← België

Arrest 180095 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 25/02/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.095 Rolnummer: A. 179925/X-13134 Zaak: Arrest 180095 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 25/02/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-03-06 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-29 07:40 Fiche Arrest nr 180.095 van 25 februari 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK.nr. 180.095 van 25 februari 2008 in de zaak A.179.925/X-13.

  1. In zake :
  2. Herman MATTHYSSEN,
  3. Martha VAN DEUN, die woonplaats kiezen bij advocaat R. DE KONINCK, kantoor houdende te 2610 WILRIJK, Prins Boudewijnlaan 177-179 tegen :
  4. de deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN,
  5. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. CLAES, kantoor houdende te 2550 KONTICH, Mechelsesteenweg
  6. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Herman MATTHYSSEN en Martha VAN DEUN op 29 december 2006 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van: - de beslissing van 2 maart 2006 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen houdende inwilliging van het beroep dat de heer en mevrouw FRANKEN-GOETELEN hebben ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Malle over de aanvraag tot het verkavelen van een terrein gelegen te Malle aan de Antwerpsesteenweg, kadastraal gekend sectie B, nr. 648/l, en waarbij de vergunning wordt verleend overeenkomstig de in rood gewijzigde plannen, onder de voorwaarden, gesteld in het advies van het ministerie van de Vlaamse gemeenschap, afdeling Water d.d. 20 februari 2006, en mits toepassing van de bijgevoegde stedenbouwkundige voorschriften, en - het besluit van 7 september 2006 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening waarbij het beroep van de gemeente Malle tegen de beslissing van 2 maart 2006 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen onontvankelijk wordt verklaard, en ten gevolge waarvan de beslissing van 2 maart 2006 van de bestendige deputatie van de X-13.134-1/5 provincieraad van Antwerpen, houdende toekenning van de vergunning aan de heer en mevrouw FRANKEN-GOETELEN haar rechtskracht herneemt; Gelet op het arrest nr. 172.120 van 11 juni 2007 waarbij de schorsing van de tenuitvoerlegging van de eerste bestreden beslissing wordt bevolen en de vordering tot schorsing voor het overige wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dat arrest aan de verzoekende partijen, de verwerende partijen en aan de partij die belang heeft bij de beslechting van de zaak op 18 juni 2007; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 15bis, § 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 15ter, § 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Toepassing artikel 15bis, § 1 Overwegende dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het arrest houdende schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit aan de verwerende partijen en aan degene die belang heeft bij de beslechting van de zaak melding heeft gemaakt van artikel 17, § 4bis van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 en van artikel 15bis, § 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Overwegende dat naar luid van voornoemd artikel 17, § 4bis de Raad van State de akte of het reglement kan nietig verklaren waarvan de schorsing gevorderd wordt indien, binnen dertig dagen te rekenen van de kennisgeving van het arrest waarbij de schorsing wordt bevolen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging is ingediend door de verwerende partij of degene die belang heeft bij de beslechting van de zaak; X-13.134-2/5 Overwegende dat noch de verwerende partijen, noch de partij die belang heeft bij de beslechting van de zaak binnen de termijn van dertig dagen een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging hebben ingediend; dat, op grond van artikel 15bis, § 1 van voornoemd besluit van de Regent, de kamer uitspraak zal doen over de vernietiging van de beslissing waarvan de schorsing is bevolen, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; Overwegende dat geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord; dat er reden is om de beslissing waarvan de schorsing van de tenuitvoerlegging is bevolen nietig te verklaren; Toepassing artikel 15ter, § 1 Overwegende dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, aan de verzoekende partijen melding heeft gemaakt van artikel 17, § 4ter van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 en van artikel 15ter, § 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Overwegende dat naar luid van voornoemd artikel 17, § 4ter ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van het geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; X-13.134-3/5 Overwegende dat de verzoekende partijen geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging hebben ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat op grond van voornoemd artikel 15ter, § 1 de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partijen niet hebben gevraagd om te worden gehoord, BESLUIT: Artikel
  7. Vernietigd wordt de beslissing van 2 maart 2006 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen houdende inwilliging van het beroep dat de heer en mevrouw FRANKEN-GOETELEN hebben ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Malle over de aanvraag tot het verkavelen van een terrein gelegen te Malle aan de Antwerpsesteenweg, kadastraal gekend sectie B, nr. 648/l, en waarbij de vergunning wordt verleend overeenkomstig de in rood gewijzigde plannen, onder de voorwaarden, gesteld in het advies van het ministerie van de Vlaamse gemeenschap, afdeling Water d.d. 20 februari 2006, en mits toepassing van de bijgevoegde stedenbouwkundige voorschriften. Artikel
  8. De afstand van het geding wordt vastgesteld ten aanzien van de tweede bestreden beslissing. Artikel
  9. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 350 euro, komen ten laste van het Vlaamse Gewest. X-13.134-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig februari 2008, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-13.134-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.095 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.120 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.