← België

Arrest 179260 - Organisatie van de dienst - 01/02/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.260 Rolnummer: A. 178507/IX-5461 Zaak: Arrest 179260 - Organisatie van de dienst - 01/02/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-02-13 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-29 07:34 Fiche Arrest nr 179.260 van 1 februari 2008 Openbaar ambt - Organisatie van de dienst Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 179.260 van 1 februari 2008 in de zaak A. 178.507/IX-

  1. In zake : Angelo DECEUNINCK, die woonplaats kiest bij advocaat W. VANDENBUSSCHE, kantoor houdende te HARELBEKE, Tuinstraat 37 tegen : de Politiezone Dentergem/Ingelmunster/Meulebeke/ Oostrozebeke/Wielsbeke (MIDOW). --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Angelo DECEUNINCK op 15 november 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 18 september 2006 van het politiecollege van de Politiezone Dentergem/Ingelmunster/Meulebeke/Oostrozebeke/Wielsbeke (MIDOW) waarbij hij voorlopig geschorst wordt gedurende vier maanden met inhouding van 10% van zijn wedde; Gelet op het arrest nr. 166.711 van 16 januari 2007 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op het verzoek tot voortzetting ingediend op 5 februari 2007 door de verzoekende partij; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij op 25 april 2007 van het feit dat de verwerende partij verzuimd heeft een memorie van antwoord in te dienen; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer uitspraak zal doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste IX-5461-1/3 belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Gelet op het schrijven van de verzoekende partij van 9 november 2007, waarbij zij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 11 januari 2008, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 28 januari 2008; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat W. VANDENBUSSCHE, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat B. VERHAEGHE die, loco advocaat I. LIETAER verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. COLIN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat bij het versturen van de mededeling aan de verzoekende partij van het feit dat de verwerende partij verzuimd heeft binnen de haar toegekende termijn een memorie van antwoord in te dienen, de hoofdgriffier melding heeft gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14bis, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van zestig dagen, gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen toelichtende memorie ingediend heeft; dat krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid, vastgesteld dient te worden dat het vereiste belang ontbreekt om de gevorderde nietigverklaring te verkrijgen; Overwegende dat de raadsman van de verzoekende partij, die gevraagd had te worden gehoord, ter terechtzitting uiteengezet heeft dat hij, wegens het totaal gebrek aan verweer vanwege de verwerende partij, zijn argumenten uit het verzoekschrift niet nader hoefde te ontwikkelen; IX-5461-2/3 Overwegende dat artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State een algemene draagwijdte heeft en met name ook van toepassing is wanneer de verwerende partij geen enkel verweer biedt; dat immers met het indienen van een toelichtende memorie de verzoekende partij duidelijk maakt dat zij nog steeds belang stelt in de normale afhandeling van het geschil, BESLUIT: Artikel
  2. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  3. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 1 februari 2008, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-5461-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.260 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.711 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.