id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.608 Rolnummer: A. 64841/X-9346 Zaak: Arrest 179608 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 14/02/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-02-21 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 07:38 Fiche Arrest nr 179.608 van 14 februari 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : heropening debatten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 179.608 van 14 februari 2008 in de zaak A. 64.841/X-
- In zake :
- Arsène VAN SCHEPDAEL,
- Agnes VAN SCHEPDAEL, die woonplaats kiezen bij advocaat J. GHYSELS, kantoor houdende te 1170 BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 187 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat M. van DIEVOET, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Boomstraat
- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Arsène VAN SCHEPDAEL en Agnes VAN SCHEPDAEL op 27 juli 1995 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 18 mei 1995 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden waarbij hun de bouwvergunning wordt geweigerd voor het oprichten van een woning aan de Kesterweg te Gooik, kadastraal bekend sectie A, nr. 48/g (deel); Gezien de toelichtende memorie; Gezien de memorie van antwoord; Gezien de memorie van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de beschikking van 9 februari 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; X-9346-1/5 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekers; Gelet op de beschikking van 6 september 2007 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 5 oktober 2007; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. GHYSELS, die verschijnt voor de verzoekers, en van advocaat M. van DIEVOET, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het advies van eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Feiten Overwegende dat de feitelijke gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat: 1.
- De verzoekers zijn eigenaar van een perceel gelegen te Kester, Kesterweg, kadastraal bekend, sectie A, nr. 48/g (deel). 1.
- Op 29 oktober 1992 dienen de verzoekers een aanvraag in tot het bekomen van een stedenbouwkundig attest nr.
- Op 16 oktober 1993 verleent de gemachtigde ambtenaar een ongunstig advies, vermits de gemeente Gooik naliet te reageren en dit advies preciseert verder dat: “Volgens het gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse - KB. 7 maart 1977 situeert het eigendom zich in een landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Art. 11 en 15 van de voorschriften van het K.B. van 28/12/72 betreffende de toepassing en de inrichting van de gewestplannen. X-9346-2/5 Het voorstel voor residentiële bebouwing is hiermede niet in overeenstemming. De goede ruimtelijke uitbouw wordt geschaad. Het voorstel kan niet dienen als basis voor het opmaken van definitieve plannen. (...)”. 1.
- Op 11 maart 1994 verstrekt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Gooik een negatief stedenbouwkundig attest nr.
- 1.
- Op 3 januari 1995 dienen de verzoekers een bouwaanvraag in die betrekking heeft op het bouwen van een eengezinswoning op voornoemd perceel. 1.
- Op de zitting van 9 januari 1999 adviseert het college de bouwaanvraag gunstig. 1.
- Op 27 april 1995 brengt het college van deskundigen, als bedoeld in het decreet van 13 juli 1994 houdende wijziging van artikel 87 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw, een negatief advies uit dat als volgt luidt: “
- O/2094/22 - Gooik - Van Schepdael - Van Schepdael ‘Toepassing van het bij decreet van 13 juli 1994 gewijzigde artikel
- Ontvankelijkheidsvoorwaarde. Een aanvraag tot het bekomen van een stede(n)bouwkundig attest nr. 2 werd ontvangen op 29 oktober
- Dit attest werd geweigerd op 11 maart 1994, na ongunstig advies van de gemachtigde ambtenaar van 16 oktober 1993 (vermits de gemeente naliet op de vraag van 23 december 1992 te reageren). De brief van ondermeer 28 februari 1994 bevestigde uitdrukkelijk dat de afschaffing van de opvulregel de weigeringsgrond was. De aanvraag is derhalve ontvankelijk.
- Toepasbaarheidsvoorwaarde. Bij het tot stand komen van het gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse lag het terrein in een woninggroep. De afstand tussen de beide woningen bedraagt, in projectie, minder dan 70 meter. De voorliggende weg is, gelet op de plaatselijke omstandigheden, voldoende uitgerust. De woning nr. 63 heeft evenwel geen voorgevel die binnen de 50 meter zone langs de voorliggende weg ligt. De aanvraag voldoet niet aan alle toepasbaarheidsvoorwaarden en komt dan ook niet in aanmerking voor vergunning. Het college van deskundigen adviseert unaniem ongunstig”. 1.
- Op 18 mei 1995 neemt de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden het thans bestreden besluit; X-9346-3/5
- Ten gronde 2.
- Overwegende dat de verzoekers in een enig middel de “schending van de afwijkingsregeling inzake de opvulregel”, aanvoeren, doordat de verwerende partij de bouwvergunning heeft geweigerd, omdat zij ten onrechte is uitgegaan van het feit dat de voorgevel van de woning, naast deze van de verzoekers, niet zou gelegen zijn binnen de 50-meterzone; dat het referentiepunt de woning nr. 63 is, gelegen aan de Kesterweg te Gooik; dat, aldus de verzoekers, de verwerende partij zich hierbij heeft laten leiden door het ongunstig advies van het college van deskundigen van 25 april 1995, dat op zijn beurt enkel is voortgegaan op het oude gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse zonder de huidige situatie na te kijken; dat, aldus de verzoekers, voornoemd college zomaar poneert dat de woning nr. 63 geen voorgevel heeft die binnen de 50-meterzone langs de voorliggende weg ligt, zonder de grond aan te geven waarop het zich heeft gebaseerd; dat de verzoekers hieruit afleiden dat voornoemd college het zorgvuldigheidsbeginsel heeft geschonden; 2.
- Overwegende dat de verzoekende partijen in hun verzoekschrift een enig middel aanvoeren, dat er op neerkomt dat de verwerende partij zich bij de toetsing van hun aanvraag aan artikel 23, 1/ van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen (de zogenaamde opvullingsregel), heeft vergist en hun zodoende ten onrechte het voordeel van de uitzonderingsregeling waarin de bepaling voorziet, heeft onthouden; Overwegende dat de betrokken uitzonderingsregeling intussen evenwel is opgeheven bij decreet van 23 juni 1993 houdende aanvulling met een artikel 87 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw, zoals gewijzigd door het decreet van 13 juli 1994; dat dit de vraag doet rijzen naar het actueel belang van de verzoekende partijen; dat de opheffing immers verhindert dat de opvullingsregel nog wordt toegepast; dat daaruit volgt dat de verwerende partij, wanneer zij zich na een eventuele vernietiging opnieuw dient uit te spreken over de aanvraag, niet anders zou kunnen dan de aanvraag opnieuw te weigeren; Overwegende dat de verzoekers ter terechtzitting aanvoeren dat de vraag naar hun belang in die zin moet worden beantwoord dat zij wél nog van het vereiste belang doen blijken, omdat de voormelde decreten ongrondwettig zijn en X-9346-4/5 er derhalve geen rekening mee mag worden gehouden; dat zij verwijzen naar ’s Raads arrest nr. 169.627 van 30 maart 2007, waarin ter zake een prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof werd gesteld; Overwegende er grond is om de debatten te heropenen en de zaak verder te behandelen nadat het Grondwettelijk Hof de bedoelde prejudiciële vraag heeft beantwoord, BESLUIT: Enig artikel. De debatten worden heropend. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien februari 2008, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-9346-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.608 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.379 ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.199.144 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div