst waarbij Jozef Pieters bij XII-2388-2/5 tuchtmaatregel gedurende twee dagen wordt geschorst met inhouding van wedde, welk besluit door de bestreden beslissing niet wordt goedgekeurd, krachtens artikel 307, tweede lid, van de nieuwe gemeentewet als ingetrokken moet worden beschouwd. Artikel 307 van de nieuwe gemeentewet luidt : “Van de met redenen omklede beslissing wordt zonder verwijl kennis gegeven aan de betrokkene, hetzij bij een ter post aangetekende brief, hetzij door overhandiging tegen ontvangstbewijs. Wordt van de beslissing geen kennis gegeven binnen de termijn van tien werkdagen, dan wordt ze als ingetrokken beschouwd. Tuchtvervolging voor dezelfde feiten kan niet worden ingesteld. In de kennisgeving van de beslissing wordt melding gemaakt van de bij de wet bepaalde rechtsmiddelen en van de termijn waarbinnen ze uitgeoefend kunnen worden”. Uit de aangehaalde wetsbepaling blijkt dat de voorgeschreven kennisgeving niet enkel de eigenlijke tuchtbeslissing, doch ook de motieven ervan moet omvatten: “de met redenen omklede beslissing” moet ter kennis worden gebracht. Zulks vindt ten overvloede bevestiging in de memorie van toelichting bij het wetsontwerp dat de wet van 24 mei 1991 is geworden, die de aangehaalde wetsbepaling in de nieuwe gemeentewet heeft ingevoegd (Parl. St. Kamer 1990-91, nr. 1400/1, 15) : “De beslissing, de motivatie inbegrepen, moet binnen een termijn van tien werkdagen worden betekend aan de betrokkene hetzij bij ter post aangetekend schrijven, hetzij door overhandiging tegen ontvangstbewijs. De termijn begint te lopen de dag volgend op de beslissing. Geschiedt de betekening niet, dan vervalt de tuchtstraf”. Tevergeefs argumenteert verzoekster in de laatste memorie dat “het aangetekend schrijven van 13 augustus 1999 + het integrale tuchtbesluit van het College van Burgemeester en Schepenen dd. 9 augustus 1999 [...] als 1 geheel [werden] overgemaakt aan de heer Jozef Pieters”, en dat de zinsnede “Hierbij brengen wij u de beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen van 9 augustus 1999 ter kennis” duidelijk impliceert dat de integrale beslissing van het college van burgemeester en schepenen “mede overgemaakt werd”. De brief van 13 augustus 1999 aan verzoeker bevat geen enkele aanwijzing waaruit met een minimale zekerheid kan worden afgeleid dat er een afschrift van het tuchtbesluit van 9 augustus 1999 was bijgevoegd. Het bijwoord XII-2388-3/5 “Hierbij” -in de eerste zin van de brief- slaat kennelijk niet op iets wat aan de brief is toegevoegd en tezamen ermee is opgestuurd of “overgemaakt”, maar heeft de waarde van “langs deze weg”. Naast het voorgedrukte woord “bijlagen”, in de kop van de brief, is niets vermeld, in tegenstelling tot wat het geval is naast de voorgedrukte woorden “ons kenmerk” en “vragen naar”. Een en ander is des te meer frappant en veelbetekend in het licht van de brief die de stad op dezelfde datum aan de toezichthoudende overheid heeft gericht. Daarin is klaar en duidelijk sprake van “In bijlage sturen wij u”. In de gegeven omstandigheden wordt aangenomen dat aan Jozef Pieters enkel kennis is gegeven van de opgelegde tuchtmaatregel en van de tekortkoming waarvoor die maatregel werd opgelegd. Er werd hem evenwel geen kennis gegeven van de feitelijke en juridische motieven die aan de tuchtbeslissing ten grondslag liggen.
  2. De vaststelling dat de kennisgeving van de tuchtbeslissing aan Jozef Pieters onvolledig is geweest zodat de beslissing krachtens artikel 307, tweede lid, van de nieuwe gemeentewet als ingetrokken moet worden beschouwd, brengt noodzakelijk mee dat verzoekster geen belang erbij heeft om nog de niet-goedkeuring van de tuchtbeslissing vernietigd te zien worden. Wat er van de niet-goedkeuring immers ook zij, de betrokken tuchtstraf is en blijft ingetrokken. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  3. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  4. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verzoekster. XII-2388-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op eenendertig januari 2008, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. D. VERBIEST. XII-2388-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.177 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.