id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.793 Rolnummer: A. 185477/IX-5775 Zaak: Arrest 179793 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 18/02/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-03-03 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 07:38 Fiche Arrest nr 179.793 van 18 februari 2008 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 179.793 van 18 februari 2008 in de zaak A. 185.477/IX-
- In zake : Rejan MINNEKEER, die woonplaats kiest bij advocaat J. LANTMEETERS, kantoor houdende te GENK, Weg naar As 140 bus 1 tegen : het Openbaar Psychiatrisch Ziekenhuis Rekem, dat woonplaats kiest bij advocaten K. GEELEN en K. WAUTERS, kantoor houdende te HASSELT, Gouverneur Roppesingel
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Rejan MINNEKEER op 28 september 2007 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging en de nietigverklaring te vorderen van “de beslissing van OPENBAAR PSYCHIA- TRISCH ZIEKENHUIS REKEM, van 27/08/2007, houdende beslissing tot overgaan tot statutaire aanwervingen in de functie van arts-specialist”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. VAN DER GUCHT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 7 januari 2008 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 28 januari 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; IX-5775-1/6 Gehoord de opmerkingen van advocaat J. LANTMEETERS die verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat K. WAUTERS die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd R. VAN DER GUCHT; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Feiten
- De verzoeker is arts, sinds 1997 door een arbeidsovereenkomst verbonden met de verwerende partij. Met een rondschrijven van 20 oktober 2004 wordt aan de psychiaters verbonden aan het ziekenhuis van de verwerende partij, waaronder de verzoeker, bekendgemaakt dat in het najaar van 2004 zal worden overgegaan tot statutaire aanwervingen in de functie van arts-specialist (psychiater). Met het oog daarop zal een wervingsreserve worden aangelegd. Daartoe wordt een vergelijkend wervingsexamen georganiseerd, bestaande uit een algemene selectieproef en, per vacant te verklaren functie, een bijkomende selectieproef. Die aanleg van een wervingsreserve wordt ook bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 21 oktober
- Zes kandidaten, waaronder de verzoeker, schrijven zich in voor de selectieprocedure. Vijf daarvan, waaronder de verzoeker, worden opgeroepen voor de eerste proef. Van die vijf kandidaten worden er door de daartoe aangestelde jury op 14 december 2004 vier in aanmerking genomen. Alhoewel het examenreglement voor dit deel van het examen niet in een rangschikking van de kandidaten voorziet, stelt de jury wel een rangschikking van de geslaagde kandidaten op. Die rangschikking is als volgt:
- R.V.;
- T.D.;
- de verzoeker;
- H.V. IX-5775-2/6 Eind 2006 beslist de raad van bestuur van de verwerende partij om drie plaatsen van arts-psychiater vacant te verklaren: één voor het psychiatrisch verzorgingstehuis, één ten behoeve van de outreaching naar de gevangenis te Hasselt, en één voor het ziekenhuis zelf (zorglijn psychose). Aan een privé-bedrijf wordt opdracht gegeven om de tweede proef van het examen te organiseren. Van de vier kandidaten trekt T.D. zijn kandidatuur in. De drie overblijvende kandidaten worden op 6 maart 2007 door een jury gehoord. Per kandidaat wordt een verslag opgesteld, waarin een aantal specifieke competenties worden beoordeeld. H.V. wordt geschikt bevonden voor de functie van arts- psychiater in de zorglijn psychose; R.V. wordt geschikt bevonden voor de functie van arts-psychiater in het psychiatrisch verzorgingstehuis; de verzoeker wordt geschikt bevonden voor de functie van arts-psychiater ten behoeve van de outreaching naar de gevangenis te Hasselt. Anders dan in het examenreglement is bepaald, stelt de jury voor geen van de te begeven betrekkingen een rangschikking van de kandidaten op. Op 17 april 2007 hoort de raad van bestuur de drie kandidaten. Er wordt tevens beslist om aan de medische raad een advies te vragen over de toelating van de kandidaten tot de stage voor de twee betrekkingen in het psychiatrisch ziekenhuis (zorglijn psychose en outreaching naar de gevangenis te Hasselt). Op 4 mei 2007 geeft de medische raad zijn advies over H.V. en de verzoeker. De medische raad gaat, wat die twee kandidaten betreft, akkoord om hen tot de stage toe te laten. In verband met de verzoeker is hij bovendien van oordeel, gelet op de wens van de verzoeker, dat de stage niet reeds moet worden ingevuld met de outreaching naar de gevangenis, en dat die outreaching na afloop van de stage kan worden opgenomen. Tijdens zijn vergadering van 15 mei 2007 stelt de raad van bestuur vast “dat er een aantal procedurele onnauwkeurigheden zijn begaan, met name ten aanzien van de statutaire benoemingen in het ziekenhuis. Enkel de procedure voor de statutaire benoeming in het verzorgingstehuis is regulier verlopen.” Om die reden beslist de raad van bestuur om de benoemingsprocedure voor twee artsen- specialisten in het ziekenhuis stop te zetten, en om op korte termijn een nieuwe procedure op te starten. Wat betreft de functie van arts-psychiater in het IX-5775-3/6 psychiatrisch verzorgingstehuis, beslist de raad van bestuur om R.V. tot de stage toe te laten. De beslissing om de procedure stop te zetten maakt het voorwerp uit van een beroep tot nietigverklaring, dat de verzoeker met een op 6 juli 2007 ter post aangetekend verzoekschrift bij de Raad van State heeft ingesteld. Deze zaak, gekend onder nummer A. 184.290/VII-37.021, is nog aanhangig.
