← België

Arrest 180190 - Milieuvergunningen - 28/02/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.190 Rolnummer: A. 155489/VII-32732 Zaak: Arrest 180190 - Milieuvergunningen - 28/02/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-03-07 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 07:42 Fiche Arrest nr 180.190 van 28 februari 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 180.190 van 28 februari 2008 in de zaak A. 155.489/VII-32.

  1. In zake : de n.v. STEVAN, die woonplaats kiest bij advocaat A. LUST, kantoor houdende te SINT-ANDRIES-BRUGGE, Burggraaf de Nieulantlaan 14 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te OOSTENDE, E. Beernaertstraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. STEVAN op 8 september 2004 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Landbouw en Ontwikkelingssamenwerking van 11 juni 2004 houdende ambtshalve aanvulling van de voorwaarden van de milieuvergunning verleend bij ministerieel besluit van 26 april 2002, waarbij de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen van 25 oktober 2001, houdende het verlenen van de vergunning aan de verzoekende partij om een stortplaats categorie 2 aan de Heulestraat 87 te Lendelede verder te exploiteren, werd gewijzigd; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur J. CLEMENT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien het verzoekschrift tot voortzetting van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 27 december 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 januari 2008; VII-32.732-1/6 Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. LUST, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat N. DE WINT die, loco advocaat B. BRONDERS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. PROVOOST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  3. De feiten 1.
  4. De verzoekende partij exploiteert een kleigroeve/stortplaats in Lendelede. 1.
  5. Volgens het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde gewestplan Kortrijk ligt de inrichting in ontginningsgebied, met als nabestemming bosgebied, en deels ook in een bufferzone. 1.
  6. De bij de ontginning ontstane putten worden gevuld door het storten van afval, waarna het afval verder in de hoogte wordt gestapeld. 1.
  7. Er geldt geen goedgekeurd gemeentelijk plan van aanleg. Er is wel een ontwerp-bijzonder plan van aanleg. De inrichting ligt vlakbij een woonkern. 1.
  8. De verzoekende partij is eigenaar van ongeveer 17 hectare gronden, binnen een ontginningsgebied van in totaal 26 hectare. Haar eigendom is ingedeeld in vijf vakken. De vakken A en B zijn volledig ontgonnen. Vak B fungeert nog als stortplaats. Vak D wordt nog (voor een deel) ontgonnen, en fungeert voor het overige als stortplaats. Voor vak E is een vergunning verleend, die is vervallen door de weigering van de bijbehorende bouwvergunning. 1.
  9. Op 26 maart 1992 verleent de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen aan de verzoekende partij een vergunning voor kleiwinning in vak C, voor een termijn van twintig jaar. VII-32.732-2/6 1.
  10. Op 20 mei 1996 wordt deze vergunning in beroep opgeheven, omdat voor de aanvraag geen milieueffectenrapport was opgemaakt. Intussen is evenwel reeds een deel van de ontginning gebeurd. Het ontgonnen gedeelte wordt reeds gebruikt als stortplaats. 1.
  11. Op 22 april 1993 verleent de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen een vergunning voor de exploitatie van een stortplaats op de vakken C en D, voor een termijn van tien jaar. 1.
  12. Op 29 juni 2001 vraagt de verzoekende partij de hernieuwing van de vergunning voor de exploitatie van een stortplaats op de vakken B, C en D, voor een termijn van twintig jaar. Dezelfde dag vraagt ze afzonderlijk een milieuvergun- ning voor de ontginning van de resterende delen van vak C, met name C-noord (1.500 m²) en C-oost (3.000 m²). 1.
  13. Op 25 oktober 2001 verleent de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen de vergunning voor de exploitatie van de stortplaats, voor een termijn van acht jaar, en onder een aantal voorwaarden, onder meer de verplichting om prioritair te storten in vak C-oost, dit tot uiterlijk eind
  14. Dezelfde dag weigert de bestendige deputatie de vergunning voor de ontginning van vak C-noord, en verleent ze de vergunning voor de ontginning van vak C-oost, voor een termijn van één jaar. 1.
  15. De vergunning voor de stortplaats is zo geformuleerd dat zowel (per stortvak) een totale capaciteit wordt opgegeven als een restcapaciteit. De totale capaciteit is de som van wat vroeger reeds werd gestort en wat nog kan worden gestort; de resterende capaciteit is enkel hetgeen nog kan worden gestort. 1.
