id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.223 Rolnummer: A. 148409/XII-4075 Zaak: Arrest 180223 - Overheidsopdrachten - 28/02/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-03-12 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-29 07:42 Fiche Arrest nr 180.223 van 28 februari 2008 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Vernietiging Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 180.223 van 28 februari 2008 in de zaak A. 148.409/XII-
- In zake :
- de NV VAN BRITSOM,
- de BVBA VERHEGGE MARC, samen vormend de tijdelijke handelsvennootschap Van Britsom NV - Verhegge BVBA, die woonplaats kiest bij advocaat D. Van Heuven, kantoor houdende te Kortrijk, President Kennedypark 8 B tegen : de NV WATERWEGEN EN ZEEKANAAL naamloze vennootschap van publiek recht, voorheen het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij advocaat K. Ronse, kantoor houdende te Brussel, J. Macaulaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de NV Van Britsom en de BVBA Verhegge Marc, samen vormend de tijdelijke handelsvennootschap Van Britsom NV - Verhegge BVBA, op 4 maart 2004 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “het besluit van verwerende partij d.d. 16 december 2003 houdende gunning van de overheidsopdracht ‘Het herschilderen en het heraanleggen van het brugdek van de Gentpoortbrug en het bovenhoofd Nieuwe Dampoortsluis te Brugge - Bestek 16EH/03/39 - Openbare aanbesteding d.d. 15.12.2003” aan de nv Iris en van “de impliciete weigeringsbeslissing van zelfde datum om deze opdracht niet te gunnen aan de T.V. Van Britsom NV- Verhegge BVBA”; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur J. Stevens; Gelet op de beschikking van 8 mei 2007 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; XII-4075-1\12 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 13 september 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 november 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. Logie, die loco advocaat D. Van Heuven verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat K. Ronse, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. Stevens; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak
- Het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, departement Leefmilieu en Infrastructuur, administratie Waterwegen en Zeewegen, schrijft een overheidsopdracht uit voor “het herschilderen en het heraanleggen van een brugdek van de Gentpoortbrug en het bovenhoofd Nieuwe Dampoortsluis te Brugge”. Voor deze opdracht voor aanneming van werken, beheerst door het bestek nr. 16EH/03/39, wordt gekozen voor de procedure van de algemene offerteaanvraag. De opdracht wordt gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen van 5 december
- De werken omvatten het aanbrengen en terug verwijderen van de signalisatie, het verwijderen van de bestaande brugdekbekleding, het leveren en plaatsen van een waterdichte slijtlaag als brugdekbekleding en het herschilderen van beide bruggen. Het bestek voorziet in de volgende gunningscriteria : XII-4075-2\12 “
- Prijs
(40)Punten Prijs = 40 x Prijs Laagste/Prijs Offerte Waarbij : Punten Prijs = De waardering in punten voor de prijs van de offerte Prijs laagste = De prijs in euro van de laagste regelmatige inschrijver Prijs Offerte = De prijs van de offerte in euro 2. Voorstel van uitvoering en kwaliteitszorg