- Met een rondschrijven van 24 augustus 2007 wordt aan de psychiaters verbonden aan het ziekenhuis van de verwerende partij, waaronder de verzoeker, bekendgemaakt dat in het najaar van 2007 zal worden overgegaan tot de statutaire aanwervingen in de functie van arts-specialist (psychiater). Met het oog daarop zal een selectieprocedure worden georganiseerd, bestaande uit een algemene proef, af te leggen vóór twee consultants, en een bijkomende proef, per (vacant te verklaren) functie en bestaande in een gesprek met de raad van bestuur. Die procedure wordt ook bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 27 augustus
- De beslissing tot het opstarten van de nieuwe procedure maakt het voorwerp uit van de voorliggende vordering tot schorsing. Ontvankelijkheid van de vordering
- De verwerende partij werpt een aantal excepties van onontvankelijkheid van de vordering op. Uit hetgeen hierna volgt zal blijken dat in elk geval niet voldaan is aan de grondvoorwaarden voor het inwilligen van de vordering tot schorsing. In die omstandigheden is het niet nodig om de opgeworpen excepties te onderzoeken. Onderzoek van de vordering
- Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de IX-5775-4/6 onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
- In verband met het moeilijk te herstellen ernstig nadeel voert de verzoeker het volgende aan: “Door de beslissing te nemen om een nieuwe procedure op te starten is het zo dat andere psychiaters die zich in 2004 niet kandidaat hebben gesteld zich nu wel kandidaat kunnen stellen. Als deze procedure zich kan verderzetten kan deze ook uitmonden in een benoeming die er niet had mogen komen. Dit veroorzaakt in casu een moeilijk te herstellen nadeel. Deze benoeming zal dan moeten worden tenietgedaan omdat de vorige procedure roekeloos is stopgezet. Het moge duidelijk zijn dat het noodzakelijk is deze beslissing tot het opstarten van een nieuwe benoemingsprocedure te schorsen en nietig te verklaren. Dit om een moeilijk te herstellen situatie te vermijden. Er worden immers aan verzoeker kansen ontnomen om statutair benoemd te worden door de mogelijkheid voor andere psychiaters om zich kandidaat te stellen.”
- Het aangevoerde nadeel moet in zijn context beoordeeld worden. Wat de verzoeker met de schorsing van de tenuitvoerlegging van de thans bestreden beslissing wil bereiken, is dat de beoogde nietigverklaring van de beslissing van 15 mei 2007 tot stopzetting van de eerste benoemingsprocedure een nuttig effect zou hebben, in die zin dat de verwerende partij belet zou worden om een tweede benoemingsprocedure op te starten. Er moet evenwel vastgesteld worden dat de verzoeker die beslissing van 15 mei 2007 wel met een beroep tot nietigverklaring, maar niet met een vordering tot schorsing bestreden heeft. Het nadeel dat de verzoeker meent te ondervinden doordat de benoemingsprocedure niet beperkt wordt tot twee kandidaten voor de nog overblijvende twee functies, is in feite het gevolg van de stopzetting van de eerste procedure, niet het gevolg van de thans geopende, tweede procedure. Het opstarten van een nieuwe procedure opent voor de verzoeker de mogelijkheid om alsnog benoemd te worden. Weliswaar is uit de debatten ter terechtzitting gebleken dat nieuwe kandidaten zich hebben aangemeld, maar er kan niet bij voorbaat worden aangenomen dat de verzoeker, wiens titels en verdiensten op een eerlijke manier vergeleken zullen worden met die van de andere kandidaten, kansloos is. Indien hij niet benoemd wordt, kan hij overigens in rechte opkomen tegen de beslissing tot benoeming van een mede-kandidaat. IX-5775-5/6 In de gegeven omstandigheden maakt de verzoeker niet aannemelijk dat hij door de thans bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel lijdt.
- Hieruit volgt dat niet voldaan is aan een van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. OM DIE REDENEN BESLIST DE VOORZITTER : Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 18 februari 2008, door : de H. P. LEMMENS, kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-5775-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.793 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.280 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.