← België

Arrest 179960 - Bevolkingsregister - 21/02/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.960 Rolnummer: A. 97497/XII-2845 Zaak: Arrest 179960 - Bevolkingsregister - 21/02/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-02-29 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-29 07:39 Fiche Arrest nr 179.960 van 21 februari 2008 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Bevolkingsregister Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 179.960 van 21 februari 2008 in de zaak A. 97.497/XII-

  1. In zake : Lisetta LEYS, die woonplaats kiest bij advocaat L. Eraly, kantoor houdende te Haacht, Provinciesteenweg 11 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Lisetta Leys op 16 november 2000 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 8 september 2000 van de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken dat, ten eerste, de inschrijving van 3 mei 1999 van Kristiaan Witvrouwen en Henri Heremans aan de Booischotseweg 139 te Hulshout behouden dient te blijven, met dien verstande dat Henri Heremans vanaf die datum deel uitmaakt van het gezin van Kristiaan Witvrouwen, en, ten tweede, dat Lisetta Leys op datum van 6 mei 1999 eveneens ingeschreven dient te worden aan de Booischotseweg 139 te Hulshout in het gezin van Kristiaan Witvrouwen; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur B. Thys; Gelet op de beschikking van 24 februari 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 10 september 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 november 2007; XII-2845-1/18 Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. Bogaerts, die loco advocaat L. Eraly verschijnt voor verzoekster, en van attaché F. Verduyn, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak
  2. Verzoekster is op 9 december 1987, samen met haar zoon Kristiaan Witvrouwen, ingeschreven in het bevolkingsregister van Heist-op-den- Berg, op het adres Broekmansstraat 93 te Booischot . Op 27 oktober 1994 wordt zij ingeschreven op het adres Gidsenlei 7, eveneens te Booischot, in het gezin van haar moeder, terwijl haar zoon zijn inschrijving aan de Broekmansstraat 93 behoudt. Henri Heremans is sinds 12 juli 1972 in het bevolkingsregister van Heist-op-den- Berg ingeschreven op het adres Broekmansstraat 97 te Booischot als alleenstaande. Bij brief van 11 februari 1999 vraagt de raadsman van de eigenaars van de woningen aan de Broekmansstraat 93 en 97 te Booischot de tussenkomst van de directie van de Verkiezingen en van de Bevolking van het ministerie van Binnenlandse Zaken (hierna: de directie) om Kristiaan Witvrouwen te schrappen op het adres Broekmansstraat 93, aangezien hij daar niet effectief verblijft. De raadsman schrijft onder meer : “Mijn cliënten verhuren het pand Broekmansstraat 93 aan Mevrouw Leys Lisetta en het pand Broekmansstraat nr. 97 aan de Heer Heremans Henri, zijnde de vriend van Mevrouw Leys, welke in feite beide samenwonen in het pand Broekmansstraat
  3. Mevrouw Leys verhuurt of stelt de door haar gehuurde woning verder ter beschikking aan andere personen zonder daaromtrent ooit enige vraag gesteld te hebben aan mijn cliënten. Bij het opvragen van de inschrijvingen in het bevolkingsregister vallen mijn cliënten van de ene verwondering in de andere. Enkel de inschrijving in het XII-2845-2/18 bevolkingsregister van de Heer Heremans Henri klopt met de feitelijke toestand : - in de Broekmansstraat 93 is officieel ingeschreven, de heer Witvrouwen Kristiaan, zijnde de zoon van Mevrouw Leys Lisetta, welke beide in feite reeds jaren samen met de Heer Heremans Henri wonen in het pand Broekmansstraat 97”. Bij brief van 17 maart 1999 verzoekt de directie de burgemeester van Heist-op-den-Berg een politieonderzoek te laten uitvoeren naar de hoofdverblijfplaats van Kristiaan Witvrouwen. Bij brief van 11 april 1999 antwoordt de politie van Heist-op-den-Berg : “Op 02.04.1999 om 16.00 uur hebben wij nazicht gedaan nopens de verblijfplaats van de heer Witvrouwen Kristiaan op het adres Broekmansstraat 97 te 2221 Heist-op-den-Berg. De woning diende nog enkele kleinere werkjes te gebeuren voor de woning te betrekken. Van zodra dit gebeurd is zal de adreswijziging doorgevoerd worden. Volgens de buurtbewoners verblijft betrokkene reeds op het vermelde adres”. Bevolkingsinspecteur A.M. Van Den Hul stelt ook zelf een onderzoek in. Over haar onderzoeksverrichtingen en -bevindingen rapporteert zij op 30 juni 1999 als volgt : “23 maart 1999: opvragingen uit het Rijksregister Betrokkene staat als alleenstaande ingeschreven aan de Broekmansstraat
  4. Aan de Broekmansstraat 97 staat Henri Heremans ingeschreven als alleenstaande. Johan Heremans staat sedert 1 maart 1999 ingeschreven aan de Kasteeldreef 7/5 te Heist-op-den-Berg: ervoor woonde hij in de Broekmansstraat
  5. Lisetta Leys tenslotte, staat vanaf 27 oktober 1994 ingeschreven in het gezin van haar moeder, Maria Ceulemans, aan de Gidsenlei 7 te Heist-op-den- Berg. Voordien, stond ze dd. 9 december 1987 ingeschreven aan de Broekmansstraat
