id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.179 Rolnummer: A. 74990/XII-11 Zaak: Arrest 180179 - Polders en Wateringen - 28/02/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-03-10 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 07:41 Fiche Arrest nr 180.179 van 28 februari 2008 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Polders en Wateringen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 180.179 van 28 februari 2008 in de zaak A. 74.990/XII-
- In zake : de BVBA SOPANOL, thans de BVBA LIMOUSIN PUUR, die woonplaats kiest bij advocaat G. Ampe, kantoor houdende te Oostende, Kerkstraat 8/1 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij advocaat B. Staelens, kantoor houdende te Brugge, Gerard Davidstraat 46, bus
- ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de BVBA Sopanol, thans de BVBA Limousin Puur op 16 juli 1997 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 20 juni 1997 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening om op de rechteroever van de rivier de IJzer een “ecologische oeververdediging” te bouwen; Gelet op het arrest nr. 68.943 van 21 oktober 1997 waarbij de zaak naar de rol wordt verwezen; Gelet op het arrest nr. 124.304 van 16 oktober 2003 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 20 november 2003 ingediend door de BVBA Limousin Puur; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; XII-11-1/5 Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd M. Lefever; Gelet op de mededeling van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 6 september 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 oktober 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. Depuydt, die loco advocaat G. Ampe verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat B. Staelens, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd M. Lefever; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De vraag tot samenvoeging
- In haar memorie van wederantwoord vraagt de verzoekende partij om de onderhavige zaak samen te voegen met de zaak A.74.926/IV-16.693, waartoe het beroep aanleiding gaf dat door Jacobus Janssens werd ingesteld tegen dezelfde beslissing als degene die te dezen wordt bestreden. Vermits het laatstgenoemde beroep reeds werd afgehandeld bij arrest nr. 116.072 van 18 februari 2003 is dit verzoek zonder voorwerp. XII-11-2/5 De ontvankelijkheid
- In haar laatste memorie werpt de verwerende partij op dat de beslissing om in rechte te treden genomen werd door de algemene vergadering van de verzoekende partij, terwijl de beslissing had moeten zijn genomen door zaakvoerder Piet Pancoucke.
- Op straffe van niet-ontvankelijkheid moet de beslissing waardoor een handelsvennootschap in rechte treedt met een annulatieberoep, worden genomen door het krachtens de wet of de statuten daartoe bevoegde orgaan en moet blijken dat dit orgaan binnen de beroepstermijn de beslissing genomen heeft om het beroep in te stellen. Volgens het te dezen nog toepasselijke artikel 130 van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen, wordt de BVBA in rechte als eiser of verweerder vertegenwoordigd door iedere zaakvoerder, maar kunnen de statuten aan een of meer zaakvoerders de bevoegdheid verlenen om alleen of gezamenlijk de vennootschap te vertegenwoordigen. Het alleen optreden van de zaakvoerder is bijgevolg de regel en het collegiaal optreden de statutaire uitzondering. Te dezen bepalen de statuten van de BVBA hetgeen volgt : “Bestuur : De vennootschap wordt bestuurd door een of meer zaakvoerders, natuurlijke personen, aandeelhouders of niet, die worden benoemd door de algemene vergadering, die ook de machten en de duur van het mandaat bepaalt. De zaakvoerder heeft de meest uitgebreide bevoegdheid om alle handelingen van beschikking en bestuur te verrichten die nodig of dienstig zijn tot verwezenlijking van het doel van de vennootschap met uitzondering van die handelingen waarvoor volgens de wet alleen de algemene vergadering bevoegd is. Hij vertegenwoordigd de vennootschap jegens derden en in rechten zowel als eiser [dan] als verweerder”. Tevens blijkt uit de statuten dat Piet Pancoucke door de algemene vergadering werd aangesteld “als zaakvoerder voor onbepaalde duur en met de meest uitgebreide machten”. Uit deze bepaling blijkt dat te dezen de statutaire bevoegdheid om te beslissen om namens de rechtspersoon het geding in te leiden uitsluitend toekomt XII-11-3/5 aan de voormelde zaakvoerder. Daaruit vloeit voort dat een ander statutair orgaan niet bevoegd is om te beslissen in rechte te treden. Uit de bijlage 13 bij het verzoekschrift blijkt nu dat de beslissing om het voorliggende beroep tot nietigverklaring in te stellen op 9 juli 1997 in strijd met de statuten van de vennootschap genomen is door een bijzondere algemene vergadering. Weliswaar maakte de statutair zaakvoerder Piet Pancoucke deel van de algemene vergadering die eenparig heeft beslist om het voorliggende annulatieberoep in te stellen, doch daardoor kan die beslissing niet aan hem worden toegeschreven. Terecht wijst de verwerende partij er in de laatste memorie op dat een collegiale beslissing, zelfs indien deze met unanimiteit is genomen, niet “opsplitsbaar” is in evenveel beslissingen als er leden van het collegiaal orgaan zijn en dat uit de beslissing van de algemene vergadering er derhalve geen beslissing van de voor dergelijke beslissing bevoegde zaakvoerder kan worden afgesplitst tot het instellen van een beroep bij de Raad van State. Aangezien aldus het beroep niet blijkt te zijn ingesteld door het daartoe bevoegde orgaan is de exceptie gegrond en het beroep niet ontvankelijk. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 348,50 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. XII-11-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig februari 2008, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-11-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.179 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1997:ARR.68.943 ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.124.304 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div