← België

Arrest 180176 - Politie - 28/02/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.176 Rolnummer: A. 100740/XII-2969 Zaak: Arrest 180176 - Politie - 28/02/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-03-12 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-29 07:41 Fiche Arrest nr 180.176 van 28 februari 2008 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Politie Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 180.176 van 28 februari 2008 in de zaak A. 100.740/XII-

  1. In zake : Marc SCHEYLTJENS, die woonplaats kiest bij advocaat P. Crispijn, kantoor houdende te Gent, Mazestraat 16 tegen : de STAD MECHELEN, die woonplaats kiest bij advocaat A. Huysmans, kantoor houdende te Mechelen, Berthoudersplein
  2. tussenkomende partijen :
  3. Günter KEUSTERMANS, wonende te Mechelen-Hombeek, Zepstraat 43a
  4. Daniel CAERSTIAENSSEN, die woonplaats kiest bij advocaat C. Flamend, kantoor houdende te Meise, Vilvoordsesteenweg
  5. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Marc Scheyltjens op 20 februari 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 21 december 2000 van de gemeenteraad van de stad Mechelen tot bevordering van Daniël Caerstiaenssen, Bartholomeus Gysbrechts, Pascal Van Mullem en Günter Keustermans tot hoofdinspecteur eerste klasse; Gelet op het arrest nr. 96.310 van 12 juni 2001 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 12 juli 2001 ingediend door verzoeker; XII-2969-1/7 Gezien de verzoekschriften tot tussenkomst van 10 en 14 september 2001; Gelet op de beschikking van 17 september 2001 die de tussenkomsten van Daniël Caerstiaenssen en Günter Keustermans toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur H. Colin; Gelet op de beschikking van 8 juli 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories en de aanvullende memories; Gelet op de beschikking van 3 juli 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 11 september 2007, datum waarop de zaak is uitgesteld tot de terechtzitting van 6 november 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. Crispijn, die verschijnt voor verzoeker, van advocaat A. Houtekier, die loco advocaat A. Huysmans verschijnt voor de verwerende partij, van advocaat C. Flamend, en van advocaat K. Van Herck, die loco advocaat C. Flamend verschijnt voor de tweede tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. Colin; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, XII-2969-2/7 OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak
  6. Bij besluit van 8 juni 2000 beslist de gemeenteraad van Mechelen tot de openverklaring van vier betrekkingen van hoofdinspecteur lste klasse van politie, te begeven bij bevordering. Op 18 juni 2000 dient verzoeker, alsdan hoofdinspecteur van politie bij de stad Mechelen, zijn kandidatuur in. Naast verzoeker stellen zich nog 11 andere personeelsleden kandidaat, onder wie de inspecteurs van politie Caerstiaenssen en Gijsbrechts -hier tussenkomende partijen- en de politieagenten Van Mullem en Keustermans.
  7. Blijkens het examenprogramma bestaat het examen uit drie delen, namelijk een schriftelijke proef, een samenvatting en commentaar, en een mondelinge proef. De kandidaten, om als geslaagd beschouwd te worden, moeten minstens 50% van de punten behalen op elk onderdeel van het examen. Verzoeker behaalt 15 punten op 20 voor deel I, maar slechts 9 punten op 20 voor deel II; hij is derhalve niet geslaagd.
  8. Op 15 november 2000 dient verzoeker bij het college van burgemeester en schepenen bezwaar in tegen het verloop van het examen. Op 16 november 2000 verstuurt hij datzelfde bezwaarschrift naar het provinciebestuur Antwerpen, Dienst toezicht personeel lokale besturen.
  9. Het college van burgemeester en schepenen beslist op 28 november 2000 niet in te gaan op de klachten, de uitslag van het bevorderingsexamen tot hoofdinspecteur lste klasse te behouden en de bevordering van Caerstiaenssen, Gysbrechts, Van Mullem en Keustermans naar de volgende gemeenteraad te verwijzen. Met een brief van 30 november 2000 deelt het college van burgemeester en schepenen aan verzoeker mee dat het op 28 november 2000 akte XII-2969-3/7 nam van de uitslag van het bevorderingsexamen, dat hij niet geslaagd is voor het bevorderingsexamen en dat het niet is ingegaan op de door hem ingediende klacht.
  10. Bij besluit van 21 december 2000 “neemt de gemeenteraad akte” van de bevordering van Caerstiaenssen, Gysbrechts, Van Mullem en Keustermans tot hoofdinspecteur 1ste klasse. Het is van deze beslissing dat verzoeker thans de nietigverklaring vordert.
  11. Met een brief van 8 januari 2001 wordt het gemeenteraadsbesluit van 21 december 2000 door de Gouverneur opgevraagd. Met een brief van 7 februari 2001 deelt de toezichthoudende overheid aan verzoeker mee dat zij, om de redenen die in de brief worden uiteengezet, geen reden ziet om in het kader van het algemeen administratief toezicht op te treden.
  12. Verzoeker wordt tot commissaris van politie bij de lokale politie Mechelen bevorderd bij gemeenteraadsbesluit van 14 september
  13. Die bevordering gaat in op 1 juli
  14. Het belang
  15. De verwerende en de tweede tussenkomende partij betogen in een exceptie dat verzoeker door zijn bevordering tot commissaris actueel belang bij zijn beroep ontbeert.
