id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.311 Rolnummer: A. 141578/X-11575 Zaak: Arrest 179311 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 05/02/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-02-14 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-29 07:35 Fiche Arrest nr 179.311 van 5 februari 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 179.311 van 5 februari 2008 in de zaak A. 141.578/X-11.
- In zake :
- de n.v. DE SCHUTTER,
- de n.v. DE SCHUTTERIJ, die woonplaats kiezen bij advocaten T. ICKMANS en E. NEUTS, kantoor houdende te 3960 BREE, Witte Torenwal 17/1/1 tegen : de deputatie van de provincieraad van LIMBURG. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. DE SCHUTTER en de n.v. DE SCHUTTERIJ op 15 september 2003 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “het besluit d.d. 10 juli 2003 genomen door de Bestendige Deputatie van de Provincieraad Limburg waarbij het beroep vanwege verzoeksters tegen de beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen te Neerpelt houdende weigering van een stedenbouwkundige vergunning niet werd ingewilligd”; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de beschikking van 9 november 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting van de verzoekende partijen; Gezien de laatste memorie van de verwerende partij; X-11.575-1/3 Gelet op de beschikking van 15 juni 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 28 september 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : De verwerende partij werpt in haar memorie van antwoord de volgende exceptie van niet-ontvankelijkheid op : “Overwegende dat het verzoekschrift tot nietigverklaring d.d. 15 september 2003 werd ingediend bij uw Raad door de twee naamloze vennootschappen die, blijkens het verzoekschrift zelf, eigenaars zijn van de percelen grond waarop de stedenbouwkundige regularisatieaanvraag en het beroep bij ons college betrekking had; dat evenwel, een verzoekschrift tot nietigverklaring ingediend door een NV, overeenkomstig de vaste rechtspraak van uw Raad, slechts ontvankelijk is, indien tijdig en door het bevoegde orgaan van de NV tot het instellen van het beroep werd beslist; dat dit bevoegde orgaan, in regel en op grond van artikel 522 van het Wetboek van Vennootschappen, de Raad van Bestuur is van de NV; dat het ons college evenwel onmogelijk is na te gaan of het verzoekschrift, eventueel na een verzoek in die zin van de diensten van uw Griffie, vergezeld is van de vereiste stukken om de procesbevoegdheid van de verzoekende partijen na te gaan, m.n. de statuten van de beide NV’s, alsmede van de stukken waaruit blijkt dat tot het instellen van het beroep werd beslist door de daartoe bevoegde organen van beide NV’s, overeenkomstig de geldende wettelijke en statutaire bepalingen; dat ons college uw Raad dan ook vraagt te beoordelen of de bevoegde organen van beide NV’s tijdig hebben beslist tot het instellen van het beroep en, voor zover blijkt dat deze vereiste niet werd nageleefd, het beroep tot nietigverklaring tegen het bestreden besluit van ons college als onontvankelijk te verwerpen”. De verzoekende partijen repliceren noch in hun memorie van wederantwoord, noch in hun laatste memorie op de exceptie opgeworpen door de verwerende partij. Het komt aan de verzoekende rechtspersonen toe te bewijzen dat zij correct en tijdig in rechte zijn getreden. X-11.575-2/3 Niettegenstaande een daartoe in het auditoraatsverslag uitdrukkelijk geformuleerde vraag, werd door de verzoekende partijen geen bewijs overgelegd dat de terzake bevoegde organen tijdig besloten hebben om het onderhavige annulatieberoep in te stellen. Het beroep is bijgevolg onontvankelijk. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijf februari 2008, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-11.575-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.311 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div