← België

Arrest 179179 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 31/01/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 31 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.179 Rolnummer: A. 77551/XII-1084 Zaak: Arrest 179179 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 31/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-02-11 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 07:34 Fiche Arrest nr 179.179 van 31 januari 2008 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 179.179 van 31 januari 2008 in de zaak A. 77.551/XII-

  1. In zake : de VZW BRABANTSE GOLF, die woonplaats kiest bij advocaat K. Van Alsenoy, kantoor houdende te 1000 Brussel, A. Dansaertstraat 92 tegen : de GEMEENTE STEENOKKERZEEL, die woonplaats kiest bij advocaat T. Dewandre, kantoor houdende te 1000 Brussel, Jan Jacobsplein
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de VZW Brabantse Golf op 12 februari 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 11 december 1997 van de gemeenteraad van de gemeente Steenokkerzeel waarbij de gemeenteraadsbeslissing van 13 november 1997 tot opheffing van de belasting op de privé-golfterreinen, wordt ingetrokken; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur P. De Somere; Gelet op de beschikking van 26 juni 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 10 september 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 november 2007; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; XII-1084-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat K. Van Alsenoy, die verschijnt voor verzoekster, en van advocaat T. Dewandre, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. De Somere; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De voorgaanden
  3. Op 14 december 1995 beslist de gemeenteraad van Steenokkerzeel voor de dienstjaren 1996 tot en met 2000 een belasting te heffen op de privé-golfterreinen gelegen op het grondgebied van de gemeente. De gemeenteraad besluit op 13 november 1997 dat de gemeenteraadsbeslissing van 14 december 1995 “wordt ingetrokken vanaf het dienstjaar 1998”. Hij komt hierop terug met het bestreden besluit van 11 december 1997, volgens hetwelk de gemeenteraadsbeslissing van 13 november 1997 wordt ingetrokken en de gemeenteraadsbeslissing van 14 december 1995 ongewijzigd uitgevoerd zal worden. De ontvankelijkheid Stelling van de partijen
  4. Verwerende partij betwist in de memorie van antwoord de ontvankelijkheid van het beroep. Zij werpt onder meer op dat verzoekster in gebreke blijft aan te tonen dat het daartoe bevoegde orgaan tijdig besloten heeft het beroep in te dienen, dat de raad van bestuur niet beslist heeft een beroep tot nietigverklaring in te dienen, maar enkel “bezwaar in te dienen bij de gemeente Steenokkerzeel”, dat het indienen van een annulatieberoep “geheel verschillend is van het indienen van een bezwaarschrift bij de gemeente”, en dat juist inzake gemeentebelastingen, waar de mogelijkheid bestaat om tegen een aanslag bezwaar in te dienen bij de bestendige XII-1084-2/5 deputatie, de beslissing van de raad van bestuur onmogelijk kan worden beschouwd als een beslissing om een annulatieberoep in te stellen.