  6. 6 april 1999: telefonische contactname met het hoofdbestuur Gezien de complexiteit van het dossier vraag ik aan het hoofdbestuur of, en zo ja, tot welke personen dit onderzoek ambtshalve moet worden uitgebreid. Mevrouw C. Verbeiren deelt mee dat het gezin van de persoon waarbij betrokkene desgevallend moet worden ingeschreven, onder het onderzoek valt. 4 mei 1999: telefonische contactname met gemeente Heist-op-den-Berg Het bevolkingshoofd is afwezig en de bediende kan me niet verder helpen. 4 mei 1999: telefonische contactname met het hoofdbestuur Ik verzoek mevrouw C. Verbeiren van het hoofdbestuur in Brussel om me het P.V. te faxen. Hierin staat te lezen dat eerste betrokkene volgens de buurtbewoners verblijft aan de Broekmansstraat 97 te Heist-op-den-Berg, ofschoon er nog bepaalde werken dienen te worden uitgevoerd. (P.V. dd. 11 april 1999). Ik lees dat men de inschrijving uitstelt totdat de werken zijn uitgevoerd(!). 6 mei 1999: plaatsbezoek Broekmansstraat 93 en 97 te Heist-op-den-Berg XII-2845-3/18 Ik laat me bij alle plaatsbezoeken van dit onderzoek begeleiden door inspecteur S. Van Den Bergh. Hier bevinden zich een aantal arbeidershuisjes in de rij. Nummer 97 maakt een verlaten indruk: de luiken zijn naar beneden gelaten en er puilt post uit de brievenbus. Er hangt nergens een naam. Wanneer we achterom lopen, zien we door het raam de keuken en de woonkamer, die volledig leeg staan. Nummer 93 ziet er bewoond uit. Wanneer we aanbellen doet een vrouw open. Ze zegt Patricia Gazia te heten en hier samen met Bart Deheef sedert twee weken te wonen. Ze kan ons niet zeggen waar de vorige bewoners naartoe zijn. De bewoonster van het pand nummer 91 verklaart dat op nummer 97 Henri Heremans met Lisetta en haar zoon Kris gewoond hebben. Ze zijn nu in Hulshout gaan wonen. Op nummer 93 woonde Johan Heremans, maar ook die is verhuisd en er wonen al andere mensen. De bewoner van het pand aan nummer 95, die net in zijn auto stapt, verklaart dat het huis op nummer 97 leeg staat. Hij bevestigt op zijn beurt dat daar Henri Heremans woonde met zijn vriendin en haar zoon. Ze zitten nu in Hulshout. Johan Heremans woonde op nummer 93, maar die verhuisde een tijdje geleden. De bewoner van nummer 91 verklaart eveneens dat op nummer 97 Henri Heremans, Lisetta Leys en Kris woonden en dat die het afgelopen weekend verhuisd zijn: hij weet het adres niet, maar beschrijft de route die we moet volgen. Op nummer 93 woonde een man, die er sinds februari weg is. Het is dus overduidelijk dat betrokkenen geen enkel belang meer hebben, noch aan nummer 93 noch aan nummer
  7. 6 mei 1999: bezoek bevolkingsdienst Hulshout De heer Verhaegen, bevolkingshoofd, deelt mee dat Kristiaan Witvrouwen aangifte van adreswijziging is komen doen voor de Booischotseweg 139 te Hulshout. Politieagent Wilfried Van den Vonder geeft wat meer uitleg: Kristiaan deed enkel voor zichzelf aangifte: toen hij er de vaststellingen ging doen trof hij hem niet aan, maar wel Henri Heremans en een vrouw. Henri Heremans deed nog geen aangifte omdat hij nog met werken bezig zegde te zijn. De politie heeft bijgevolg Heremans ambtshalve mee opgenomen in het verslag. Op datum van 3 mei 1999 dienden eerste betrokkene en Henri Heremans ingeschreven te worden op het hogervermelde adres. Aangezien we in het RR-bestand vaststellen dat deze inschrijving nog niet is ingebracht, verzoeken we de bevolkingsdienst dit nu te doen, hetgeen onmiddellijk wordt uitgevoerd. Aangezien men niet weet wie het gezinshoofd is, schrijft men beiden, voorlopig als alleenstaanden in, met de belofte één van beiden als gezinshoofd in teschrijven, zodra door de gemeente verder onderzoek werd verricht. Wanneer we de politie vragen waarom hij Lisetta Leys niet mee heeft opgenomen in het verslag, zegt hij dat hij niet wist wie die vrouw was en toen hij ernaar informeerde, zei ze dat ze hier enkel was om te helpen schoonmaken. We brengen hem op de hoogte van de verklaringen van hun vorige buren en de eigenaars van hun vorige woonst en verzoeken hem er nogmaals vaststellingen te willen doen, hetgeen hij belooft. 6 mei 1999: plaatsbezoek Gidsenlei 7 te Heist-op-den-Berg Teneinde meer duidelijkheid te bekomen over de verblijfssituatie van Lisetta Leys, gaan we eerst langs op het adres waar ze in het gezin van haar moeder, Maria Ceulemans, ingeschreven staat. Hier bevindt zich een geïsoleerd groepje woningen. Nummer 7 is een klein huisje met een schuin dak. De bewoner van nummer 3 verklaart dat er op nummer 7 één vrouw alleen woont. De bewoonster op nummer 9 verklaart daarentegen dat op nummer 7 Maria Ceulemans woont, samen met Lisetta Leys: ze blijkt bij nader inzien echter XII-2845-4/18 de zuster van Lisetta Leys te zijn(!). Ze laat ons binnen in de woning van haar moeder om er de vaststellingen te doen. In huis zit een groep vrouwen te babbelen. Het zijn de andere dochters van Maria Ceulemans. Ze zijn met zes zussen. Ze verklaren dat Maria Ceulemans er nu niet is: die is met Lisetta weg. Iedereen beaamt in koor dat Lisetta hier woont en slaapt. Maria Ceulemans slaapt op de gelijkvloers en Lisetta op de eerste verdieping. Op de zolder zijn twee kamers en een grotere ruimte. De ene kamer is een logeerkamer. In de andere zou Lisetta Leys slapen. We zien er een opgemaakt bed, waarop 1 kussen ligt. In de grotere ruimte hangen allerlei vrouwenkleren aan een draad en er staan schoenen. Men zegt dat dit Lisetta’s kleren zijn. Verder staan er overal dozen met huisraad. Die zouden ook van haar zijn. Het is onmogelijk te controleren of al deze spullen inderdaad van Lisetta zijn. Het is niet ondenkbaar dat deze ruimten gebruikt worden door de moeder en de zussen als opslagruimte. Een badkamer is er niet. Lisetta doucht zich bij haar zuster op nummer
