id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.449 Rolnummer: A. 116042/IX-3194 Zaak: Arrest 179449 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 11/02/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-02-20 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-29 07:36 Fiche Arrest nr 179.449 van 11 februari 2008 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 179.449 van 11 februari 2008 in de zaak A. 116.042/IX-
- In zake :
- Godelieve VRANCKEN,
- Joan BAUWENS,
- August PEETERS,
- Ivan INGELS die woonplaats kiezen bij advocaten M.E. STORME en S. DE WAELE, kantoor houdende te BRUSSEL, Verenigingstraat 28 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Kamer van volksver- tegenwoordigers, die woonplaats kiest bij advocaten D. D’HOOGHE en L. SCHELLEKENS, kantoor houdende te BRUSSEL, Loksumstraat 25 --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Godelieve VRANCKEN, Joan BAUWENS, August PEETERS en Ivan INGELS op 24 januari 2002 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 13 juni 2001 van het Bureau van de Kamer van volksvertegenwoordigers waarbij Lucie Van Landeghem definitief wordt aangesteld tot permanent revisor; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 9 juli 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; IX-3194-1/7 Gelet op de beschikking van 18 december 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 januari 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. E. STORME die verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat N. KIEKENS, die loco advocaten D. D’HOOGHE en L. SCHELLEKENS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Over de gegevens van de zaak
- De eerste verzoekster was op het ogenblik van de bestreden beslissing verbonden aan de dienst Commissies van de Kamer van volksvertegenwoordigers; sinds 1 september 2001 is ze teruggekeerd naar haar oorspronkelijke dienst, de dienst Parlementaire Handelingen, inmiddels genoemd dienst Integraal Verslag. Zij heeft de graad van eerstaanwezend stenograaf. De drie andere verzoekers waren op het ogenblik van de bestreden beslissing verbonden aan de dienst Parlementaire Handelingen, met de graad van eerste assistent.
- Op 14 juli 2000 heeft de Kamer van volksvertegenwoordigers een nieuw reglement met betrekking tot het integraal, het voorlopig en het beknopt verslag aangenomen. Ter implementatie van dit reglement neemt het Bureau van de Kamer van volksvertegenwoordigers op 13 juni 2001 een aantal beslissingen. Vooreerst wordt de naam van de dienst Parlementaire Handelingen gewijzigd in de dienst Integraal Verslag. Voorts wordt voor die dienst een personeelsformatie vastgesteld, die onder meer vier betrekkingen van “attaché/eerste adviseur” omvat. Met betrekking tot de revisie worden een aantal individuele overgangsmaatregelen IX-3194-2/7 genomen. Eén van die overgangsmaatregelen bestaat erin dat "mevrouw Lucie Van Landeghem, eerste stenografe, die sinds 1 februari 2000 is aangesteld als wnd. permanent revisor, (...) definitief (wordt) aangesteld tot permanent revisor”; samen met twee andere personeelsleden die eveneens het voorwerp van een overgangsmaatregel zijn, neemt zij op de nieuwe personeelsformatie van de dienst een functie van “attaché/eerste adviseur” in. Het voorliggende beroep is gericht tegen de beslissing waarbij Lucie Van Landeghem definitief wordt aangesteld tot permanent revisor. Over de ontvankelijkheid van het beroep 3.
- De verwerende partij werpt in verband met alle verzoekers een exceptie van onontvankelijkheid op, afgeleid uit het ontbreken van het rechtens vereiste belang. Volgens de verwerende partij is de functie van revisor ingevolge de wijziging van de personeelsformatie van de dienst Parlementaire Handelingen afgeschaft, en wordt de functie van revisor voortaan uitgeoefend door de attachés/eerste adviseurs. Met het oog op de benoeming van attachés/eerste adviseurs is ondertussen een wervingsexamen georganiseerd. Vermits er geen betrekking van revisor meer bestaat, kunnen de verzoekers dan ook niet langer aanspraak maken op een benoeming tot revisor en zou de nietigverklaring van de bestreden benoeming hen geen voordeel meer kunnen opleveren. 3.
- Zoals de verzoekers terecht opmerken, is de functie van revisor weliswaar afgeschaft, maar heeft zulks de verwerende partij niet belet om Lucie Van Landeghem tot revisor te benoemen, en ze vervolgens in de nieuwe personeelsformatie op te nemen als attaché/eerste adviseur. In elk geval volgt uit de vaste benoeming van Lucie Van Landeghem tot revisor -en uit haar inschaling als attaché/eerste adviseur- dat één van de vier betrekkingen van attaché/eerste adviseur ingenomen wordt, waardoor de kansen van de verzoekers om in diezelfde graad benoemd te worden, beperkt worden. In haar laatste memorie voert de verwerende partij aan dat de functie van attaché/eerste adviseur volgens artikel 15 van het statuut van het personeel van de Kamer van volksvertegenwoordigers enkel toegankelijk is voor laureaten van een vergelijkend wervingsexamen. Vermits de verzoekers niet hebben IX-3194-3/7 deelgenomen aan een dergelijk examen, zouden zij hoe dan ook niet in aanmerking komen voor een benoeming als attaché/eerste adviseur. Die opwerping kan echter niet aangenomen worden. In geval van vernietiging van een benoeming die ertoe geleid heeft dat een plaats van attaché/eerste adviseur wordt ingenomen, kan immers een vacature voor een dergelijke functie geopend wordt, in het kader waarvan dan een vergelijkend examen georganiseerd kan worden. In die omstandigheden hebben de verzoekers wel degelijk belang bij hun beroep. De exceptie kan niet aangenomen worden. 4.
