← België

Arrest 179313 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 05/02/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.313 Rolnummer: A. 57326/X-9521 Zaak: Arrest 179313 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 05/02/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-02-14 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 07:35 Fiche Arrest nr 179.313 van 5 februari 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 179.313 van 5 februari 2008 in de zaak A. 57.326/X-

  1. In zake :
  2. Ernst SMIT,
  3. Jean HUNTER, die woonplaats kiezen bij advocaat A. CRAEYBECKX, kantoor houdende te 2600 ANTWERPEN, Uitbreidingstraat 80 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat P. AERTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure
  4. tussenkomende partij : de gemeente ZOERSEL, die woonplaats kiest bij advocaat R. POCKELE-DILLES, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Stoopstraat
  5. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Ernst SMIT en Jean HUNTER op 6 april 1994 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 17 januari 1994 van de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden houdende inwilliging van het beroep van de gemeente Zoersel tegen het besluit van 18 mei 1989 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen waarbij aan de vennootschap Ashroad Properties Ltd. de vergunning wordt verleend voor het verbouwen van een bestaande hoeve en voor het wijzigen van het gebruik ervan te Zoersel, Voorste Hoeven, kadastraal bekend sectie C, nrs. 115/e, 116/a, 118/a en 123 (delen); Gelet op het arrest nr. 154.608 van 7 februari 2006 waarbij de debatten worden heropend en het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt gelast met het aanvullend onderzoek; X-9521-1/4 Gezien het aanvullend verslag opgemaakt door eerste auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de beschikking van 19 december 2006 die de neerlegging ter griffie van het aanvullend verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het aanvullend verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 18 september 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 oktober 2007; Gehoord het verslag van staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. VAN AKEN, die loco advocaat A. CRAEYBECKX verschijnt voor de verzoekers; Gehoord het eensluidend advies van auditeur T. DE WAELE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  6. De feiten De feitelijke omstandigheden van de zaak werden uiteengezet in het arrest nr. 154.608 van 7 februari 2006, waarnaar hierbij wordt verwezen.
  7. Ontvankelijkheid van het beroep - belang 2.
  8. Bij voormeld arrest nr. 154.608 van 7 februari 2006 werden de debatten heropend teneinde het ter terechtzitting aangevoerde ambtshalve middel, afgeleid uit de schending van het op het ogenblik van het bestreden besluit van toepassing zijnde artikel 44, §1 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw (hierna: de stedenbouwwet) te onderzoeken. X-9521-2/4 2.
  9. Ingeval er essentiële wijzigingen aan de oorspronkelijk aan het college van burgemeester en schepenen voorgelegde plannen worden aangebracht nadat beroep werd ingesteld op grond van het op het ogenblik van het bestreden besluit geldende artikel 55 van de stedenbouwwet, kunnen noch de bestendige deputatie, noch de bevoegde minister zich over die wijzigingen uitspreken aangezien luidens artikel 44, § 1 van dezelfde wet de beschikking op bouwaanvragen in de eerste plaats aan de gemeentelijke overheid is opgedragen en, buiten het in artikel 55, § 1 van die wet bedoelde geval, waarin het college van burgemeester en schepenen verzuimt zich binnen de gestelde termijn over de vergunningsaanvraag uit te spreken, door geen andere overheid over een vergunningsaanvraag beslist kan worden zonder dat eerst de gemeente erover uitspraak heeft gedaan. 2.
  10. Uit de gegevens van de zaak blijkt -hetgeen door de verzoekers overigens wordt beaamd- dat onder meer de door de bestendige deputatie verleende bouwvergunning op essentiële punten afwijkt van de vergunningsaanvraag die aan het college van burgemeester en schepenen werd voorgelegd en waarover het college van burgemeester en schepenen heeft beslist. De bestendige deputatie overweegt ter zake in haar besluit van 18 mei 1989 waarbij de bouwvergunning en de vergunning voor het wijzigen van het gebruik wordt verleend, overeenkomstig het in beroep gewijzigde plan, onder meer wat volgt : “Overwegende dat de aanvraag de inrichting van twee woningen voorziet; dat dit ontwerp de goede ruimtelijke ordening van de plaats schaadt; Overwegende dat de beroeper de aanvraag gewijzigd heeft; dat het ontwerp de inrichting van een woning voorziet; dat de verbouwing de dakstructuur en het uiterlijk volume van de woning en de stallingen behoudt; dat de indeling van de woning grotendeels bewaard wordt; dat de indeling van de stallingen gewijzigd wordt, dat de deuren en de ramen in de gevels veranderd worden”. De argumentatie van de verzoekers in hun laatste memorie dat zij “wel degelijk een belang hebben bij de vernietiging van het bestreden besluit omdat bij het nemen van een nieuwe beslissing het aan de Bestendige Deputatie is om in feite na te gaan of het al dan niet over een essentiële wijziging gaat en alleszins opnieuw kan beslissen over het bouwberoep”, en dat “verzoekers alleszins voor de Bestendige Deputatie kunnen teruggrijpen naar hun oorspronkelijke aanvraag dan wel een kleine wijziging kunnen doorvoeren”, doet aan het voorgaande geen afbreuk. In geval van vernietiging van het bestreden besluit komt het immers aan de minister en niet aan de deputatie toe om opnieuw over de aanvraag, zoals deze aan hem werd voorgelegd, uitspraak te doen. De verzoekers doen derhalve niet blijken van het rechtens vereiste belang bij de gevraagde vernietiging. De door het met het X-9521-3/4 onderzoek van de zaak gelaste lid van het auditoraat in zijn verslag ter zake ambtshalve aangevoerde exceptie, die door de verwerende partij in haar laatste memorie wordt bijgetreden, is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  11. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  12. De kosten van het beroep, bepaald op 198,32 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 74,37 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijf februari 2008, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, de H. P. LEFRANC, staatsraad, door de voorzitter van de Raad van State aangewezen ter vervanging van Mevr. Ch. BAMPS, wettelijk verhinderd na de debatten te hebben bijgewoond en na te hebben deelgenomen aan het beraad; Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-9521-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.313 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.608 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.