← België

Arrest 179566 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 14/02/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.566 Rolnummer: A. 181798/VII-36995 Zaak: Arrest 179566 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 14/02/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-02-22 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 07:37 Fiche Arrest nr 179.566 van 14 februari 2008 Sociale zaken en volksgezondheid - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 179.566 van 14 februari 2008 in de zaak A. 181.798/VII-36.

  1. In zake : Dirk VAN ORSHAEGEN, die woonplaats kiest bij advocaat P. VAN DER STRATEN, kantoor houdende te ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 120, bus 4 tegen : de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, die woonplaats kiest bij advocaat M. VAN DIEVOET, kantoor houdende te BRUSSEL, Boomstraat 14, bus
  2. tussenkomende partij : Filip SELS, die woonplaats kiest bij advocaat A. CRAEYBECKX, kantoor houdende te ANTWERPEN, Uitbreidingstraat
  3. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Dirk VAN ORSHAEGEN op 19 maart 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van 4 januari 2007 houdende intrekking van de beslissing van 20 september 2001 waarbij advocaat Filip SELS werd aangesteld als raadsman voor de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid voor het gerechtelijk arrondissement ANTWERPEN, van de beslissing van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van 4 januari 2007 houdende aanstelling van advocaat Filip SELS in voornoemde functie met ingang van 1 oktober 2001, en van de uit deze laatste beslissing voortvloeiende impliciete weigering om verzoeker aan te duiden in dezelfde functie; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 25 mei 2007; VII-36.995-1/3 Gelet op de beschikking van 5 juni 2007 die de tussenkomst van Filip SELS toelaat; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan verzoeker op 29 juni 2007; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer uitspraak zal doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Gezien de aangetekende zendingen van verzoeker van 5 oktober 2007 en van de tussenkomende partij van 25 oktober 2007, waarbij zij vragen om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 3 januari 2008, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 31 januari 2008; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. VAN DER STRATEN, die verschijnt voor verzoeker, van advocaat F. VAN DIEVOET die, loco advocaat M. VAN DIEVOET verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat A. CRAEYBECKX, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : Bij het versturen van een kopie van de memorie van antwoord aan verzoeker heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14bis, § 1, van voornoemd besluit van de Regent. VII-36.995-2/3 Verzoeker heeft binnen de termijn van zestig dagen, gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd. Krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid, wordt in principe vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen ontbreekt. Verzoeker heeft gevraagd om te worden gehoord. Hij maakt ter terechtzitting evenwel niet aannemelijk dat een wettige reden hem heeft verhinderd om tijdig een memorie van wederantwoord in te dienen. Het wettelijk vermoeden van gebrek aan belang moet te dezen onverkort worden toegepast, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  4. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  5. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien februari tweeduizend en acht, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. E. BREWAEYS. VII-36.995-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.566 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.