- In verband met de eerste verzoekster werpt de verwerende partij in haar laatste memorie een bijkomende exceptie van onontvankelijkheid op, eveneens afgeleid uit het ontbreken van het rechtens vereiste belang. De verwerende partij wijst erop dat de eerste verzoekster in de loop van het geding op pensioen gesteld is. Zij zou dan nog enkel een belang kunnen doen gelden in zoverre er in hoofde van de verwerende partij een rechtsplicht was om haar te benoemen, zodat haar loopbaan met terugwerkende kracht gereconstrueerd kan worden. De verzoekster kan zich echter niet op het bestaan van een dergelijke rechtsplicht beroepen. 4.
- De verwerende partij voert niet aan dat de tweede tot de vierde verzoeker hun belang in de loop van het geding verloren zouden hebben. De Raad van State ziet ook geen reden om ten aanzien van die verzoekers ambtshalve een exceptie van onontvankelijkheid op te werpen. Aangezien het beroep aldus in elk geval ontvankelijk is in hoofde van de genoemde verzoekers, kan de door de verwerende partij opgeworpen exceptie de Raad van State niet afhouden van het onderzoek van de grond van de zaak. Een uitspraak over de exceptie vertoont voorts geen belang voor de beslissing over de kosten van het beroep van de eerste verzoekster. Indien geconcludeerd zou moeten worden dat het belang van de eerste verzoekster teloorgegaan is, zou immers in elk geval ook vastgesteld moeten worden dat zulks op geen enkele wijze aan het toedoen van de verzoekster zelf geweten kan worden, zodat het hoe dan ook zou passen om de verwerende partij in de kosten te verwijzen. IX-3194-4/7 Er is bijgevolg geen reden om over de exceptie uitspraak te doen. Ten gronde 5.1 De verzoekers roepen onder meer een tweede middel in, afgeleid uit de schending van artikel 17 van het statuut van het personeel van de Kamer van volksvertegenwoordigers. De verzoekers voeren aan dat Lucie Van Landeghem “naar keuze” werd benoemd, terwijl het op het ogenblik van de benoeming vigerende artikel 17 van het statuut van het personeel van de Kamer van volksvertegenwoordigers bepaalt dat de revisoren van de dienst Parlementaire Handelingen worden benoemd na een vergelijkend examen, en dat de kandidaten moeten voldaan aan voorwaarden inzake anciënniteit. 5.
- De verwerende partij antwoordt dat Lucie Van Landeghem met ingang van 1 februari 2000 als waarnemend permanent revisor was aangesteld. In die omstandigheden was artikel 17 van het personeelsstatuut niet van toepassing bij haar definitieve aanstelling als permanent revisor. 5.
- De verzoekers repliceren hierop dat een aanstelling tot waarnemend permanent revisor geen aanspraken voor een benoeming in die graad verleent en het dus evident is dat er een vergelijkend examen georganiseerd diende te worden. 5.
- Artikel 17 van het statuut van het personeel van de Kamer van volksvertegenwoordigers, zoals dit van toepassing was tot aan de vervanging ervan bij beslissing van het Bureau van 13 juni 2001, luidt als volgt: “De benoemingen tot de functies van directeur-generaal, van bestuursdirecteur, van directeur-revisor, van directeur, van (eerste) directieraad, van revisor B.V./C.R.A. (Beknopt Verslag / Compte Rendu Analytique) worden naar keuze gedaan door het Bureau in het personeelskader van elke dienst. De revisoren van de parlementaire handelingen worden benoemd na een vergelijkend examen dat toegankelijk is voor de ambtenaren van niveau 1 die in dit niveau 5 jaar anciënniteit hebben alsook voor de personeelsleden die 5 jaar anciënniteit hebben in de loopbaan van stenograaf of assistent van de parlementaire handelingen.” Door de verwerende partij wordt niet betwist dat artikel 17 in die versie te dezen van toepassing is. IX-3194-5/7 Uit het tweede lid van artikel 17 blijkt dat de vaste benoeming tot revisor bij de dienst Parlementaire Handelingen slechts mogelijk is op grond van een vergelijkend examen. Noch uit artikel 17, noch uit een andere bepaling van het statuut blijkt dat van die regel afgeweken kan worden in het geval van de benoeming van een persoon die de functie reeds waarneemt. De benoeming van Lucie Van Landeghem tot permanent revisor zonder voorafgaand vergelijkend examen is dan ook gebeurd met schending van artikel 17 van het statuut van het personeel van de Kamer van volksvertegenwoordigers. Deze onwettigheid brengt ook de onwettigheid mee van de inschaling als attaché/eerste adviseur, die immers het gevolg is van de vaste benoeming tot revisor. Het middel is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van 13 juni 2001 van het Bureau van de Kamer van volksvertegenwoordigers waarbij Lucie Van Landeghem definitief wordt aangesteld tot permanent revisor. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 700 euro, komen ten laste van de verwerende partij. IX-3194-6/7 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 11 februari 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-3194-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.449 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.