  8. Op de gelijkvloers is een soort washok. Er staan twee tandenborstels in een beker. In de bijkeuken hangen drie handdoeken te drogen. Ik zie verder nergens toiletgerief of hygiënische spullen. Men kan evenmin toiletgerief van Lisetta Leys aanwijzen. 6 mei 1999: plaatsbezoek Booischotseweg 139 te Hulshout Hier bevindt zich een kleine eengezinswoning in een open bebouwing en met een voortuintje. De buren op de nummers 133 en 141 zijn niet thuis. De bewoonster van nummer 114, het huis er recht tegenover, denkt dat er op nummer 139 een koppel is komen wonen: ze ziet er geregeld een vrouw. Wanneer we achterom de woning lopen, zien we aan de wasdraad een zalmkleurige trui en een bruine legging hangen: kledingstukken die door vrouwen gedragen worden. Wanneer we op de achterdeur kloppen, komt een bejaarde vrouw opendoen. Het blijkt Maria Ceulemans te zijn. Ze staat ons in de woonkamer te woord. Ze beaamt dat Henri Heremans en Kris hier wonen. Ze vertelt dat Henri even met de hond weg is. Kris is gaan werken. Hij werkt in Antwerpen en doet iets bij de telefoon ofzo. Henri werkt niet en leeft van de ziekenkas. Ze past op het huis want ze moesten de telefoon komen aansluiten: dat is zojuist gebeurd. Als we vragen waar zijzelf woont en of ze er alleen woont, antwoordt ze spontaan ja, maar ze herpakt zich als ze doorkrijgt dat het over Lisetta gaat. Ze antwoordt dan hardnekkig dat die bij haar woont en niet hier. Als we vragen of haar dochter een relatie heeft met Henri Heremans, zegt ze dat ze dat niet weet. Nochtans past zij hier op het huis. Lisetta werkt niet en geniet een werklozenuitkering. Zijzelf heeft een pensioen. Mevrouw Ceulemans laat niet toe dat ik de woonst inspecteer. Wanneer ik haar confronteer met wat haar dochters zeiden, n.l. dat zij met Lisetta weg zou zijn, weet ze niet wat ze daarop moet zeggen. Als we vragen of Henri Heremans met Lisetta is weggegaan, zegt ze dat hij met de hond weg is. Ze weet niet waar Lisetta is, 24 juni 1999: opvraging Rijksregister De gemeente Hulshout heeft de gezinstoestand van betrokkene en Henri Heremans nog steeds niet in orde gebracht. Zij staan beiden nog steeds als alleenstaanden geregistreerd. Een telefoontje leert dat de gemeente de vermelde personen heeft aangeschreven met het oog hierop, maar zij hebben niets van zich laten horen. De politie zou ook nog een keer langsgaan, maar hierover heeft men nog niet meer informatie (telefoongesprek dd. 29 juni 1999 met de heer Verhaegen). 24 juni 1999: plaatsbezoek Booischotseweg 139 te Hulshout XII-2845-5/18 Aangezien de nieuwe bewoners van het pand, gelegen op het nummer 139 er ondertussen bijna 2 maanden gewoond hebben, besluiten we opnieuw een buurtonderzoek te doen op het nummer
  9. Men weet niet precies hoeveel mensen er wonen, maar men weet wel dat er een man en een vrouw verblijven. Op het nummer 112 zegt men geen contact met die mensen te hebben, maar men bevestigt dat er onder andere een vrouw woont. De buur op nummer 127 kan geen enkele informatie geven en op de nummers 133 en 131 is niemand thuis. Op het te onderzoeken adres is een man bezig met dakwerken. Hij kan ons heel de tijd zien. Wanneer we bij nummer 139 zijn komt hij plots om de hoek kijken. Hij beaamt Henri Heremans te zijn en staat ons te woord. We lopen langs achter de woning binnen. Aan de wasdraad hangt de was te drogen. Er hangt ook een B.H. aan de draad en een paar andere kledingstukken die zo te zien door een vrouw worden gedragen (een bepaald type T-shirt en een topje). Henri Heremans verklaart dat Kris Witvrouwen het gezinshoofd is. De gemeente heeft hierover geen verder contact met hen opgenomen. Hij verklaart hier samen te wonen met Kris, de zoon van Lisetta. Lisetta Leys woont hier niet, maar bij haar moeder in de Gidsenlei 7 te Heist-op- den-Berg. Toen Kris in de Broekmansstraat 93 woonde, heeft zijn moeder een tijdje bij Kris ingewoond: dat was in het begin van de jaren ’
  10. Henri Heremans beaamt dat Lisetta en hij een relatie hebben. Ze komt hier regelmatig langs. Als ik vraag of ze elke dag hier is, ontkent hij dat. Ze komt hier een paar keer per week. Ze helpt hier het huis onderhouden en eet hier soms ook. Voor de rest doet hij alles zelf: koken, strijken, wassen... Wanneer we vragen van wie de B.H. is die aan de wasdraad hangt, zegt hij dat die van Lisetta is. Hij beweert dat dat kledingstuk toevallig tussen zijn was is geraakt. We uiten onze twijfels over deze verklaring. Hij blijft beweren dat Lisetta hier niet woont en biedt zelf herhaalde malen aan dat we de woonst bekijken. In de keuken staat een paar vrouwensloffen het hoge hakken. In een zetel in de woonkamer ligt een soort handtas: die is van Lisetta maar hij is leeg, aldus Henri Heremans, en hij laat de tas zien. In de woonkamer hangt een portretfoto van hemzelf en