  16. Naar vaste rechtspraak van de Raad van State dient het belang, waarvan een verzoeker blijk moet geven, te bestaan op het ogenblik van het indienen van het annulatieberoep en moet hij dat behouden tot aan de uitspraak. De aard van het belang kan weliswaar evolueren maar verzoeker moet minstens aannemelijk maken dat de gevraagde nietigverklaring hem nog een concreet voordeel oplevert. Wanneer er twijfel rijst omtrent verzoekers belang, komt het hem toe aan de Raad van State alle nuttige gegevens ter beoordeling voor te leggen die kunnen aantonen dat hij in de concrete omstandigheden van de zaak nog steeds een actueel belang bij de nietigverklaring behoudt. XII-2969-4/7
  17. In hoofdorde stelt verzoeker dat die rechtspraak betreffende het actueel belang een voorwaarde toevoegt aan artikel 19 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en aldus op het bevoegdheidsdomein van de wetgever treedt. Hij verwijst in dat verband onder meer naar arrest 117/99 van 10 november 1999 van het Grondwettelijk Hof. In het voormelde arrest werd onder randnummer B.
  18. erop gewezen dat het aan de Raad van State niet alleen staat te oordelen of de verzoekers die een zaak voor de Raad brengen doen blijken van een belang bij hun beroep, maar dat het de Raad van State ook toekomt na te gaan of het belang van een verzoekende partij moet worden gehandhaafd tijdens de gehele duur van de rechtspleging. Onder randnummer B.
  19. wees het Hof dat het de gestelde prejudiciële vraag zou onderzoeken, evenwel zonder zich uit te spreken over een rechtspraak van de Raad van State, vermits zulks niet tot zijn bevoegdheid behoort. Uit het voornoemde arrest kan niets meer worden afgeleid dan dat, ingeval er omtrent het actueel belang twijfels rijzen, een verzoeker moet worden uitgenodigd aan te tonen welk voordeel de nietigverklaring van de door hem bestreden rechtshandeling hem nog kan opleveren, hetgeen in de huidige zaak is gebeurd. Daartoe is de zaak immers uitgesteld voor behandeling naar een latere terechtzitting.
  20. Verzoeker betoogt vervolgens, in ondergeschikte orde, dat hij wel degelijk nog over een actueel belang beschikt. Hij stelt dat de verwerende partij immers, op grond van artikel 27 van de wet van 27 december 2000 houdende diverse bepalingen met betrekking tot de rechtspositie van het personeel van de politiediensten, de situatie retroactief kan regulariseren door verzoeker met terugwerkende kracht tot hoofdinspecteur eerste klasse te benoemen. Krachtens het voormelde artikel worden de benoemings- en bevorderingsprocedures die in uitvoering zijn op 1 januari 2001 voortgezet en afgehandeld overeenkomstig de van kracht zijnde bepalingen daags vóór 1 januari 2001, en gebeurt de benoeming of bevordering die volgt uit de toepassing van dat artikel van rechtswege in de nieuwe graad vastgesteld bij de rechtspositieregeling van het personeel van de politiediensten. Voormelde bepaling is ook van toepassing XII-2969-5/7 op een benoeming indien na een annulatiearrest de benoemingsprocedure wordt voortgezet. Aldus zou verzoeker na een dergelijk arrest kunnen worden bevorderd in de nieuwe graad van hoofdinspecteur van politie. Verzoeker is evenwel ondertussen, sedert 1 juli 2006, benoemd in de graad van commissaris van politie. De gevraagde nietigverklaring kan hem aldus niets bijbrengen wat hij al niet heeft, tenminste indien geen rekening wordt gehouden met de mogelijkheid van een retroactieve benoeming. Die mogelijkheid van een retroactieve benoeming, evenwel, komt in de concrete omstandigheden van de zaak als té theoretisch en té hypothetisch voor om een gebleven belang te kunnen verantwoorden. Anders dan verzoeker lijkt te beseffen, zou de beoogde retroactieve regularisatie bijvoorbeeld vergen dat het bevorderingsexamen van hoofdinspecteur eerste klasse, waarvoor hij in 2000 niet geslaagd werd verklaard, opnieuw georganiseerd wordt en dat hij, ondertussen wel al commissaris van politie zijnde, er dit keer met goed gevolg aan deelneemt. De onzekerheid omtrent een en ander, zo al niet de onwaarschijnlijkheid ervan, maakt dat verzoekers belang bijzonder iel is geworden. Dat een retroactieve benoeming niet volstrekt uitgesloten is, kan gelet op de precieze toedracht te dezen niet volstaan om een actueel belang bij het annulatieberoep te verantwoorden.
  21. Betreffende een resterend financieel belang stelt verzoeker dat hij in een hogere weddeschaal diende te zijn ingeschaald en zijn beroep tot bewijs strekt dat door een burgerlijk rechter dient te worden in acht genomen indien hij nog voor rechtsherstel opteert via schadevergoeding. Nadere verduidelijking betreffende dat financieel belang verstrekt verzoeker niet. Hij laat derhalve na toe te lichten welk concreet voordeel hij op dat vlak thans nog zou kunnen nastreven met zijn beroep, dat meer zou zijn dan de eenvoudige vaststelling van een onwettigheid om op grond daarvan een eis tot schadevergoeding in te stellen bij de burgerlijke rechter, hetgeen een belang is met een onrechtstreeks karakter, niet vallend binnen de grenzen van het belang zoals bedoeld in artikel 19 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. XII-2969-6/7
  22. Ten slotte betoogt verzoeker dat hij “reeds eerder kon geroepen geweest zijn om benoemd te zijn in de graad van commissaris van politie” en steunt daarop een moreel belang. Dergelijke affirmatie is te algemeen om een moreel belang te kunnen schragen.
  23. Verzoekers actueel belang wordt niet aangetoond. Dienvolgens is zijn beroep niet langer ontvankelijk. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  24. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  25. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van verzoeker. De kosten van de tussenkomsten, bepaald op 247,90 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig februari 2008, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-2969-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.176 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2001:ARR.96.310 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.