← België

Arrest 180450 - Bewakingsondernemingen - 04/03/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.450 Rolnummer: A. 185764/VII-37737 Zaak: Arrest 180450 - Bewakingsondernemingen - 04/03/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-03-14 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 07:43 Fiche Arrest nr 180.450 van 4 maart 2008 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Bewakingsondernemingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 180.450 van 4 maart 2008 in de zaak A. 185.764/XII-

  1. In zake : de BVBA SECURITY OPERATIONS, die woonplaats kiest bij advocaten D. Debusscher en K. Roelandt, kantoor houdende te Brussel, Charles Madouxlaan 13-15 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de BVBA Security Operations op 29 oktober 2007 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 16 augustus 2007 van de minister van Binnenlandse Zaken waarbij haar de bijzondere toestemming tot het uitvoeren van gewapende bewakingsactiviteiten wordt geweigerd; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag over onder meer de vordering tot schorsing, opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd W. Van Noten; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 23 januari 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 12 februari 2008; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; XII-5265-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat D. Debusscher en advocaat M. Lecompte, loco advocaat K. Roelandt, voor verzoekster, en van attaché D. Liebens voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. Van Noten; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feitelijke gegevens
  2. Verzoekster verkrijgt bij ministerieel besluit van 13 november 2003 een vergunning, voor een periode van vijf jaar, tot het exploiteren van een bewakingsonderneming voor het uitoefenen van activiteiten bestaande uit toezicht op en bescherming van roerende en onroerende goederen, beheer van alarmcentrales en bescherming van personen. Zij vraagt op 30 maart 2004 de bijzondere toestemming aan om de bewakingsactiviteiten gewapend te mogen uitvoeren. Met de bestreden beslissing van 16 augustus 2007 weigert de minister van Binnenlandse Zaken de gevraagde bijzondere toestemming tot het uitvoeren van gewapende bewakingsactiviteiten omdat de motivering voor het gebruik van de wapens niet voldoet ten aanzien van het koninklijk besluit van 17 november 2006 en omdat het administratief dossier niet alle door dat koninklijk besluit vereiste documenten bevat. De ontvankelijkheid
  3. Verwerende partij betwist de ontvankelijkheid van de vordering. Een onderzoek van en een uitspraak over de exceptie dringen zich alleen op indien aan de grondvoorwaarden voor een schorsing voldaan mocht zijn, hetgeen zoals hierna zal blijken niet het geval is. XII-5265-2/4 De grondvoorwaarden voor een schorsing
  4. Krachtens artikel 17, § 2, van zijn gecoördineerde wetten kan de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging besluiten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
  5. Met betrekking tot de tweede voorwaarde voert verzoekster in de eerste plaats aan dat haar zakencijfer gering is en haar voortbestaan in het gedrang komt als ze potentiële klanten moet weigeren en bestaande klanten moet meedelen dat ze voor gewapende opdrachten naar de concurrentie dienen te gaan. In de tweede plaats doet verzoekster als nadeel de “negatieve reputatie” gelden die zij “in de beveiligingswereld” lijdt vanwege “het opgeplakte etiket van firma die geen ‘full- service’ kan bieden”.
  6. Wijl het boekhoudkundig resultaat van verzoekster over het boekjaar 2005 licht positief was, komt het in het boekjaar 2006 uit op een verlies van 1.410 euro. Er wordt op de algemene vergadering van 18 juni 2007 uit besloten tot een herstructurering van de activiteit van de onderneming “om zo de kostenstructuur te verminderen”. In zoverre verzoekster laat uitschijnen dat ook een bijzondere toestemming teneinde gewapend bewakingsopdrachten te mogen uitvoeren ertoe kan bijdragen om haar zakencijfer rooskleuriger te maken, moet worden vastgesteld dat het niet meer dan een veronderstelling, een wensdroom is. Alleszins lijkt verzoekster tot op vandaag nog niet geconfronteerd geweest te zijn met een betekenisvolle vraag terzake. Door verwerende partij uitdrukkelijk verzocht om zo’n vraag aan te tonen, heeft verzoekster in meer dan twee jaar welgeteld twee concrete namen kunnen noemen. Op grond van de luttele gegevens die slechts worden aangereikt, blijkt niet dat er een voldoende direct en zeker verband bestaat tussen de bestreden beslissing en de beweerde onleefbaarheid van verzoekster. XII-5265-3/4
  7. Voorts moet, met de verwerende partij, de realiteit van de aangevoerde reputatieschade betwijfeld worden. Gelet op “het feit dat de overgrote meerderheid van de bewakingsondernemingen niet gerechtigd is om bewakingsactiviteiten gewapend uit te voeren”, is het ongeloofwaardig dat verzoekster enkel en alleen om reden dat zij geen zogenaamde “full-service” aanbiedt een “negatieve” reputatie zou genieten, van die aard dat zij erdoor “volledig uitgerangeerd” geraakt.
  8. Alvast de tweede grondvoorwaarde voor een schorsing is niet vervuld. Deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  9. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  10. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vier maart 2008, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-5265-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.450 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.393 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.