Lisetta Leys: de foto is op het huwelijk van zijn zoon gemaakt. Er naast hangt een kader met 6 portretten: het blijkt om Lisetta’s zussen te gaan. In de badkamer treffen we geen spullen aan die op de aanwezigheid van een vrouw wijzen. Henri Heremans toont vervolgens de slaapkamers van hemzelf en die van Kris. In de ene kamer hangen zijn kleren en in de andere die van Kris. Nergens zijn vrouwenkleren te zien. In de kamer die hijzelf zegt te gebruiken, staat een bed van het type “twijfelaar”, dat door één persoon lijkt te worden gebruikt. In de kamer die Kris zou gebruiken, staat een breed tweepersoonsbed met aan elke zijde een gebruikt hoofdkussen. Wanneer we vragen of Kris een vriendin heeft, antwoordt Henri Heremans ontkennend... We uiten onze verbazing over het feit dat er opvallend weinig sporen van vrouwelijke aanwezigheid zijn in de badkamer, in de slaapkamers en elders, ofschoon Henri Heremans een relatie met Lisetta heeft en zij hier regelmatig komt. Telkens wanneer we lastige thema’s aansnijden vraagt hij verontwaardigd ‘Mag dat dan niet?’. Henri Heremans antwoordt verder dat Kris werkt, dat hijzelf met brugpensioen is en dat Lisetta een werkelozenuitkering ontvangt. Dit huis werd aangekocht door Kris Witvrouwen en Henri Heremans woont er met Kris alleen. Hij weet nog te zeggen dat Lisetta momenteel met haar moeder even weg is. XII-2845-6/18 Wanneer we hem confronteren met de burenverklaringen van onder meer de Broekmansstraat evenals met de verklaringen van de eigenaars van de panden aldaar, die uitwijzen dat Lisetta bij hem verbleven heeft en nog verblijft, reageert hij verontwaardigd en zegt dat ze hem allemaal willen kloten... 24 juni 1999: plaatsbezoek Gidsenlei 7 te Heist-op-den-Berg We besluiten ook hier opnieuw een buurtonderzoek te doen. We bellen opnieuw aan bij het pand op nummer 3, waarvan de bewoner me op 6 mei stellig had gezegd dat er op nummer 7 een vrouw alleen woont. Tot onze verbazing zegt hij deze keer dat er iemand bij Maria Ceulemans inwoont, misschien één van haar dochters. Wanneer we hem confronteren met zijn tegenspraak, wil hij niet reageren. De bewoner op nummer 4 zegt dat er aan de Gidsenlei nummer 7 een oudere vrouw alleen woont, maar dat ze nooit veel alleen is, en dat er veel bezoek is. De bewoner op nummer 8 zegt eveneens dat Maria Ceulemans alleen woont op nummer 7 en dat er wel een dochter naast haar woont. Op de nummers 5 en 6 treffen we niemand thuis. Lisetta Leys en haar moeder blijken niet weg te zijn, want we treffen hen beiden aan. De zussen zijn er ook. Lisetta heeft een verzorgd voorkomen. Ze staat ons te woord en zegt dat ze hier al 5 jaar woont bij haar moeder. Vroeger woonde ze in de Broekmansstraat 93 gedurende ongeveer 10 jaar. Toen moeder ziek werd is ze bij haar ingetrokken. Ze beaamt op haar beurt een relatie met Henri Heremans te hebben, maar ontkent stellig bij hem te wonen. Ze vertelt wel dat ze alle dagen (!) naar hem toegaat, nadat ze hier klaar is met haar moeder te helpen. Ze verklaart ook de was bij Henri te doen (!). Wanneer we doorvragen, preciseert ze dat ze de was van moeder hier doet, en haar eigen was bij hem. Zonder dat we er iets over gezegd hebben, verklaart ze dat er daarom nu één B.H. van haar daar aan de wasdraad hangt. (Vriend Henri heeft haar klaarblijkelijk telefonisch verwittigd van onze komst). Ook hier wordt op netelige kwesties steevast gereageerd met ‘Mag dat dan niet?’. We vragen Lisetta Leys om ons te tonen waar haar vertrekken zijn. Ze neemt ons mee naar de slaapkamer van haar moeder op het gelijkvloerse en zegt onmiddellijk dat ze hier sinds ongeveer 1 maand slaapt. Beiden delen volgens haar zeggen het tweepersoonsbed. In de rechterhelft van de grote klerenkast toont ze me haar kleding. Wanneer we naar ondergoed vragen toont ze ons in de slaapkamerkast en in de woonkamerkast een aantal stapels damesonderbroeken. Ons inziens gaat het om textiel die door oudere dames gedragen wordt. Als ik vraag te precizeren wat van haar is en wat van haar moeder, zegt ze dat ze alles delen. B.H.’s zijn er verder niet. Ze bezit enkel degene die aan de wasdraad bij dhr. Heremans hangt en degene die ze nu aanheeft. Toiletgerief wijst ze aan in een commodekast in haar moeders slaapkamer. Ook hier kan ze geen persoonlijke spullen aanwijzen: ze deelt alles met haar moeder. Zich wassen doet ze in een kom in het waskot. Douchen doet ze bij haar zuster Linda, die hiernaast woont. Ze deelt mee dat ze een deel van haar toiletspullen in een toilettas heeft zitten, die ze naar daar meeneemt. Ze gebruikt ook toiletgerief van haar zuster. In het washok is geen toiletgerief van Lisetta Leys te bespeuren. Ik zie deze keer drie tandenborstels in een beker staan. Op de eerste verdieping toont ze ons de slaapkamer die men tijdens ons bezoek van 6 mei j.l. ook heeft getoond. Dit is in feite nog steeds haar kamer, maar ze slaapt er enkel, als ze niet bij haar moeder hoeft te slapen. We zien dat het bed er precies zo bijligt als tijdens ons vorige bezoek. In de grotere zolderruimte hangen nog steeds dezelfde dameskleren als de vorige keer en er staan wat schoenen en allerlei dozen vol met huisraad. De XII-2845-7/18 dozen zijn van haar en als we vragen welke kleren van haar zijn, wijst ze slechts enkele kledingstukken aan. Tenslotte verklaart Lisetta Leys nog dat ze af en toe bij Henri Heremans blijft eten en er ook al eens kookt. Hijzelf kookt ook. Ze verklaart verder af en toe ook weleens bij hem te blijven overnachten. (Nochtans beschikken de slaapkamer en de badkamer van het pand aan de Booischotseweg 139 te Hulshout over opvallend weinig (namelijk geen!) vrouwelijke spullen). 30 juni 1999: telefonische contactname met politie Hulsbout De heer Vanden Vonder deelt mee nog niet te zijn langsgeweest aan de Booischotseweg
