id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.279 Rolnummer: A. 185426/X-13485 Zaak: Arrest 180279 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 29/02/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-03-13 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 07:42 Fiche Arrest nr 180.279 van 29 februari 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Vernietiging Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 180.279 van 29 februari 2008 in de zaak A. 185.426/X-13.
- In zake : Marjon DE RIDDER, die woonplaats kiest bij advocaat K. ROELANDT, kantoor houdende te 1160 BRUSSEL, Charles Madouxlaan 13-15 tegen : de gemeente AFFLIGEM. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Marjon DE RIDDER op 9 oktober 2007 heeft ingediend, en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging en de nietigverklaring vordert van het besluit van 23 mei 2006 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Affligem waarbij aan Schoonjans- Taeymans de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend tot het bouwen van een ééngezinswoning te Affligem (Hekelgem), Boekhoutstraat 112, sectie A, nrs. 528/p, 528/h, 528/r, 528/t en 528/k; Gezien het administratief dossier van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur T. DE WAELE, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 18 december 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 1 februari 2008; Gelet op de mededeling van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. STASSIJNS, die loco advocaat K. ROELANDT verschijnt voor verzoekster; X-13.485-1/5 Gehoord het eensluidend advies van auditeur T. DE WAELE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Feiten 1.
- De verzoekster woont aan de Boekhoutstraat 114 te Hekelgem, een deelgemeente van Affligem. De bouwplaats waarop de bestreden vergunning betrekking heeft, paalt rechtstreeks aan haar woonplaats. 1.
- Voor die aanpalende gronden, die volgens de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse gelegen zijn in woongebied met landelijk karakter, wordt door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Affligem op 9 juli 2004 een verkavelingsvergunning verleend aan de consoorten SCHOONJANS-DE PAUW voor twee bouwloten. 1.
- Op 24 april 2006 (datum van het ontvangstbewijs) dienen SCHOONJANS-TAEYMANS bij het gemeentebestuur van Affligem een stedenbouwkundige aanvraag in om op lot nr. 1 van voormelde verkavelingsvergunning een eengezinswoning op te trekken. 1.
- In zitting van 23 mei 2006 verleent het schepencollege van Affligem de gevraagde vergunning. Dit is de bestreden beslissing.
- Gegrondheid van het annulatieberoep 2.
- De verzoekster voert als eerste middel aan wat volgt : “Eerste middel : ‘schending van artikel 8, §§1 en 2, van het Decreet van 18 juli 2003 betreffende het lntegraal Waterbeleid (hierna ‘DIW’); schending van het zorgvuldigheidsbeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur’ Doordat in het bestreden besluit nergens ook maar enige melding wordt gemaakt van een doorgevoerde ‘watertoets’; Terwijl artikel 8, §§ 1 en 2, van het DIW bepaalt: X-13.485-2/5 ‘§
- De overheid die over een vergunning, een plan of programma moet beslissen, draagt er zorg voor, door het weigeren van de vergunning of door goedkeuring te weigeren aan het plan of programma dan wel door het opleggen van gepaste voorwaarden of aanpassingen aan het plan of programma, dat geen schadelijk effect ontstaat of zoveel mogelijk wordt beperkt en, indien dit niet mogelijk is, dat het schadelijk effect wordt hersteld of, in de gevallen van de vermindering van de infiltratie van hemelwater of de vermindering van ruimte voor het watersysteem, gecompenseerd. Wanneer een vergunningsplichtige activiteit, een plan of programma, afzonderlijk of in combinatie met een of meerdere bestaande vergunde activiteiten, plannen of programma's, een schadelijk effect veroorzaakt op de kwantitatieve toestand van het grondwater dat niet door het opleggen van gepaste voorwaarden of aanpassingen aan het plan of programma kan worden voorkomen, kan die vergunning slechts worden gegeven of kan dat plan of programma slechts worden goedgekeurd omwille van dwingende redenen van groot maatschappelijk belang. In dat geval legt de overheid gepaste voorwaarden op om het schadelijke effect zoveel mogelijk te beperken, of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren. §
- De overheid houdt bij het nemen van die beslissing rekening met de relevante door de Vlaamse regering vastgestelde waterbeheerplannen, bedoeld in hoofdstuk VI, voorzover die bestaan. De beslissing die de overheid neemt in het kader van § 1 wordt gemotiveerd, waarbij in elk geval de doelstellingen en de beginselen van het integraal waterbeleid worden getoetst.’ Dat uit voormelde bepalingen voortvloeit dat de vergunningverlenende overheid een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning dient te onderwerpen aan een ‘watertoets’ en dat de weerslag ervan moet worden weergegeven in beslissing tot aflevering van de vergunning zelf; Door helemaal geen watertoets door te voeren heeft verwerende partij ook het zorgvuldigheidsbeginsel geschonden. Zodat de in het middel aangehaalde wettelijke bepalingen en het zorgvuldigheidsbeginsel werd geschonden”. De verwerende partij formuleert geen verweer. 2.2.
- Luidens artikel 8, §1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid dienen o.m. de overheden die bevoegd zijn om vergunningen uit te reiken, zorg er voor te dragen dat de aangevraagde activiteiten of werken geen schadelijke effecten doen ontstaan, of deze zoveel mogelijk beperken, in de zin van artikel 3, §2, 17/ van hetzelfde decreet. De overheden kunnen zulks bijvoorbeeld doen door de vergunning te weigeren of door gepaste voorwaarden op te leggen. Artikel 8, §2 van het decreet voegt eraan toe dat deze afweging op gemotiveerde wijze dient te gebeuren, in het licht van de doelstellingen en beginselen van het decreet integraal waterbeleid. Ook artikel 4 van het besluit van de Vlaamse regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstantie en tot vaststelling van nadere regels voor de X-13.485-3/5 adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, legt de overheid op om een “waterparagraaf” in te lassen in elke beslissing, waarin uitspraak moet gedaan worden over de verenigbaarheid van de aanvraag met het watersysteem, die voorwaarden en maatregelen bevat om in voorkomend geval een schadelijk effect te voorkomen, te verminderen, te herstellen of te compenseren, en die een toetsing inhoudt aan de maatregelen en doelstellingen veruitwendigd in artikel 5 van het voormelde decreet. 2.2.
- Met de verzoekende partij dient vastgesteld te worden dat in het bestreden besluit geen sprake is van enige “watertoets” waaraan de aanvraag zou zijn onderworpen. Het middel is in zoverre gegrond.
- Onontvankelijkheid van de vordering tot schorsing De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van die beslissing moet dan ook bij gebrek aan voorwerp verworpen worden. In de gegeven omstandigheden past het de kosten lastens de verwerende partij te leggen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Vernietigd wordt het besluit van 23 mei 2006 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Affligem waarbij aan Schoonjans- Taeymans de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend tot het bouwen van een ééngezinswoning te Affligem (Hekelgem), Boekhoutstraat 112, sectie A, nrs. 528/p, 528/h, 528/r, 528/t en 528/k. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. X-13.485-4/5 Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig februari 2008, door: de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-13.485-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.279 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div