(40)De waarde van het voorstel van uitvoering wordt beoordeeld op basis van de gegevens opgenomen in de verantwoordingsnota. In deze nota dient de inschrijver zijn werkmethode, gebruikt materieel en materiaal, enz... te bespreken teneinde te kunnen vaststellen dat bij de uitvoering van de werken volledig zal nagekomen worden aan de milieuwetgeving. Voor de ontwikkeling en kwaliteitszorg dienen volgende punten duidelijk omschreven te worden : - de mogelijkheden die geboden worden ten aanzien van onderzoek, systeemontwikkeling en realisatie van de verfwerken - het kwaliteitszorgsysteem en de status ervan Deze uitvoeringsmethode dient in de eenheidsprijzen te worden meegerekend. 3. Waarborgtermijn
(10)Boven op de minimale waarborgtermijn, voorgeschreven in het bestek, dient de aannemer in zijn verantwoordingsnota op te geven welke waarborgtermijn wordt gegeven voor de schilderwerken en voor het aanleggen van de waterdichte slijtlaag. De beoordeling gebeurt als volgt : Punten Waarborg = 10 x Waarborg offerte/Waarborg hoogste Waarbij : Punten Waarborg = De waardering in punten voor de opgegeven waarborgtermijn in de offerte Waarborg hoogste = De hoogst opgegeven som van de waarborgtermijnen voor de schilderwerken en de waterdichte slijtlaag door een regelmatige inschrijver (in jaren) Waarborg offerte = De som van de waarborgtermijnen voor de schilderwerken en de waterdichte slijtlaag opgegeven in deze offerte (in jaren) 4. Uitvoeringstermijn
(10)[...]”. 3. De totale waardering van de offerte wordt verkregen door de som te maken van de waardering in punten per criterium. De offerte met de hoogste waardering wordt als de meest voordelige offerte beschouwd. Bij gelijkheid van waardering tussen offertes wordt de offerte gekozen met de laagste prijs. 4. Onder punt b61.50.50 van het bestek “Herschilderen van staalconstructies” wordt bepaald : “D. Uitvoering XII-4075-3\12 De keuze van de uitvoeringsmethode is vrij door de aannemer te kiezen. De aannemer dient zijn uitvoeringsmethode te beschrijven in zijn verantwoordingsnota (zie gunningscriterium nr. 2). Bij de keuze voor de uitvoering dient echter wel rekening te worden gehouden dat de beschermconstructie dient te voldoen aan ARAB. De straal- en schilderwerken dienen te voldoen aan Vlarem I en II inzake de voorwaarden voor de [E] missienormen”. 5. Onder punt b61.50.51b “Herschilderen van de brug bovenhoofd Dampoortsluis GP” wordt bepaald : “A. Materiaalbeschrijving Voor het voorbereiden van de ondergrond zijn de bepalingen van §3.1. en § 6.1.1 van de dienstorder LI 96/47 van toepassing. Voor de verven zijn de bepalingen van lid 1 van de dienstorder LI 96/47 van toepassing.[...] B. Lokalisatie
- a)alle zichtbare en bereikbare delen van de beide verticale opstaande randen van de brug (bovenbouw) worden gestraald tot zuiverheidsgraad Psa2½ zoals beschreven onder §6.1.1. van de dienstorder. De geroeste onderdelen dienen te worden gestraald tot zuiverheidsgraad Sa2 ½ volgens §3.1. van de dienstorder. De ontroeste delen worden geschilderd met twee lagen formuleverf 02.13.10.96. Over de totale oppervlakte van de bovenbouw worden de twee eindlagen aangebracht van het verfsysteem S.03.96 van de dienstorder waarbij de eindlaag de kleur te bepalen door de leidende ambtenaar.
- b)De bereikbare en zichtbare oppervlakken van de onderkant dienen ruw te worden gestraald volgens §3.1. van de dienstorder. De overheid evalueert na het stralen de schade door roest en laat eventuele herstel- of vervangingswerken (art. 91.42) uitvoeren. Na eventuele reparaties wordt alles opnieuw gestraald tot zuiverheidsgraad Sa 2½ waarna een verfsysteem S.07.96 (of S.08.96 - zie §5.1.2. van de dienstorder) aangebracht wordt.