  11. Hij zal er een onderzoek instellen, maar hij vertrekt eerst op verlof. Het verslag zal worden nagestuurd”. De bevolkingsinspecteur besluit dat de inschrijving op 3 mei 1999 van Kristiaan Witvrouwen en Henri Heremans op het adres Booischotseweg 139 te Hulshout behouden moet blijven, met dien verstande dat laatstgenoemde vanaf die datum deel uitmaakt van het gezin van Kristiaan Witvrouwen, alsook dat verzoekster op de datum van het eerste onderzoek ter plaatse van de inspecteur, namelijk 6 mei 1999, eveneens moet worden ingeschreven op het adres Booischotseweg 139 te Hulshout in het gezin van Kristiaan Witvrouwen. Bij brief van 24 augustus 1999 deelt de politie van Hulshout de directie de bevindingen mee van haar onderzoek naar verzoeksters verblijfstoestand : “Ingevolge uw verzoek hebben wij een nazicht gedaan naar de verblijfstoestand van mevrouw Leys Lisetta, /25.06.51 - Booischot zonder beroep - uit de echt gescheiden ingeschreven te 2221 Heist-op-den-Berg - Gidsenlei 7 doch vermoedelijk wonende te 2235 Hulshout - Booischotseweg
  12. Onze eerste woonstcontrole op dit adres dateert van 03.05.99, voor nazicht van de adreswijziging van Heremans Henri en Witvrouwen Kristiaan. Wij troffen toen in de woning aan : Heremans Henri /01.05.48- Booischot arbeider - uit de echt gescheiden 2235 Hulshout - Booischotseweg 139 en mevrouw Leys Lisetta. Op mijn vraag naar Witvrouwen Kristiaan antwoordde de vrouw ‘Kris is werken, hij komt hier ook wonen’. Vervolgens heb ik de vrouw gevraagd of zij ook hier komt wonen, ze antwoordde ‘neen, ik help maar wat met de verhuis’. Ingevolge deze vaststelling werden Heremans Henri en Witvrouwen Kristiaan ingeschreven te Hulshout. Op uw verzoek hebben wij ons op 24.08.99 om 2200 uur terug begeven naar de Booischotseweg
  13. Achteraan de woning brandt er licht in de keuken. Wij begeven ons naar achter en kloppen aan. Witvrouwen Kristiaan opent XII-2845-8/18 de deur en laat ons binnen. In de keuken rond de tafel zitten Heremans Henri, Leys Lisetta en een verkoper van tegeltjes. De verkoper had zijn werk gedaan en verlaat de woning. Wij brengen de bewoners op de hoogte van de reden van ons bezoek waarna we onmiddellijk verbaal worden aangevallen door alledrie. We hadden de indruk dat onze komst aangekondigd was. Mevrouw Leys zegt ons dat ze hier niet woont maar dat ze wel meer aanwezig is in deze woning dan in Heist op den Berg. Ze zegt dat ze mag zijn waar ze wil en dat de plaats van inschrijving onze zaken niet zijn. Ze zegt dat ze geen kledij liggen heeft in deze woning en vraagt of wij dit willen nazien. We zijn hier niet op ingegaan. Haar zoon Kristiaan zegt dat zijn moeder hier veel is en dat ze een sleutel heeft van de woning doch dat we onze vragen naar hem moeten richten en niet naar zijn moeder. Het is namelijk hij die hier ingeschreven is, dus moeten we met hem praten. Hij zegt nog : ‘ik beslis hier wie binnen komt en wie niet, ik heb beslist dat mijn moeder hier mag komen en daar hebben jullie geen zaken mee, ik heb jullie zopas binnen gelaten en als ik beslis dat jullie er niet inkomen dan blijven jullie buiten, ik zou willen dat de diensten van Binnenlandse Zaken mij eens zouden kontakteren’. Vervolgens zegt Heremans Henri ons nog ‘jullie kunnen ons niet verplichten waar mevrouw ingeschreven wordt, onze advocaat weet hier raad mee’. Wij hebben de vrouw meegedeeld dat onze vaststellingen aan uw dienst zouden overgemaakt worden”. Bij aangetekende brieven van 30 november 1999 deelt de bevolkingsinspecteur verzoekster, Kristiaan Witvrouwen en de raadsman van de eigenaars van de woningen aan de Broekmansstraat 93 en 97 te Booischot, alsook de burgemeesters van Heist-op-den-Berg en Hulshout onder meer mee dat uit het bevolkingsonderzoek is gebleken dat verzoekster haar hoofdverblijf heeft gevestigd aan de Booischotseweg 139 te Hulshout en dat het zijn bedoeling is de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken voor te stellen verzoekster op 6 mei 1999 op dat adres in het bevolkingsregister van Hulshout in te schrijven in het gezin van Kristiaan Witvrouwen. Daarnaast vermeldt zij dat opmerkingen of nieuwe gegevens die de voorgestelde beslissing zouden kunnen wijzigen, binnen vijftien dagen schriftelijk kunnen worden bezorgd. Zij wijst er tevens op dat betrokkenen en beide gemeentebesturen het recht hebben om, na schriftelijke aanvraag, het administratief dossier in te zien en/of te worden gehoord door de ambtenaar die gemachtigd is de beslissing te nemen. Bij brief van 6 december 1999 antwoordt de burgemeester van Hulshout dat verzoekster op datum van 6 mei 1999 in het