id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.181 Rolnummer: A. 129710/XII-3704 Zaak: Arrest 180181 - Varia (onderwijs en cultuur) - 28/02/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-03-10 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-29 07:41 Fiche Arrest nr 180.181 van 28 februari 2008 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK nr. 180.181 van 28 februari 2008 in de zaak A. 129.710/XII-
- In zake : Marc VAN ROOSBROECK, die woonplaats kiest bij advocaat C. Servais, kantoor houdende te Antwerpen, Roderveldlaan 3 tegen :
- de VZW OPVOEDING EN CULTUUR IN HET BISDOM ANTWERPEN,
- het VRIJ TECHNISCH INSTITUUT ZANDHOVEN, die woonplaats kiezen bij advocaat J. Hendrickx, kantoor houdende te Antwerpen, Lange Lozanastraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Marc Van Roosbroeck op 25 november 2002 “in eigen naam en in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van zijn minderjarige zoon” heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 20 september 2002 waarbij de delibererende klassenraad van het tweede jaar TSO van het Vrij Technisch Instituut te Zandhoven aan Jan Van Roosbroeck een oriënteringsattest B, met clausulering ASO-TSO-KSO, heeft toegekend; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van der Gucht; Gelet op de beschikking van 17 oktober 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; XII-3704-1/6 Gelet op de beschikking van 5 november 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 januari 2008; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat Ph. Van Wesemael, die loco advocaat C. Servais verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat Ch. Vangeel, die loco advocaat J. Hendrickx verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak
- Tijdens het schooljaar 2001-2002 volgt Jan Van Roosbroeck aan het Vrij Technisch Instituut (VTI) te Zandhoven de lessen van het tweede jaar TSO, basisoptie mechanica-elektriciteit. Met de bestreden beslissing kent de delibererende klassenraad hem op 20 september 2002 een oriënteringsattest B toe. De ontvankelijkheid van het beroep
- Verwerende partij werpt op dat verzoeker zijn wettelijke vertegen- woordigingsbevoegdheid niet bewijst, terwijl als gevolg van de echtscheiding van de ouders moet worden vastgesteld aan wie het ouderlijk gezag werd toegekend. Verzoeker antwoordt dat noch in de gecoördineerde wetten op de Raad van State, noch in het procedurereglement is voorzien dat een ouder het bewijs van zijn wettelijke vertegenwoordigingsbevoegdheid moet voorleggen. Hij legt een kopie van het vonnis van 17 januari 2003 van de jeugdrechtbank van Antwerpen voor waaruit blijkt dat hij nog steeds over het ouderlijk gezag beschikt. XII-3704-2/6 In de laatste memorie -thans ingediend voor Jan Van Roosbroeck en Marc Van Roosbroeck- wordt betoogd dat een minderjarige die over het vereiste onderscheidingsvermogen beschikt zelf in rechte kan opkomen voor zijn strikt persoonlijke rechten, waartoe examenbetwistingen worden gerekend. Bovendien is Jan Van Roosbroeck op 10 november 2006 meerderjarig geworden zodat hij de procedure alleszins in eigen naam voortzet. Het beroep tot nietigverklaring is voorts eveneens ontvankelijk voor zover Marc Van Roosbroeck het in eigen naam instelde. Elke ouder heeft immers een persoonlijk belang aangezien hij in het kader van het ouderlijk gezag de bevoegdheid heeft het onderwijs voor zijn niet-ontvoogde minderjarige kinderen te kiezen, zodat elke ouder eveneens moet worden toegelaten in eigen naam op te komen tegen beslissingen die de gekozen opleiding in het gedrang brengen. Een week na het indienen van die laatste memorie bezorgen de raadslieden van Jan Van Roosbroeck aan de Raad van State “bijkomende fiscale zegels ad 175,00 EUR”, “nu Jan Van Roosbroeck meerderjarig is geworden en de procedure ook zelf voortzet”.
- De vraag of een annulatieberoep op ontvankelijke wijze is ingesteld, is een vraag die de Raad van State desnoods ambtshalve dient te onder- zoeken. Te dezen moet dan ook worden nagegaan of het beroep is en kon worden ingesteld hetzij door Jan Van Roosbroeck, in eigen naam of als minderjarige behoorlijk vertegenwoordigd, hetzij door zijn vader Marc Van Roosbrouck in eigen naam, hetzij door de beiden.
