id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.081 Rolnummer: A. 159188/X-12177 Zaak: Arrest 180081 - Monumenten en Landschappen - 25/02/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-03-05 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-29 07:40 Fiche Arrest nr 180.081 van 25 februari 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Monumenten en Landschappen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK.nr. 180.081 van 25 februari 2008 in de zaak A. 159.188/X-12.
- In zake : de n.v. ELIA ASSET, die woonplaats kiest bij advocaten P. DE MAEYER en T. VANDENPUT, kantoor houdende te 1160 BRUSSEL, Tedescolaan 7 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat V. TOLLENAERE, kantoor houdende te 9000 GENT, Koning Albertlaan
- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. ELIA ASSET op 14 januari 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 6 mei 2004 van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken houdende vaststelling van een ontwerp van lijst van voor bescherming vatbare monumenten, stads- en dorpsgezichten, waarbij het Onderstation Kattenberg, gelegen te GENT, Kattenberg 11, kadastraal bekend sectie E, nr. 718/h(deel) voorlopig als monument beschermd wordt; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 5 oktober 2007 en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; X-12.177-1/3 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, bepaald in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt; dat, op grond van artikel 14quater van voornoemd besluit van de Regent, de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord, BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig februari 2008, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. X-12.177-2/3 De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-12.177-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.081 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div