id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.547 Rolnummer: A. 185666/VII-37084 Zaak: Arrest 179547 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 14/02/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-02-25 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-29 07:37 Fiche Arrest nr 179.547 van 14 februari 2008 Sociale zaken en volksgezondheid - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 179.547 van 14 februari 2008 in de zaak A. 185.666/VII-37.084. In zake : Annamarie TALLO, die woonplaats kiest bij advocaat L. GILLIS, kantoor houdende te AALST, Ninovesteenweg 118 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Volksgezondheid, die woonplaats kiest bij advocaat R. DEPLA, kantoor houdende te BRUGGE-SINT-KRUIS, Karel van Manderstraat 123. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Annamarie TALLO op 30 oktober 2007 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het besluit van de minister van Volksgezondheid van 30 augustus 2007 waarbij wordt gesteld dat Annamarie TALLO haar opleiding in de heelkunde, die werd stopgezet op 6 juli 2006, niet mag hervatten; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur J. STEVENS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 4 januari 2008 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 31 januari 2008; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; VII-37.084-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat W. CHEYNS die, loco advocaat L. GILLIS verschijnt voor verzoekster, en van advocaat J. HOSTE, die, loco advocaat R. DEPLA verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. STEVENS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : 1. De feiten 1.1. Verzoekster is arts en volgt een opleiding algemene chirurgie. 1.2. Op 27 april 2006 brengt de bevoegde kamer van de erkennings- commissie heelkunde een negatief advies uit en beslist zij dat verzoekster haar studies in de heelkunde moet stopzetten. 1.3. Op 9 mei 2006 laat verzoekster weten hiermee niet akkoord te zijn. 1.4. Op 30 mei 2006 dient verzoekster tegen het advies van 27 april 2006 beroep in. 1.5. Op 2 juni 2006 visiteert de Visitatiecommissie het UZ Leuven. 1.6. Er wordt een verslag opgesteld door de Visitatiecommissie. 1.7. Op 6 juli 2006 brengt de erkenningscommissie opnieuw een negatief advies uit. 1.8. Hiertegen wordt op 21 augustus 2006 opnieuw beroep ingesteld door verzoekster. VII-37.084-2/5 1.9. Op 13 juni 2007 adviseert de Nederlandstalige kamer van de Hoge Raad van geneesheren-specialisten en van huisartsen, bij unanimiteit, om verzoekster haar studies niet te laten hervatten. 1.10. Op 30 augustus 2007 wordt het thans bestreden besluit genomen waarbij wordt gesteld dat verzoekster haar opleiding in de heelkunde niet mag hervatten. 2. De schorsingsvoorwaarden 2.1. Op grond van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 2.2. Met betrekking tot het moeilijk te herstellen ernstig nadeel stelt verzoekster het volgende: "Te dezen beroept verzoekende partij zich onder meer op de naar analogie toepasselijke rechtspraak van de Raad van State inzake het dreigend verlies van een schooljaar/opleidingsjaar en de moeilijkheden om de lopende opleiding nog te kunnen voltooien, gelet op het tijdsverloop. Bovendien is het, ingevolge de bestreden beslissing, voor verzoekende partij thans ook onmogelijk om te werken (onder contract) als 'geneesheer-specialist in opleiding ' - de opleiding omvat immers niet alleen studies, seminaries e.d.m. maar ook arbeidsprestaties onder het statuut van genees- heer-specialist in opleiding met de overeenkomstige verloning -hetgeen belangrijke financiële implicaties heeft voor verzoekende partij (zeker gezien zij aangewezen is op haar eigen financiële middelen om haar studies te bekostigen). Tevens heeft de bestreden beslissing voor gevolg dat de weg voor verzoe- kende partij naar andere opleidingen als geneesheer-specialist de facto is 'afgeblokt', gelet op de negatieve connotaties verbonden aan een beslissing tot gedwongen stopzetting ten aanzien van andere medische specialisaties welke zouden worden beoogd. Het is een feit dat een eventuele nietigverklaring zonder een vooraf- gaandelijke schorsingsprocedure te laat zou komen om het nadeel in hoofde van verzoekende partij te weren; dat een nietigverklaring, dewelke mogelijk pas binnen enkele jaren zal tussenkomen, voor gevolg zou kunnen hebben dat verzoekende partij op een te ver gevorderd tijdstip haar (ingevolge de thans bestreden beslissing, verplicht gestaakte) opleiding zou moeten voortzetten en haar nadeel, haar opleiding als geneesheer-specialist te verliezen , niet meer zou worden geweerd door de nietigverklaring alleen. VII-37.084-3/5 Dat een -gebeurlijk- schorsingsarrest de overheid er zodoende toe aan zal zetten de zaak niet op haar beloop te laten in afwachting van de uitkomst van het annulatieberoep, maar over te gaan tot een heroverweging van de alsdan geschorste beslissing(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.