bevolkingsregister van de gemeente werd ingeschreven op het adres Booischotseweg 139, bij haar zoon Kristiaan Witvrouwen. XII-2845-9/18 Bij aangetekende brieven van 10 december 1999 antwoordt de raadsman van verzoekster en van Kristiaan Witvrouwen dat zijn cliënten het standpunt van de bevolkingsinspecteur formeel betwisten. Hij doet gelden dat verzoekster sinds 27 oktober 1994 aan de Gidsenlei 7 te Booischot woont en daar de permanente zorg voor haar alleenstaande moeder op zich neemt. Voorts vraagt hij inzage in en een afschrift van het administratief dossier en verzoekt hij samen met verzoekster door de gemachtigde ambtenaar te worden gehoord. Met een faxbericht van 16 december 1999 vraagt het gemeente- bestuur van Hulshout de diensten van het rijksregister te Antwerpen de gegevens betreffende verzoeksters inschrijving op het adres Booischotseweg 139 te Hulshout uit het register te verwijderen. Op 21 maart 2000 neemt verzoeksters raadsman inzage in het administratief dossier en ontvangt hij de gevraagde afschriften. Bij brief van 11 april 2000 legt hij een schriftelijke verklaring voor van de postbode die de post bestelt op het adres van verzoeksters moeder die verklaart dat verzoekster reeds enkele jaren bij haar moeder woont en dat hij haar daar “geregeld ’s morgens” ziet. Op 21 juni 2000 worden verzoekster en haar raadsman gehoord door de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken. Blijkens het verslag van dat verhoor benadrukt verzoeksters raadsman dat “de problematiek rond de inschrijving in de bevolkingsregisters is ontstaan rond een huurgeschil, op het ogenblik dat de heer Kristiaan Witvrouwen en de heer Henri Heremans ingeschreven waren te Heist-op-den-Berg, respectievelijk aan de Broekmansstraat 93 en 97”. Voorts herhaalt hij dat verzoekster altijd bij haar hulpbehoevende moeder heeft gewoond om te kunnen instaan voor haar verzorging. Hij voegt er aan toe dat verzoekster wel een relatie heeft met Henri Heremans die samen met haar zoon aan de Booischotseweg 139 te Hulshout woont. Ten slotte legt hij enkele getuigenverklaringen voor inzake verzoeksters verblijf bij haar moeder. Bij brief van 17 juli 2000 legt verzoeksters raadsman nog acht schriftelijke verklaringen voor, naar luid waarvan verzoekster reeds jaren bij haar moeder woont. XII-2845-10/18 Op 8 september 2000 neemt de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken de bestreden beslissing. De ontvankelijkheid 2.
  14. Verwerende partij werpt in de memorie van antwoord tegen dat verzoekster niet over het rechtens vereiste belang beschikt bij de nietigverklaring van de bestreden beslissing, in zoverre deze de verblijfstoestand van Kristiaan Witvrouwen en Henri Heremans regelt. Verwerende partij betoogt dat verzoekster wel belang heeft bij een gedeeltelijke nietigverklaring van de bestreden beslissing, namelijk voor zover deze bepaalt dat zij op 6 mei 1999 moet worden ingeschreven op het adres Booischotseweg 139 te Hulshout in het gezin van Kristiaan Witvrouwen, en dat de beslissing die de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken ten aanzien van Kristiaan Witvrouwen en Henri Heremans heeft genomen “buiten het bestek van de onderhavige vordering [moet] blijven” omdat verzoekster niet aantoont dat deze beslissing voor haar grievend is. In de memorie van wederantwoord stelt verzoekster dat zij “volhardt in de uiteenzetting van de vereiste hoedanigheid en het belang [...] opgenomen in het verzoekschrift tot nietigverklaring”. 2.
  15. De door verwerende partij ingeroepen exceptie is gegrond. Verzoekster bewijst inderdaad niet dat zij belang heeft bij de nietigverklaring van de beslissing van 8 september 2000 van de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken om de inschrijving van 3 mei 1999 van Kristiaan Witvrouwen en Henri Heremans op het adres Booischotseweg 139 te Hulshout te behouden, met dien verstande dat laatstgenoemde vanaf voormelde datum deel uitmaakt van het gezin van eerstgenoemde. Zij heeft er wel belang bij de beslissing van de gemachtigde van de minister te bestrijden, voor zover ook haar hoofdverblijf erdoor wordt bepaald, namelijk voor zover ook zij, op 6 mei 1999, dient te worden ingeschreven op het adres Booischotseweg 139 te Hulshout in het gezin van Kristiaan Witvrouwen. 3.
  16. In fine van het verzoekschrift vraagt verzoekster de Raad van State “[haar] te machtigen zich te laten inschrijven in een gemeente van haar keuze”. In haar memorie van wederantwoord vermeldt zij als gemeente van haar keuze “2221 Booischot, Gitselei 7”. XII-2845-11/18 3.
  17. Ambtshalve dient te worden opgemerkt dat de Raad van State uit artikel 14, § 1, van zijn gecoördineerde wetten de bevoegdheid put om de bestreden beslissing nietig te verklaren, maar niet om verzoekster “te machtigen zich te laten inschrijven in een gemeente van haar keuze”. Het verzoek daartoe is niet ontvankelijk. Na een eventueel vernietigingsarrest komt het de verwerende partij toe om, met inachtneming van het onlosmakelijk met het dispositief verbonden vernietigingsmotief, uitvoering te geven aan dat arrest. De Raad van State mag te dezen niet in de plaats van verwerende partij treden. De grond van de zaak 4.