- c)De leuningen, de ladders, de metalen delen op de nabije sluisdeuren en alle aanwezige meubilair worden ontroest tot Psa 2 ½ zoals beschreven hierboven. De ontroeste plekken worden geretoucheerd met twee lagen formuleverf 02.13.10.96 en de twee eindlagen van verfsysteem S.02.96 van de dienstorder worden aangebracht waarbij 05.13.91.96 in eindlaag gebruikt wordt”. 6. Onder punt b.91.81.07 “Aanbrengen van een waterdichte slijtlaag d.m.v. kunsthars op basis van epoxyteer” bepaalt het bestek onder punt A, “Materiaalbeschrijving” : “De waterdichte slijtlaag is een bekleding, die flexibel is, licht in gewicht, antislip, chemisch resistent, waterdicht en met een hoge slijtvastheid. De BA 529 is van toepassing”. En verder onder “C. Moment van de uitvoering” : XII-4075-4\12 “Het aanbrengen van de hechtlaag dient te geschieden op een droge ondergrond waarvan de temperatuur 3/C hoger is dan het heersende dauwpunt en bij een luchttemperatuur van minstens 10/C. De slijtlaag dient bij voorkeur te worden aangebracht binnen een termijn van vier uren tot zeven dagen na de aanleg van de hechtlaag. De dienstorder LI 96/47 van 25.10.1996 is van toepassing. [...] D. Uitvoering 1. Ondergrond De bestaande waterdichte slijtlaag dient volledig te worden verwijderd, met inbegrip van alle lijm. De metalen ondergrond wordt blank gemaakt tot zuiverheid Sa3 volgens de voorschriften onder § 3.1 van de dienstorder LI 96/47. Binnen de vier uur wordt een epoxyprimer aangebracht in een laagdikte van gemiddeld 40 micron. 2. Opbouwen van het systeem 2.1. Hechtlaag : Na het ontstoffen van de voorbereide ondergrond, wordt een hechtlaagbekleding epoxyteer aangebracht in een gemiddeld verbruik van ongeveer 400 gr/m². Deze bekleding wordt dun vloeibaar aangebracht. De hechtlaag wordt desgevallend overtollig ingestrooid met ovengedroogd stofvrij zand 0,1 - 0,3 mm. Dit instrooien is slechts noodzakelijk indien het aanbrengen van de slijtlaag niet binnen de zeven dagen kan gebeuren. In dit laatste geval bewerkstelligt het instrooien toch een goede hechting tussen de hechtlaag en de slijtlaag. 2.2. Slijtlaag : Het overtollig zand -indien toegepast- wordt verwijderd. Na voldoende droogtijd, d.w.z. minimaal vier uur en binnen de zeven dagen, wordt de slijtlaag aangebracht door middel van een spaan. De slijtlaag bestaat uit twee componenten op basis van epoxyteerharsen, welke mechanisch tot een goede homogene massa gemengd worden. De nog natte slijtlaag wordt ingestrooid met, mandurax, gebroken steenslag of grof zand en dit à rato van 7 kg/m². Het strooimiddel bepaalt als het ware het antislipeffect alsmede de slijpweerstand”. 7. Bij het bestek wordt tevens een algemeen veiligheids- en gezondheidsplan gevoegd opgesteld overeenkomstig het koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke en mobiele bouwplaatsen. Elke aannemer dient bij zijn offerte een document te voegen waarin verwezen wordt naar dit veiligheids- en gezondheidsplan en waarin beschreven wordt op welke wijze hij het bouwwerk zal uitvoeren om rekening te houden met dit plan. Volgens het voormelde algemeen plan, rubriek 3.3.1., dient elke aannemer dat plan aan te vullen voor dat deel van het project dat rechtstreeks betrekking heeft op de door hem uit te voeren werkzaamheden. Hij moet omschrijven welke werkzaamheden hij zal uitvoeren, inbegrepen tijdstip, duur en in te zetten materieel met de daaraan gekoppelde risicoanalyse, risico-evaluatie en preventiemaatregelen. XII-4075-5\12 Voor het afvoeren van gevaarlijke producten en afval bepaalt het algemeen plan, rubriek 3.3.4, dat een procedure voor afvoeren moet worden opgesteld en bezorgd aan de veiligheidscoördinator. Bovendien dient het algemeen plan te worden uitgebreid met een aanvullende risico-analyse, indien werken zullen worden uitgevoerd met risico’s overeenkomstig de bijlage 4 van het algemeen plan. 8. De beoordelingscommissie komt in een verslag van 15 december 2003 tot de conclusie dat de NV Iris de voordeligste offerte heeft ingediend en wel als volgt : “D. Gunningscriteria [...] 1. Prijs (40 punten) De waarde van het criterium is vastgelegd volgens de formule : Punten prijs = 40 x prijs laagste/prijs offerte Prijs laagste : 99.072,6 euro Beoordeling T.V. Van Britsom - bvba Verhegge : 40 punten N.V. Iris : 40 x 99.072,6 / 217.123,61 = 18,25 = 18 punten N.V. Demedts : 40 x 99.072,6 / 218.250,12 = 18,15 = 18 punten N.V. Herbosch-Kiere : 40 x 99.072,6 / 239.538,75 = 16,54 = 17 punten N.V. Van Huele : 40 x 99.072,6 / 250.057,01 = 15,84 = 16 punten N.V. Braet : 40 x 99.072,6 / 311.830,24 = 12,71 = 13 punten 2. Voorstel van uitvoering en kwaliteitszorg (40 punten) [...]