- Vooreerst kan niet worden aangenomen dat Jan Van Roosbroeck het beroep tot nietigverklaring in eigen naam heeft ingesteld. Nog daargelaten of een minderjarige van 14 jaar daartoe wel bekwaam kan worden geacht, wordt dit beweerd eigen optreden van Jan Van Roosbroeck immers tegengesproken door verschillende vaststellingen. Zo vermeldt het verzoekschrift dat het wordt ingediend door “Marc Van Roosbroeck, [...] in eigen naam en in zijn hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger van zijn minderjarige zoon Jan Van Roosbroeck”. Ook in de memorie van wederantwoord wordt deze formulering gehanteerd. Als Jan Van Roosbroeck in eigen naam het XII-3704-3/6 beroep had ingediend, was de vermelding van de wettelijke vertegenwoordiging door zijn vader zinloos. Daarenboven wordt zowel in het verzoekschrift als in de memorie van wederantwoord in de uiteenzetting van de feiten en de middelen telkens gewag gemaakt van “verzoeker”, in het enkelvoud. Naar Jan Van Roos- broeck wordt in het verzoekschrift steeds verwezen als naar “de zoon van verzoeker” of “Jan”. Pas in de laatste memorie wordt dit “de verzoekende partijen”. Bovendien is het inleidend verzoekschrift slechts één keer met 175 euro gezegeld, terwijl, uitgaande van de regel dat er zo veel gezegeld moet worden als er verzoekende procespartijen zijn, het verzoekschrift tweemaal diende te worden gezegeld indien naast Marc Van Roosbroeck ook Jan Van Roosbroeck in eigen naam een beroep tot nietigverklaring wenste in te stellen. Dat pas na ontvangst van het auditoraatsverslag én na neerlegging van de laatste memorie plots ook door Jan Van Roosbroeck nog gezegeld wordt, vermag niet te verhelpen dat hij ab initio geen verzoekende partij was in eigen naam, en het dus ook na het verstrijken van de beroepstermijn niet meer kan worden. 4.
- Treedt een niet-ontvoogde minderjarige niet zelf op om een beroep tot nietigverklaring in te stellen, in de gevallen waarin hij dat kan, dan dient hij te worden vertegenwoordigd door hen die het gezag over zijn persoon uitoefenen. 4.
- Aangenomen wordt dat ouders in geschillen als het voorliggende ook in eigen naam kunnen optreden; de ratio legis voor dit eigen persoonlijk belang is te vinden in het gegeven dat de ouders als titularis van het ouderlijk gezag over hun kind tevens de bevoegdheid én de plicht hebben om keuzen te maken voor het onderwijs en de opvoeding van hun pupil. De bevoegdheid om ook in eigen naam op te treden in rechte wanneer een administratieve beslissing nopens dit onderwijs hen onwettig lijkt is derhalve een corollarium van de rechten en plichten van dit ouderlijk gezag. 4.
- Blijkens de door partijen overgelegde stukken moet worden vastgesteld dat de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van Mechelen op 10 oktober 1994 beslist had dat het ouderlijk gezag over Jan Van Roosbroeck exclusief door zijn moeder zou worden uitgeoefend. Weliswaar heeft de jeugdrechtbank op 17 januari 2003 geoordeeld dat het ouderlijk gezag voortaan door de beide ouders gezamenlijk wordt uitgeoefend. Op 20 september 2002, ogenblik XII-3704-4/6 waarop het voorliggende beroep werd ingesteld, oefende Marc Van Roosbroeck evenwel nog niet het ouderlijk gezag over Jan Van Roosbroeck uit. Het beroep is dienvolgens onontvankelijk in de mate dat het verzoekschrift uitgaat van Marc Van Roosbroeck in eigen naam, of als vertegenwoordiger van en dus in naam van zijn minderjarige zoon.
- Uit hetgeen voorafgaat volgt dat het voorliggende beroep niet geacht kan worden ontvankelijk te zijn ingesteld. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Artikel
- Het onverschuldigd gekweten zegelrecht van 175 euro, dient aan Jan Van Roosbroeck te worden terugbetaald. XII-3704-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig februari 2008, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3704-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.181 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.