  18. Verzoekster voert in een eerste middel aan dat de zorgvuldigheids- plicht werd geschonden doordat de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken slechts rekening houdt met de verklaringen die hem goed uitkomen : hij legt een groot aantal verklaringen van buren gewoon naast zich neer; op 24 juni 1999 heeft de bevolkingsinspecteur vastgesteld dat in de woning van Kristiaan Witvrouwen en Henri Heremans weinig “vrouwelijke zaken” aan te treffen zijn; ook werd geen rekening gehouden met de leeftijd van verzoeksters moeder; het is niet meer dan logisch dat iemand bij haar 86-jarige moeder inwoont om haar bij te staan, taak die verzoekster vrijwillig op zich heeft genomen. In de memorie van wederantwoord herhaalt verzoekster onder meer wat zij reeds in haar verzoekschrift tot nietigverklaring heeft ingeroepen. Daarnaast betoogt zij dat de politie van Hulshout bij haar bezoek aan de Booischotseweg 139 op 24 augustus 1999 om 22 u heeft nagelaten de woning te onderzoeken op de aanwezigheid van vrouwenkledij, niettegenstaande verzoekster daarom verzocht, dat de politie toen had kunnen vaststellen of zij daar al dan niet woonde, dat hieruit kan worden afgeleid dat de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken enkel die getuigenissen en verklaringen voor waar neemt die voor hem dienstig zijn, dat er na de bestreden beslissing nog verschillende controles zijn uitgevoerd door “de verantwoordelijke van de gemeente”, dat verzoekster dan telkens aanwezig was in de woning van haar moeder, maar dat daarover door verwerende partij niets gezegd wordt omdat het niet in haar stelling past. In de laatste memorie argumenteert verzoekster nog dat de schending van de zorgvuldigheid zover gaat dat de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken niet heeft nagegaan dat Kris Witvrouwen de eigenaar is van de XII-2845-12/18 woning aan de Booischotseweg 139 te Hulshout. De vaststellingen die de verantwoordelijke van de gemeente na de bestreden beslissing deed, bewijzen “de continuïteit” en het feit dat er een foutieve beslissing werd genomen. 4.
  19. De bestreden beslissing werd genomen na een grondig en uitvoerig onderzoek door de bevolkingsinspectie van het ministerie van Binnenlandse Zaken en de politie van Hulshout. Dat onderzoek had betrekking op verzoeksters verblijfssituatie en dit zowel op het adres van haar moeder aan de Gidsenlei 7 te Booischot als op het adres van haar zoon Kris Witvrouwen aan de Booischotseweg 139 te Hulshout. Het leverde talrijke vaststellingen op die de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken toelieten het vermoeden dat verzoekster haar hoofdverblijf heeft op het adres waar zij in het bevolkingsregister is ingeschreven, namelijk Gidsenlei 7 te Booischot, weerlegd te bevinden. Die vaststellingen zijn onder meer de volgende : - buren van de woningen aan de Broekmansstraat 93 en 97 te Booischot verklaren aan de bevolkingsinspecteur dat verzoekster samen met haar vriend Henri Heremans en haar zoon Kris Witvrouwen in de Broekmansstraat 97 woonde en dat betrokkenen naar Hulshout zijn verhuisd; deze buren bevestigen aldus de verklaringen van de eigenaars van de woningen aan de Broekmansstraat 93 en 97; - na de verhuis van Kris Witvrouwen en Henri Heremans naar de Booischotseweg 139 te Hulshout komt de politie van Hulshout twee keer op plaatsbezoek, op 3 mei 1999 en op 24 augustus 1999; verzoekster blijkt telkens aanwezig te zijn; op 24 augustus 1999 verklaart zij “dat ze hier niet woont maar dat ze wel meer aanwezig is in deze woning dan in Heist op den Berg”; haar zoon verklaart “dat zijn moeder hier veel is en dat ze een sleutel heeft van de woning”; - buren van de woning aan de Booischotseweg 139 verklaren dat op dat adres een man en een vrouw wonen; - buren van de woning aan de Gidsenlei 7 te Booischot verklaren dat enkel verzoeksters moeder op dat adres woont, zij het dat één van hen bij een tweede bevraging beweert dat één van de dochters misschien inwoont; wanneer hij met zijn tegenspraak wordt geconfronteerd, reageert hij niet en geeft hij daarvoor bijgevolg geen zinnige verklaring; - op 6 mei 1999 bevestigt verzoeksters moeder spontaan dat zij alleen woont, zij herpakt zich pas “als ze doorkrijgt dat het over Lisetta gaat”; XII-2845-13/18 - bij haar bezoeken aan de Booischotseweg 139 treft de bevolkingsinspecteur tot twee keer toe vrouwenkledingstukken aan op de wasdraad; Henri Heremans verklaart dienaangaande dat een kledingstuk “toevallig tussen zijn was is geraakt”; verzoekster van haar kant beweert dat zij “ook de was bij Henri [doet]”, alsook dat zij de was van haar moeder aan de Gidsenlei 7 te Booischot doet en haar eigen was aan de Booischotseweg 139 te Hulshout; - Henri Heremans bevestigt dat hij met verzoekster een relatie heeft, doch ontkent dat zij elke dag komt; hij beweert dat zij “een paar keer per week” komt, het huis helpt onderhouden en er soms ook eet; verzoekster verklaart dat zij “alle dagen” naar Henri Heremans gaat “nadat ze [...] klaar is met haar moeder te helpen”; - de uitleg van Henri Heremans over het gebruik van de slaapkamers aan de Booischotseweg 139 is weinig overtuigend, hij beweert zelf in een slaapkamer te slapen met een bed dat volgens de bevolkingsinspecteur “door één persoon lijkt te worden gebruikt”; Kris Witvrouwen, die volgens Henri Heremans geen vriendin heeft, zou in “een breed tweepersoonsbed met aan elke zijde een gebruikt hoofdkussen” slapen; - in de woning aan de Gidsenlei 7 zijn geen persoonlijke spullen van verzoekster aan te wijzen, zij zou alles met haar moeder delen; er is ook geen toiletgerief van verzoekster; zij zou douchen bij haar zus die naast haar moeder woont; - de verklaringen van verzoekster en van haar zussen stemmen niet geheel overeen: de zussen verklaren op 6 mei 1999 dat de vrouwenkleren in de grote zolderruimte in de woning aan de Gidsenlei 7 van verzoekster zijn, terwijl verzoekster zelf op 24 juni 1999 slechts “enkele kledingstukken” aanwijst. Deze feitelijke vaststellingen tezamen in acht genomen, heeft verwerende partij op goede grond en binnen de grenzen van haar beoordelingsbevoegdheid mogen aannemen dat verzoekster niet haar hoofdverblijfplaats had waar zij in het bevolkingsregister was ingeschreven, maar aan de Booischotseweg 139 te Hulshout, in het gezin van haar zoon. Daar doet niet aan af het feit dat er ook aanwijzingen zijn dat verzoekster heel vaak bij haar moeder komt en mee instaat voor haar verzorging, noch het feit dat verwerende partij het in de concrete omstandigheden van de zaak niet nodig heeft gevonden bijkomend nog te onderzoeken wie precies de eigenaar is van de woning aan de Booischotseweg
  20. Ten slotte toont ook het feit dat, ná de bestreden beslissing, XII-2845-14/18 “de verantwoordelijke van de gemeente” verzoekster nog verschillende keren in de woning van haar moeder zou hebben aangetroffen, niet aan dat de bestreden beslissing niet met de vereiste zorgvuldigheid tot stand is gekomen. Het eerste middel is niet gegrond. 5.