- b)beoordeling T.V. NV Van Britsom - BVBA Verhegge Voor de straal- en schilderwerken wordt enkel het afschermen van de brug behandeld met het stralen. Er worden geen specificaties gegeven over de uitvoering zowel bij het plaatsen van de stelling als tijdens uitvoering. De veiligheidsaspecten en de speciale voorzieningen voor de werking met giftige stoffen zijn niet beschreven. Het materieel nodig voor de uitvoering zoals afvalcontainers, stoffilterunit, fueltank e.a. worden niet vermeld. Het herbruiken van grit zoals voorgesteld is niet mogelijk gezien straalgrit verbrijzeld is na éénmalig gebruik. Het voorgestelde materieel ontroesten van de dekzerken is niet te weerhouden gezien alles moet gestraald worden. Voor de waterdichte bekleding is een onderbreking voorgesteld van 2 dagen na het aanbrengen van de epoxyprimer. Dit zal hechtingsproblemen meebrengen tussen primer en hecht- en slijtlaag. Ook hier wordt geen detailbeschrijving gegeven van het materieel en werkmethode. Voor de ontwikkeling en kwaliteitszorg is enkel het kwaliteitshandboek van de firma bijgevoegd en een risicoanalyse zonder bijzondere specificaties. De mogelijkheden die geboden worden ten aanzien van onderzoek, systeemontwikkeling en realisatie van de verfwerken worden niet behandeld. Beoordeling : 8 punten N.V. Iris XII-4075-6\12 [...] Beoordeling : 39 punten”. 9. De gedelegeerde ambtenaar wijst met de bestreden beslissing van 16 december 2003 de opdracht toe aan de NV Iris te Brussel voor een bedrag van 217.123,61 euro, BTW inbegrepen. In die beslissing wordt onder meer vermeld : “Gelet op het onderzoek naar de geschiktheid van de inschrijvers op basis van de vastgestelde uitsluitings- en selectiecriteria, en de evaluatie van de regelmatig bevonden offertes op grond van de vastgestelde gunningscriteria door de daartoe aangestelde beoordelingscommissie; Gelet op het rapport van de beoordelingscommissie dd 15.12.2003, dat als bijlage bij deze beslissing is gevoegd en er integrerend deel van uitmaakt; Gelet op het feit dat de beoordelingscommissie besluit dat de voordeligste offerte ingediend werd door Iris NV te Brussel voor een bedrag van 217.123,61 euro (incl. BTW);”. De ontvankelijkheid van het beroep 10. Bij de bespreking van het enig middel werpt de verwerende partij op dat het middel niet ontvankelijk is in de mate dat het de impliciete weigeringsbeslissing betreft om de opdracht niet aan de verzoekende partij toe te wijzen, aangezien de overheid inzake offerteaanvragen beschikt over een discretionaire bevoegdheid en de Raad van State zich niet in de plaats kan stellen van de aanbestedende overheid om te beslissen aan wie de opdracht moet worden toegewezen. 11. Er mag worden van uitgegaan dat de verwerende partij aldus bedoelt dat het beroep -niet het middel- in de voormelde zin niet ontvankelijk is. 12. Reeds de nietigverklaring van een uitdrukkelijke beslissing heeft tot gevolg dat ook de daarin besloten weigeringsbeslissing niet meer aan het bestuur kan worden toegerekend, aangezien het bestaan van de laatstgenoemde beslissing precies slechts kan worden afgeleid uit het bestaan van de eerste, ten gevolge van de nietigverklaring uit het rechtsverkeer verdwenen, beslissing. De nietigverklaring van de begunstigende beslissing volstaat dan meestal ook om het belang van diegene aan wie die gunst niet is verleend, te dienen. Van een verzoekende partij mag dan ook worden verwacht dat zij aantoont dat de gevorderde nietigverklaring van de betrokken impliciete weigeringsbeslissing haar een verder reikende aanspraak op XII-4075-7\12 rechtsherstel zou verschaffen dan de aanspraak die zij reeds zal bezitten op grond van de nietigverklaring van alleen de uitdrukkelijke beslissing, te dezen de toewijzingsbeslissing aan de NV Iris. Ter terechtzitting werd aan de raadsman van de verzoekende partijen gevraagd