← België

Arrest 179339 - Milieuvergunningen - 07/02/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.339 Rolnummer: A. 126741/VII-27852 Zaak: Arrest 179339 - Milieuvergunningen - 07/02/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-02-13 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-29 07:35 Fiche Arrest nr 179.339 van 7 februari 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 179.339 van 7 februari 2008 in de zaak A. 126.741/VII-27.

  1. In zake :
  2. Roger FONTEYNE,
  3. de n.v. FONTEYNE & Cie, die woonplaats kiezen bij advocaat A. LUST, kantoor houdende te SINT-ANDRIES-BRUGGE, Burggraaf de Nieulantlaan 14 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaten G. MARTYN, P. DEJONCKHEERE, J. COLPAERT en F. VINCKE, kantoor houdende te AVELGEM, Doorniksesteenweg
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Roger FONTEYNE en de n.v. FONTEYNE & Cie op 13 september 2002 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 12 juli 2002 waarbij het beroep van eerste verzoeker tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen van 10 januari 2002, houdende de weigering om een milieuvergunning te verlenen om een varkenskwekerij verder te exploiteren en te veranderen, gelegen aan de Slingerstraat 50 te Turnhout, ongegrond wordt verklaard en de beroepen beslissing wordt bevestigd; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur J. CLEMENT; Gelet op de beschikking van 21 november 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; VII-27.852-1/5 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 11 december 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 januari 2008; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. LARMUSEAU die, loco advocaat A. LUST verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat F. VINCKE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. CLEMENT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  5. De feiten 1.
  6. Eerste verzoeker is gedelegeerd bestuurder van de tweede verzoekende partij, die sedert 1 januari 2000 voor eigen rekening een varkenskwekerij exploiteert aan de Slingerstraat 50 te Turnhout. 1.
  7. Volgens het bij koninklijk besluit van 5 februari 1979 vastgestelde gewestplan Diksmuide-Torhout is de inrichting gelegen in agrarisch gebied. 1.
  8. Bij besluit van 20 oktober 1971 wordt voor de inrichting een milieuvergunning verleend voor het exploiteren van varkensstallen, voor een termijn van twintig jaar. 1.
  9. Op 1 juni 1978 wordt door de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen akte verleend voor een varkensfokkerij van 1.400 varkens en op 27 februari 1986 wordt vergunning verleend voor het uitbreiden en omvormen van de fokkerij tot 3.500 varkens, beiden voor een termijn van twintig jaar die verstrijkt op 21 oktober
  10. VII-27.852-2/5 1.
  11. Op 6 juli 2001 vraagt eerste verzoeker een vergunning aan voor het verder exploiteren en veranderen van de varkenskwekerij. 1.
  12. Op 10 januari 2002 weigert de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen de gevraagde vergunning, omdat "de vergunning voor de uitbating van een varkensfokkerij vervallen is sedert 21/10/1991". 1.
  13. Op 12 februari 2002 stelt eerst verzoeker tegen deze weigeringsbeslissing beroep in bij de bevoegde Vlaamse minister. 1.
  14. Na het inwinnen van de nodige adviezen wordt op 12 juli 2002 de thans bestreden beslissing genomen waarbij de vergunning wordt geweigerd en het beroep van eerste verzoeker wordt verworpen. Deze beslissing wordt onder meer als volgt gemotiveerd : "Overwegende dat de aanspraken aangehaald door de beroepsindiener als volgt kunnen worden geëvalueerd: - uit de voorgaande overwegingen blijkt duidelijk dat de lopende vergunning vervallen is en onderhavige aanvraag dient beschouwd te worden als een aanvraag voor een nieuwe inrichting; - de aanvraag voor deze inrichting voldoet, zoals aangetoond in de voorgaande overwegingen noch aan de bepalingen van VLAREM II noch aan deze van het meststoffendecreet". Dit is de thans bestreden beslissing.
  15. De ontvankelijkheid 2.
  16. De vergunningsaanvraag van 6 juli 2001 - die aanleiding geeft tot de thans bestreden beslissing - heeft betrekking op de verandering van de basisvergunning voor de betrokken inrichting. Van deze verandering van de basisvergunning werd door de bestendige deputatie op 1 juni 1978 akte genomen. De verzoekende partijen stellen dat zij op grond van de aktename van 1 juni 1978 er steeds zijn van uitgegaan dat de basisvergunning voor de inrichting verstreek op 29 oktober
  17. 2.
  18. In hun laatste memorie stellen de verzoekende partijen dat zij "het slachtoffer van de onredelijk lange duur van de procedures voor de (...) Raad van State" zijn en dat de overheid de hierdoor veroorzaakte schade kan herstellen "door bij de herbeoordeling van de zaak na een annulatiearrest uit te gaan van de feiten en VII-27.852-3/5 het recht zoals die bestonden ten tijde van het geannuleerd besluit". Zij verwijzen eveneens naar rechtspraak van de Raad van State waaruit zou blijken dat artikel 6.
  19. van het Europees verdrag van 4 november 1950 tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, goedgekeurd bij wet van 13 mei 1955, te dezen van toepassing zou zijn, nu "de vergunningsregeling (...) immers verband (houdt) met het eigendomsrecht van de burgers, zoals principieel erkend door art. 1 van het eerste aanvullend protocol op het EVRM". 2.
  20. Daargelaten of hetgeen de verzoekende partijen beweren juist is, is de basisvergunning voor de betrokken inrichting verstreken op 21 oktober 1991 (of nog, zoals de verzoekende partijen beweren, op 29 oktober 2006). Bijgevolg kan de vernietiging van de bestreden beslissing de verzoekende partijen geen rechtstreeks nut meer opleveren, zodat ambtshalve wordt vastgesteld dat zij niet langer beschikken over het rechtens vereiste actueel belang. Een annulatieberoep beoogt immers de nietigverklaring van de volgens de verzoekende partijen beweerde onwettige overheidsbeslissing en strekt in beginsel niet tot het vergoeden van de schade die de beweerd benadeelde ten gevolge van de uitwerking van die beslissing zou hebben geleden. Het beroep is bijgevolg niet ontvankelijk, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  21. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  22. De kosten van het beroep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. VII-27.852-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven februari tweeduizend en acht, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, E. BREWAEYS, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-27.852-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.339 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.