  21. In een tweede middel doet verzoekster gelden dat de bestreden beslissing met machtsafwending tot stand is gekomen. Zij zet uiteen dat de bestreden beslissing tot stand is gekomen “louter en alleen op basis van een klachtenbrief van een advokaat van een particulier die misnoegd was omdat men niet klakkeloos akkoord was om zijn huishuur met 100% verhoogd te zien”, dat de minister “op flagrante wijze de feitelijkheden miskend heeft en hierdoor aan machtsafwending gedaan heeft”, dat te dezen “het algemeen belang niet geviseerd werd maar wel een persoonlijke vete uitgevochten is geweest”, dat zij mag gaan en komen waar zij zelf wenst en dat zij ook zelf mag kiezen waar zij zich inschrijft, dat het onaanvaardbaar is dat de minister van Binnenlandse Zaken kan bepalen waar iemand zich moet inschrijven en dat hij aan een gemeentebestuur de opdracht geeft een persoon uit het bevolkingsregister te schrappen en elders in te schrijven zonder dat betrokkene daarvan op de hoogte is. Verzoekster herhaalt in de memorie van wederantwoord en de laatste memorie hoofdzakelijk wat zij in het verzoekschrift tot nietigverklaring met betrekking tot dit middel heeft aangevoerd. Zij voegt eraan toe dat zij op haar adres Gidsenlei 7 te Booischot nooit enige kennisgeving van de bestreden beslissing vanwege het gemeentebestuur van Hulshout heeft ontvangen. 5.
  22. Machtsafwending is de onwettigheid die erin bestaat dat een bestuursorgaan een bevoegdheid die hem door of krachtens de wet is toegewezen met het oog op het behartigen van een welbepaald algemeen belang, aanwendt voor het bereiken van een ander belang. De minister van Binnenlandse Zaken of zijn gemachtigde putten de bevoegdheid om bij moeilijkheden of betwistingen in verband met het hoofdverblijf de plaats daarvan te bepalen, uit het artikel 8 van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen. Voormelde wet en haar uitvoeringsbesluiten bepalen niets over de wijze XII-2845-15/18 waarop die moeilijkheden of betwistingen bij de minister of zijn gemachtigde worden aangebracht. Uit de loutere omstandigheid dat te dezen de moeilijkheid betreffende het vaststellen van verzoeksters hoofdverblijfplaats bij de gemachtigde van de minister werd aangebracht door personen die, volgens verzoekster, met haar een geschil hebben gehad in verband met het verhuren van hun eigendom, kan allerminst worden afgeleid dat bedoelde gemachtigde zijn bevoegdheid zou hebben gebruikt niet ten dienste van het algemeen belang met het oog waarop hem die bevoegdheid is gegeven, doch enkel om verzoekster te treffen in het kader van “een persoonlijke vete”. Een ander gegeven dat machtsafwending door de gemachtigde van de minister aannemelijk kan maken, voert verzoekster niet aan. Bovendien impliceert de bestreden beslissing niet dat verzoekster niet zou mogen “gaan en komen waar zijzelf wenst”. De gemachtigde van de minister heeft niet meer gedaan dan het administratief vaststellen van een feitelijk bestaande toestand. Deze vaststelling belemmert verzoekster geenszins in haar vrijheid van “gaan en komen”. Wel is het niet aan haar om “zelf [te] kiezen waar zij haar inschrijft”. Immers moet die inschrijving krachtens artikel 1, § 1, 1/, van voormelde wet van 19 juli 1991 gebeuren in het bevolkingsregister van de gemeente waar betrokkene zijn hoofdverblijfplaats heeft. Te dezen heeft de gemachtigde van de minister op grond van de feitelijke vaststellingen van de politie van Hulshout en van de bevolkingsinspectie van het ministerie van Binnenlandse Zaken terecht besloten dat verzoeksters hoofdverblijf aan de Booischotseweg 139 te Hulshout is gesitueerd. Dat verzoeksters inschrijving op voornoemd adres zou zijn gebeurd zonder dat zij er kennis van had, gaat niet op. De procedure die dienaan- gaande wordt voorgeschreven door voormelde wet van 19 juli 1991 werd nageleefd en het gemeentebestuur van Hulshout heeft een afschrift van de uitkomst ervan betekend aan de Booischotseweg 139 te Hulshout, zijnde precies het adres waarop, volgens het gevoerde bevolkingsonderzoek, verzoekster haar hoofdverblijf had. Ook het tweede middel is niet gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  23. XII-2845-16/18 Het beroep wordt verworpen. XII-2845-17/18 Artikel
  24. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verzoekster. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op eenentwintig februari 2008, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-2845-18/18 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.960 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.