welk bijkomend voordeel de nietigverklaring van de voormelde impliciete weigering hun zou kunnen opleveren. De raadsman beperkte er zich toe te antwoorden dat dit voordeel niet wordt ingezien maar dat het beroep, met de impliciete weigering als tweede voorwerp ervan, “gewoon correct gesteld” is. Waar de verzoekende partijen niet aan tonen welk bijkomend voordeel de nietigverklaring van de impliciete weigering hun verschaft, wordt hun het vereiste belang ontzegd. Het beroep is in zoverre niet-ontvankelijk. De stukken van het dossier 13. In hun memorie van wederantwoord merken de verzoekende partijen op dat het door de verwerende partij neergelegd administratief dossier niet hun volledige offerte, zoals zij die ingediend hebben, bevat : het deel met de omschrijving van de werken ontbreekt. Volgens de conclusie van het auditoraatsverslag is die opmerking terecht : het is de verslaggever niet duidelijk welke de reden is van het niet neerleggen door de verwerende partij van de volledige offerte van de verzoekende partij. Aangezien bepaalde conclusies van de verwerende partij betrekking hebben op de volledige offerte en niet op de offerte zoals door de verwerende partij neergelegd, wordt in het auditoraatsverslag uitgegaan van de offerte van de verzoekende partij, zoals zij die gevoegd hebben bij hun verzoekschrift. De partijen stemmen in met deze werkwijze want in hun laatste memorie geven zij daaromtrent geen opmerking. XII-4075-8\12 Het middel 14. De verzoekende partijen voeren aan : “Enig middel tot nietigverklaring : schending van het gelijkheidsbeginsel; schending van artikel 10 en 11 G.W.; schending van het beginsel van de gelijkheid van de kandidaten bij overheidsopdrachten; schending van het algemeen beginsel dat elke overheid verplicht haar beslissingen formeel en materieel te motiveren; schending van de artikelen 2 en 3 van de uitdrukkelijke motiveringswet van 29 juli 1991; schending van het rechtzekerheidsbeginsel; schending van de voorschriften van het bestek”. Ontvankelijkheid van het middel 15. De verwerende partij werpt in haar memorie van antwoord op dat de verzoekende partijen niet de schending inroepen van de gepaste wettelijke bepalingen, “o.m. artikel 16 van de [overheidsopdrachtenwet] of de artikelen 110, 114 en 115 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996” en dat “in die mate het middel onontvankelijk is”. De verzoekende partijen voeren in hun middel de schending aan van het gelijkheidsbeginsel, van de formele en materiële motiveringsplicht, van het rechtzekerheidsbeginsel en van de voorschriften van het bestek : niet ingezien wordt om welke reden het middel niet ontvankelijk zou zijn nu de schending van beginselen ontvankelijk als een rechtsmiddel mag worden aangevoerd voor de Raad van State. De exceptie wordt verworpen. Gegrondheid van het middel 16. De verzoekende partijen bestrijden met hun enig middel, zoals uiteengezet in hun verzoekschrift, de motieven van de verwerende partij ter evaluatie van hun offerte ten aanzien van het tweede gunningscriterium “uitvoering en kwaliteitszorg” en de toekenning van “amper” 8 punten op 40 voor dat criterium : zij leveren gedetailleerd kritiek op die motivering, zin per zin met verwijzing naar uittreksels van hun offerte en van de besteksbepalingen. XII-4075-9\12 In het auditoraatsverslag wordt betreffende dit middel en het antwoord daarop van de verwerende partij vastgesteld wat volgt : “Zoals verzoeksters terecht opmerken, gaat verwerende partij in haar memorie op een zuinige wijze in op de gedetailleerde kritiek van verzoeksters : zij beperkt zich in hoofdzaak tot algemene juridische beschouwingen en tot een herhaling van het dossier, enkel in nr. 25 van haar memorie wordt ingegaan op de kritiek van verzoeksters. Prima facie komt het voor dat de kritiek van verzoeksters dermate technisch van aard is