  5. Verzoekster repliceert in de memorie van wederantwoord en in de laatste memorie dat de raad van beheer (thans en hierna: raad van bestuur) op 28 januari 1998 heeft beslist om de herinvoering van de belasting “met alle rechtsmiddelen te bestrijden (Best. Deputatie - Raad van State...)”, dat dit “impliciet en ondubbelzinnig” uit de notulen van de vergadering blijkt en uit de verduidelijking van de voorzitters van het dagelijks bestuur en van de raad van bestuur, dat er geen andere interpretatie mogelijk is dan dat de raad van bestuur machtiging verleende om ook de procedure voor de Raad van State in te stellen, dat“voor zover de Gemeente inderdaad niet opnieuw de beslissing zou intrekken” de enige zinvolle procedure een verhaal bij de Raad van State was, dat “een eenvoudig willig en facultatief verzoek aan de gemeente om opnieuw op haar beslissing terug te komen [...] totaal inopportuun en zinloos was”, dat overigens verzoekster niet verplicht is notulen op te stellen en de bestuurders eenvoudig hadden kunnen bevestigen dat wel degelijk machtiging werd gegeven of de notulen hadden kunnen aanpassen “conform de wensen van het auditoraat of Uw Raad”. Beoordeling
  6. Het is niet betwist dat te dezen de beslissing van de verzoekende vereniging om het onderhavige annulatieberoep in te stellen aan de raad van bestuur van die vereniging toekwam. Terzake heeft verzoekster bij haar verzoekschrift als stuk 3 een verklaring van 28 januari 1998 van de voorzitter van de beheerraad gevoegd, waarin wordt meegedeeld dat de raad van beheer die dag beslist heeft “bezwaar in te dienen bij de gemeente Steenokkerzeel tegen de herinvoering van de belasting op de Brabantse Golfclub VZW” en dat advocaat K. Van Alsenoy ermee belast wordt “de belangen van de VZW Brabantse Golfclub te behartigen”. In antwoord op een brief van 14 maart 2001 van de auditeur bezorgt verzoekster met een brief van 9 april 2001 een voor eensluidend verklaard afschrift van het verslag van de vergadering van 28 januari 1998 van de raad van bestuur. Het verslag vermeldt, sub
  7. “Varia”, tweede alinea : XII-1084-3/5 “De Raad van Beheer beslist heden bezwaar in te dienen bij de Gemeente Steenokkerzeel tegen de herinvoering van de gemeentebelasting op de Brabantse Golf VZW. De heer Karel Van Alsenoy [...] wordt belast de belangen van de VZW Brabantse Golfclub te behartigen”.
  8. De verklaring van 28 januari 1998 van de voorzitter en de notulen van de raad van bestuur van dezelfde dag zijn duidelijk en zonder enige dubbelzinnigheid: door de raad van bestuur is op 28 januari 1998 alleen beslist om bezwaar in te dienen bij de gemeente. Noch expliciet, noch impliciet werd besloten de gemeenteraadsbeslissing van 11 december 1997 “met alle rechtsmiddelen”, en inzonderheid met een annulatieberoep, te bestrijden. Dat verzoekster niet verplicht was om notulen van de raad van bestuur op te stellen en de bestuurders dan ook de vrijheid genomen konden hebben om over de genomen beslissingen om het even wat te verklaren, doet niet terzake. Er zijn te dezen nu eenmaal notulen opgesteld. De draagwijdte van die notulen kan niet zomaar retroactief gewijzigd worden door een verklaring van een half jaar later waarin de voorzitter van de raad van bestuur en de voorzitter van het dagelijks bestuur “voor zover als nodig” bevestigen dat “tijdens de beheerraadsvergadering van 28 januari 1998, beslist werd om een bezwaar in te dienen [...] zowel voor de Raad van State als bij de bestendige Deputatie”. Ook het argument dat een demarche bij de gemeente a priori zinloos was en alleen een annulatieberoep iets kon uithalen, is geen reden om aan te nemen dat de raad van bestuur op 28 januari 1998 anders heeft beslist dan hij gedaan heeft. Dat is des te minder het geval omdat een bezwaar bij de gemeente geenszins zo evident inopportuun en zinloos was als verzoekster wil doen voorkomen. Per slot van rekening ligt aan de afschaffing op 13 november 1997 van het belastingreglement van 14 december 1995 ook alleen maar een “eenvoudig willig en facultatief verzoek” van verzoekster ten grondslag (stukken 23, 25 en 26 van het administratief dossier). Aangezien zo een verzoek kon volstaan om de belasting te doen afschaffen, is niet meteen in te zien waarom dan eenzelfde verzoek per definitie niet de verwerende partij ertoe had kunnen bewegen om op de intrekking van die afschaffing terug te komen.
  9. De exceptie is gegrond. Het beroep is onontvankelijk. XII-1084-4/5 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  10. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  11. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verzoekster. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op eenendertig januari 2008, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. D. VERBIEST. XII-1084-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.179 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.