  16. Zowel de verzoekende partij als een aantal omwonenden tekenen administratief beroep aan tegen beide beslissingen van 25 oktober
  17. 1.
  18. Na het inwinnen van de nodige adviezen wordt op 26 april 2002 de volgende beslissing genomen. Hierbij wordt beslist dat : - de termijn van de vergunning beperkt wordt tot 31 december 2006; - er tegen 1 september 2002 een rapport moet worden opgemaakt over de mogelijkheden om het voorziene eindreliëf te verlagen en aan de hand daarvan zal de nog te benutten capaciteit worden bepaald; VII-32.732-3/6 - er gerapporteerd moet worden over de maatregelen die worden genomen om, door versnelde aanvoer, de stortactiviteiten te kunnen beëindigen op 31 december 2006 op een niveau waarop de nabestemming kan worden gerealiseerd; en, - het storten van huishoudelijk afval en vergelijkbaar bedrijfsafval verboden wordt met ingang van 1 januari
  19. 1.
  20. Voornoemde milieuvergunning van 26 april 2002 wordt door de verzoekende partij bestreden met een annulatieberoep voor de Raad van State (zaak A.123.483/VII-27.170), dat bij arrest nr. 180.189 van 28 februari 2008 wordt verworpen. 1.
  21. Op 29 april 2002 wordt de gevraagde vergunning voor de verdere ontginning van vak C geweigerd. Deze weigering wordt ook door de verzoekende partij aangevochten bij de Raad van State. Bij arrest nr. 174.285 van 6 september 2007 wordt de afstand van geding vastgesteld. 1.
  22. Op 28 augustus 2002 dient de verzoekende partij bij de verwerende partij een "gemotiveerd rapport inzake de mogelijkheden tot verlaging van het eindreliëf " in. 1.
  23. Op 31 juli 2003 verleent de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen aan de verzoekende partij een milieuvergunning voor het veranderen van de stortplaats categorie 2, voor een termijn verstrijkend op 31 december
  24. Tegen laatstgenoemde vergunningsbeslissing wordt bij de verwerende partij administratief beroep aangetekend door de v.z.w. BOND BETER LEEFMILIEU VLAANDEREN en een aantal omwonenden. 1.
  25. Op 11 juni 2004 acht de bevoegde Vlaamse minister het administratief beroep tegen voornoemde beslissing gedeeltelijk gegrond, zodat de artikelen 1 en 4 van het beroepen besluit worden gewijzigd en de overige bepalingen ervan worden bevestigd. Tegen dit besluit wordt geen beroep bij de Raad van State ingesteld. 1.
  26. Eveneens op 11 juni 2004 neemt de bevoegde Vlaamse minister het thans bestreden besluit, houdende de ambtshalve aanvulling van de voorwaarden van de milieuvergunning van 26 april 2002 voor het exploiteren van een stortplaats categorie
  27. VII-32.732-4/6 1.
  28. Op 7 juli 2004 beslist de minister tot ambtshalve wijziging van de milieuvergunning van 11 juni 2004 voor het veranderen van de stortplaats categorie
  29. Tegen dit besluit wordt geen beroep bij de Raad van State ingesteld.
  30. De ontvankelijkheid 2.
  31. Door de thans bestreden beslissing worden ambtshalve de voorwaarden aangevuld van de milieuvergunning van 26 april 2002 die door de verzoekende partij wordt bestreden met een annulatieberoep voor de Raad van State (zaak A. 123.483/VII-27.170) dat bij arrest nr.180.189 van 28 februari 2008 wordt verworpen. De vergunning verstreek op 31 december
  32. Aangezien alle middelen in voornoemd beroep werden verworpen, blijft de termijn voor de milieuvergunning van 26 april 2002 behouden. 2.
  33. De verzoekende partij heeft bijgevolg geen actueel belang meer bij onderhavig beroep. Het belang dat erin zou bestaan om de bestreden beslissing door de Raad van State onwettig te horen verklaren, is geen belang dat is verbonden aan het doen verdwijnen van de bestreden akte uit de rechtsorde, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  34. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  35. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. VII-32.732-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig februari tweeduizend en acht, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-32.732-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.190 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.