← België

Arrest 180086 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 25/02/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.086 Rolnummer: A. 135658/X-11383 Zaak: Arrest 180086 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 25/02/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-03-05 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-29 07:40 Fiche Arrest nr 180.086 van 25 februari 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK.nr. 180.086 van 25 februari 2008 in de zaak A. 135.658/X-11.

  1. In zake :
  2. de n.v. WILLEBROEKSE BELEGGINGSMAATSCHAPPIJ,
  3. de n.v. FEMONT, die woonplaats kiezen bij advocaat W. GORIS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Generaal Lemanstraat 27 tegen :
  4. de gemeente WILLEBROEK, die woonplaats kiest bij advocaat G. BERVOETS, kantoor houdende te 2800 MECHELEN, Gerechtstraat 7,
  5. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. CLAES, kantoor houdende te 2550 KONTICH, Mechelsesteenweg
  6. tussenkomende partijen :
  7. de n.v. INVESTIMMO,
  8. de n.v. PROJECTONTWIKKELINGSMAATSCHAPPIJ IMMO, die woonplaats kiezen bij advocaten R. NAUWELAERTS en J. BOUCKAERT, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Loksumstraat
  9. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. WILLEBROEKSE BELEGGINGSMAATSCHAPPIJ en de n.v. FEMONT op 17 april 2003 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 28 januari 2003 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Willebroek waarbij aan de n.v. INVESTIMMO de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een industriegebouw op een perceel gelegen aan de Koningin Astridlaan 12 te Willebroek, kadastraal bekend sectie D, nr. 707/d; X-11.383-1/4 Gelet op het arrest nr. 123.390 van 24 september 2003 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op het verzoekschrift tot voortzetting van het geding op 4 november 2003 ingediend door de n.v. WILLEBROEKSE BELEGGINGS- MAATSCHAPPIJ en de n.v. FEMONT; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst op 12 december 2003 ingediend door de n.v. INVESTIMMO en de n.v. PROJECTONTWIKKELINGS- MAATSCHAPPIJ IMMO; Gelet op de beschikking van 30 december 2003 die de tussenkomst van de n.v. INVESTIMMO en de n.v. PROJECTONTWIKKELINGS- MAATSCHAPPIJ IMMO toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur R. VAN DEN EECKHOUT; Gelet op de beschikking van 7 juni 2007, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partijen op 28 juni 2007 en gezien de laatste memories van de tweede verwerende partij en de tussenkomende partijen; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partijen melding heeft gemaakt van artikel 21, X-11.383-2/4 zesde lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Overwegende dat de verzoekende partijen binnen de termijn van dertig dagen, bepaald in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure hebben ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te hunnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt; dat, op grond van artikel 14quater van voornoemd besluit van de Regent, de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partijen binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partijen niet hebben gevraagd om te worden gehoord, BESLUIT: Artikel
  10. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  11. . De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 700 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor de helft. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 250 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, ieder voor de helft. X-11.383-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig februari 2008, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-11.383-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.086 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.123.390 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.