id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.441 Rolnummer: A. 184746/XIV-29703 Zaak: Arrest 180441 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 04/03/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-03-18 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-06-29 07:43 Fiche Arrest nr 180.441 van 4 maart 2008 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 180.441 van 4 maart 2008 in de zaak A. 184.746/XIV-29.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat L. ESTERCAM, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Leopoldplaats 10, bus 2 tegen : de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Armeense nationaliteit, op 9 augustus 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 27 april 2007 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen; Gelet op de beschikking nr. 1249 van 3 september 2007 waarbij het cassatieberoep toelaatbaar wordt verklaard; Gelet op artikel 19 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN, op grond van artikel 19 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 2 oktober 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 december 2007; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat L. ESTERCAM, die verschijnt voor de verzoekende partij en van Attaché R. LARNO, die verschijnt voor de verwerende partij; XIV-29.703-1/3 Gehoord het eensluidend advies van Auditeur M. VAN LIMBERGEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker in een enig middel, afgeleid uit de schending van artikel 39/75 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, laat gelden dat de oproeping voor de rechtsdag en de kennisgeving van de beslissing van 27 april 2007 aan een verkeerd huisnummer gebeurden, met name 334 in plaats van 434, dat tijdens de ganse procedure zijn adres (Bredabaan 434, MERKSEM) gekend was, dat hem aan dit adres ter kennis werd gebracht dat hij om de voortzetting van de procedure kon vragen, hetgeen hij naar behoren deed, dat hij niettemin werd opgeroepen voor de terechtzitting aan een verkeerd adres, met name Bredabaan 334 te MERKSEM, dat hij alzo niet op de hoogte was van de terechtzitting en ten onrechte werd beslist dat hij afstand van procedure deed; Overwegende dat naar luid van artikel 235, § 2, van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de beroepen die op 1 december 2006 bij de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen aanhangig waren en waarvoor nog geen rechtsdag was bepaald behandeld worden overeenkomstig de procedure en de bepalingen bepaald bij de artikelen 39/9, 39/17, 39/18, 39/56 tot 39/67, 39/69 tot 39/77 van de wet van 15 september 1980, zoals ingevoegd door voornoemde wet van 15 september 2006; dat een gebrekkige kennisgeving van het bestreden arrest de cassatietermijn eventueel niet doet ingaan, doch niet vermag de geldigheid van deze beslissing aan te tasten; dat overeenkomstig artikel 39/75, eerste lid, de hoofdgriffier of de door deze aangewezen griffier onverwijld kennis geeft van de beschikking waarbij de rechtsdag wordt bepaald aan de partijen in het geding; dat de verzoekende partij deze wetsbepaling geschonden acht omdat de oproeping voor de zitting van 23 maart 2007 ten onrechte aan het adres “Bredabaan 334, 2170 MERKSEM”, werd gestuurd; dat ze hierbij voorbij gaat aan het feit dat ze in het verzoek tot voortzetting van 19 januari 2007 op dit adres woonplaats heeft gekozen; dat van een vergissing vanwege de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen dan ook geen sprake is; dat, integendeel, deze ertoe was gehouden de beschikking met de vaststelling van rechtsdag te versturen naar het in het verzoekschrift tot voortzetting opgegeven adres, te meer nu het verzoek tot voortzetting “de keuze van woonplaats in België” dient te bevatten; dat het enig middel niet gegrond is; XIV-29.703-2/3 Overwegende dat er grond is om toepassing te maken van artikel 19 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; dat het cassatieberoep wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vier maart tweeduizend en acht, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-29.703-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.441 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.