← België

Arrest 180277 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 29/02/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.277 Rolnummer: A. 148752/X-11807 Zaak: Arrest 180277 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 29/02/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-03-13 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-29 07:42 Fiche Arrest nr 180.277 van 29 februari 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 180.277 van 29 februari 2008 in de zaak A.148.752/X-11.

  1. In zake : Philippe VANDE CASTEELE, wonende te 2900 SCHOTEN, Klamperdreef 7 tegen : de gemeente SCHOTEN, die woonplaats kiest bij advocaat M. BALLON, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Britselei
  2. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Philippe VANDE CASTEELE op 12 maart 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van :
  3. “Stedenbouwkundige regularisatie-vergunning dd. 13 januari 2004 (referentie: 2003/116, Klamperdreef 9), verleend door het College van burgemeester en schepenen te Schoten (...)”, en
  4. “Weigering om de dossiers 2002/183 en 2003/116 samen te voegen”, en
  5. “Weigering, van de gemachtigde ambtenaar met ambtsgebied over de gemeente Schoten, om de vergunning dd. 13 januari 2004 (ref.: 2003/116) te schorsen (...)”; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de beschikking van 17 februari 2007 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoeker; X-11.807-1/5 Gelet op de beschikking van 15 juni 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 28 september 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. VAN DEN BULCKE die verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat H. VAN OPSTAL, die loco advocaat M. BALLON verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  6. Over de gegevens van de zaak 1.
  7. De verzoeker is eigenaar en bewoner van een woning gelegen te Schoten, Klamperdreef
  8. Dit is naast het perceel waarop het eerste bestreden besluit betrekking heeft, zijnde Klamperdreef
  9. 1.
  10. Op 17 april 2003 dient Ricardo HEERE bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Schoten een aanvraag in voor de regularisatie van het plaatsen van een hek voor de oprit op voornoemd perceel aan de Klamperdreef
  11. Het plan gevoegd bij deze aanvraag geeft onder meer de hoogte van de kolommen, waartussen het hek geplaatst is, weer, zijnde 2,40 meter. 1.
  12. Het perceel is volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 3 oktober 1979 vastgestelde gewestplan Antwerpen gelegen in woonparkgebied. Het is niet gelegen binnen het beheersingsgebied van een bijzonder plan van aanleg, noch binnen het gebied van een behoorlijk vergunde, niet-vervallen verkaveling. X-11.807-2/5 1.
  13. Op 13 januari 2004 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Schoten de gevraagde regularisatievergunning (2003/116). Dit is het eerste bestreden besluit. 1.
  14. Op dezelfde datum verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Schoten aan Ricardo HEERE tevens een regularisatievergunning (2002/183) voor het plaatsen van draadafsluiting, inbuizing in plaats van gracht, het bouwen van 2 poortkolommen en de aanleg van een oprit op het perceel gelegen te Schoten, Klamperdreef
  15. Op 27 april 2004 trekt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Schoten deze vergunning in en wordt beslist een weigeringsbesluit op te maken. Tevens wordt Ricardo HEERE verzocht een nieuwe aanvraag voor de regularisatie van het plaatsen van draadafsluiting, inbuizing in plaats van gracht, het bouwen van 2 poortkolommen en de aanleg van een oprit in te dienen. Dit besluit werd niet met een annulatieberoep voor de Raad van State bestreden en is definitief geworden.
  16. Over de ontvankelijkheid van het beroep 2.
  17. Wat het eerste bestreden besluit betreft, dient ambtshalve te worden onderzocht of de verzoeker nog het vereiste actueel belang heeft bij de ingestelde vordering. Uit de gegevens van de zaak blijkt dat de regularisatie-aanvraag betrekking heeft op het plaatsen van een smeedijzeren poort tussen poortkolommen met een maximale hoogte van 2,40 meter, aan de oprit van een vrijstaande ééngezinswoning. Met het besluit van de Vlaamse regering van 1 september 2006 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 14 april 2000 tot bepaling van de vergunningsplichtige functiewijzigingen en van de werken, handelingen en wijzigingen waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning nodig is, werd artikel 3, 9/ als volgt gewijzigd : “Een stedenbouwkundige vergunning is niet nodig voor de volgende werken, handelingen en wijzigingen, die uitgevoerd mogen worden voorzover ze niet strijdig zijn met de voorschriften van stedenbouwkundige verordeningen, bouwverordeningen, verkavelingsverordeningen, ruimtelijke uitvoeringsplannen, bijzondere plannen van aanleg, verkavelingsvergunningen, X-11.807-3/5 bouwvergunningen of stedenbouwkundige vergunningen, onverminderd de bepalingen van andere van toepassing zijnde regelgeving: (...) 9° de plaatsing van de volgende afsluitingen: (...) d) poorten, geplaatst tussen twee kolommen met een maximale hoogte van 2,50 meter”. Uit het voorgaande blijkt dat de regularisatie-aanvraag, zoals deze destijds is ingediend, betrekking heeft op werken die krachtens de thans geldende regelgeving niet langer vergunningsplichtig zijn, zodat een eventuele vernietiging van het bestreden besluit de verzoeker geen enkel voordeel meer kan opleveren. In die omstandigheden moet worden aangenomen dat de verzoeker niet langer getuigt van het rechtens vereiste actueel belang bij de ingestelde vordering. Het beroep is bijgevolg onontvankelijk wat het eerste bestreden besluit betreft. 2.2.
  18. In haar memorie van antwoord betwist de verwerende partij de ontvankelijkheid van de vordering wat het tweede en het derde bestreden besluit betreft. 2.2.
  19. Wat het tweede bestreden besluit betreft, besluit de verzoeker dat het afleveren van twee afzonderlijke stedenbouwkundige vergunningen op dezelfde datum, zijnde 13 januari 2004, een impliciete weigeringsbeslissing inhoudt van zijn, met een schrijven van 22 augustus 2003 aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Schoten gerichte, vraag tot samenvoeging van de dossiers 2002/183 en 2003/
  20. Er dient te worden vastgesteld dat geen enkele rechtsregel de verwerende partij de rechtsplicht oplegt om in te gaan op het verzoek tot samenvoeging, zodat het tweede bestreden besluit geen voor vernietiging vatbare rechtshandeling in de zin van artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State uitmaakt. Het beroep is dan ook eveneens onontvankelijk wat het tweede bestreden besluit betreft. 2.
  21. Wat het derde bestreden besluit betreft dient te worden vastgesteld dat de onthouding van de toezichthoudende overheid -in casu de gemachtigde ambtenaar- om gebruik te maken van haar facultatieve bevoegdheid om een beslissing van een onder toezicht staande overheid te schorsen, geen voor X-11.807-4/5 vernietiging vatbare rechtshandeling in de zin van artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State uitmaakt. Het beroep is bijgevolg evenmin ontvankelijk wat het derde bestreden besluit betreft. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  22. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  23. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig februari 2008, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-11.807-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.277 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.