dat de aanstelling van een deskundige aangewezen zou zijn. Evenwel is het voor een leek op technisch gebied, waartoe de verslaggever zich rekent, mogelijk vast te stellen dat de kritiek van verzoeksters op verscheidene vlakken gegrond is : - de eerste zin ‘voor de straal- en schilderwerken wordt enkel het afschermen van de brug behandeld met het stralen’ is inderdaad moeilijk begrijpbaar en verweerster maakt in haar memorie niet duidelijk hoe hij begrepen moet worden en weerlegt de interpretatie van verzoeksters niet; - er blijken wel specificaties gegeven te zijn over de uitvoering, zij het bondig zoals verzoeksters stellen; - de veiligheidsaspecten en speciale voorzieningen voor werking met giftige stoffen zijn beschreven zoals verzoeksters stellen; - verwerende partij antwoordt niet op de stelling van verzoeksters dat het herbruiken van straalgrit wel mogelijk is, gestaafd door de offerte van haar onderaannemer Pattyn en door het toepassen van die procedure aan de Willemsbrug maar in haar memorie van antwoord lijkt zij de mogelijkheid van het herbruiken van grit te aanvaarden; - het materieel ontroesten van de dekzerken blijkt, zoals verzoeksters dat het herbruiken van straalgrit wel mogelijk is, gestaafd door de offerte van haar onderaannemer Pattyn en door het toepassen van die procedure aan de Willemsbrug maar in haar memorie van antwoord lijkt zij de mogelijkheid van het herbruiken van grit te aanvaarden; - het materieel ontroesten van de dekzerken blijkt, zoals verzoeksters stellen, wel toegelaten te zijn gelet op de vereiste van de zuiverheidsgraad Cst 3 en niet Sa 2½ of Sa 3; - de kritiek van verweerster op de voorgestelde onderbreking van 2 dagen na het aanbrengen van de primer voor de waterdichte bekleding kan bezwaarlijk aanvaard worden nu het bestek voorziet dat de slijtlaag kan aangebracht worden binnen een termijn van 4 uur tot 7 dagen nadat de hechtlaag werd aangebracht zodat een onderbreking van 2 dagen conform de besteksbepalingen is; - verzoeksters hebben een risico-analyse bijgevoegd; Uit dit alles kan met zekerheid afgeleid worden dat de evaluatie van verwerende partij en meer bepaald haar motivering ter zake zeer ondeugdelijk is geweest en dat de toekenning van 8 punten op een totaal van 40 punten, in vergelijking met de 39 punten voor de nv Iris en de 20 punten voor de nv Braet, zoals gesteld door verzoeksters, voor het tweede gunningscriterium kennelijk onredelijk is. [...] Het middel houdende de schending van de materiële motiveringsplicht juncto schending van de besteksbepalingen, en van het gelijkheidsbeginsel is dan ook gegrond”. XII-4075-10\12 17. Deze zienswijze in het auditoraatsverslag wordt door de verwerende partij niet tegengesproken, niet in een laatste memorie waarin zij deze zienswijze had kunnen ontkrachten en evenmin ter terechtzitting. Mede gelet daarop, valt de Raad van State de vaststellingen en de conclusies van het auditoraatsverslag betreffende de ondeugdelijke motivering van de bestreden beslissing bij. In zoverre is het middel gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel 1. Vernietigd wordt het besluit van de gedelegeerd ambtenaar van het Vlaamse Gewest van 16 december 2003 houdende toewijzing van de overheidsopdracht tot het herschilderen en het heraanleggen van het brugdek van de Gentpoortbrug en het bovenhoofd Nieuwe Dampoortsluis te Brugge - Bestek 16EH/03/39 aan de NV Iris. Artikel 2. Het beroep wordt voor het overige verworpen. Artikel 3. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op350 euro, komen ten laste van de NV Waterwegen en Zeekanaal. XII-4075-11\12 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig februari 2008, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4075-12\12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.223 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div