← België

Arrest 180193 - Milieuvergunningen - 28/02/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.193 Rolnummer: A. 104632/VII-23746 Zaak: Arrest 180193 - Milieuvergunningen - 28/02/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-28 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 07:42 Fiche Arrest nr 180.193 van 28 februari 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 180.193 van 28 februari 2008 in de zaak A. 104.632/VII-23.

  1. In zake : de n.v. VC WORLD INVESTMENT COMPANY, die woonplaats kiest bij advocaat P. FLAMEY, kantoor houdende te ANTWERPEN, Jan Van Rijswijcklaan 16 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. BERGÉ, kantoor houdende te LEUVEN, Naamsestraat
  2. tussenkomende partij : de n.v. HELI SERVICE BELGIUM, die woonplaats kiest bij advocaat P. FLAMEY, kantoor houdende te ANTWERPEN, Jan Van Rijswijcklaan
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. VC WORLD INVEST- MENT COMPANY op 14 mei 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 8 maart 2001 waarbij het beroep dat de n.v. HELI SERVICE BELGIUM heeft ingesteld tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 31 augustus 2000, waarbij aan de n.v. HELI SERVICE BELGIUM de vergunning wordt geweigerd voor het veranderen van een inrichting voor klein onderhoud van helikopters, gelegen aan de Steenweg naar Pepingen 250 te Sint-Pieters-Leeuw, ongegrond wordt verklaard en de beroepen beslissing wordt bevestigd; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 18 juli 2001; Gelet op de beschikking van 3 september 2001 die de tussenkomst van de n.v. HELI SERVICE BELGIUM toelaat; VII-23.746-1/5 Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur P. SOURBRON; Gelet op de beschikking van 23 augustus 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 8 januari 2008 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 7 februari 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. LEFEVER die, loco advocaat P. FLAMEY verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat J. SIMENON die, loco advocaat J. BERGÉ verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat K. LEFEVER die, loco advocaat P. FLAMEY verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P. SOURBRON; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  4. De feiten Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat: 1.
  5. De verzoekende partij is eigenaar van een terrein, omvattende onder meer een helikopterloods en bijhorende landingsplaats, gelegen aan de Steenweg naar Pepingen 250 te Sint-Pieters-Leeuw. Ter plaatse exploiteert de tussenkomende partij een "helihaven". VII-23.746-2/5 1.
  6. Oorspronkelijk is het exploiteren van een landings- en opstijg- plaats voor helikopters op zich niet vergunningsplichtig. De inrichting wordt dan ook enige tijd geëxploiteerd op grond van een op 7 mei 1998 verleende milieuver- gunning met als voorwerp het exploiteren van een werkplaats voor het onderhoud van helikopters. 1.
  7. Door de wijziging van de bij het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (hierna : Vlarem I) gevoegde lijst van de als hinderlijk beschouw- de inrichtingen bij artikel 66 van het besluit van de Vlaamse regering van 12 januari 1999 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning en van het besluit van de Vlaamse regering van 27 maart 1985 houdende reglemen- tering en vergunning voor het gebruik van grondwater en de afbakening van waterwingebieden en beschermingszones, worden "vliegvelden" opgenomen in de lijst van de ingedeelde inrichtingen. Voornoemd artikel 66 is op 1 mei 1999 in werking getreden. Overeenkomstig artikel 38 van Vlarem I moet de exploitant van een inrichting die na haar inbedrijfstelling vergunningsplichtig wordt door aanvulling of wijziging van de indelingslijst binnen een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van die aanvulling of wijziging, een vergunningsaanvraag indienen. Over die aanvraag wordt uitspraak gedaan door de bevoegde overheid die een volledig of gedeeltelijk positieve beslissing bij wege van akteneming, geldend als vergunning voor een termijn van vijf jaar, kan verlenen. Indien de exploitant nalaat om binnen de gestelde termijn van zes maanden een aanvraag in te dienen, moet de exploitatie van de inrichting bij het verstrijken van die termijn worden stopgezet. 1.
  8. Op 28 maart 2000 dient de tussenkomende partij bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant een milieuvergunningsaanvraag in voor het veranderen van de inrichting voor klein onderhoud van helikopters. Tot het voorwerp van die aanvraag behoren "terreinen voor een vliegveld met een start- en landingsbaan voor helicopters van minder dan 1.900 m", "het stallen van 15 helicopters", alsmede opslagplaatsen voor kerosene en avgas met de bijhorende verdeelinstallaties. VII-23.746-3/5 1.
  9. Op 31 augustus 2000 weigert de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant de gevraagde vergunning wegens de onverenig- baarheid van de inrichting met de gewestplanbestemming landschappelijk waardevol agrarisch gebied. 1.
  10. De tussenkomende partij stelt beroep in tegen voornoemd besluit. 1.
  11. In het kader van de beroepsprocedure wordt aan aantal adviezen uitgebracht : (a) de Vlaamse Milieumaatschappij meldt op 13 november 2000 dat het advies niet is vereist omdat het beroep geen betrekking heeft op het lozingsaspect; (b) het hoofdbestuur Milieuvergunningen adviseert op 20 december 2000 gunstig voor het verlenen van de vergunning voor een termijn van twintig jaar; (c) de Gewestelijke Milieuvergunningscommissie stelt op 22 december 2000 voor het beroep ongegrond te verklaren en het bestreden besluit te bevestigen; (d) de afdeling Stedenbouwkundige Vergunningen adviseert op 16 januari 2001 gunstig voor de exploitatie van een helihaven, maar ongunstig voor de tanks en het verdeelsysteem voor avgas en kerosene. 1.
  12. Op 8 maart 2001 verklaart de verwerende partij het beroep ongegrond. Zij bevestigt de beroepen beslissing tot weigering van de gevraagde milieuvergunning;
  13. De ontvankelijkheid van het beroep Overwegende dat ambtshalve wordt vastgesteld dat de verzoeken- de partij niet over de vereiste hoedanigheid en het vereiste directe belang beschikt om het annulatieberoep in te stellen, nu zij niet de aanvraagster is van de milieuver- gunning en zij ook niet de rechtsgeadresseerde is van het bestreden besluit; dat haar beroep onontvankelijk is, VII-23.746-4/5 BESLUIT: Artikel
  14. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  15. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123,95 euro komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig februari tweeduizend en acht, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, E. BREWAEYS, staatsraad, P. LEFRANC, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-23.746-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.193 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.