← België

Arrest 180469 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 04/03/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.469 Rolnummer: A. 184912/X-13421 Zaak: Arrest 180469 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 04/03/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-03-14 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 07:43 Fiche Arrest nr 180.469 van 4 maart 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 180.469 van 4 maart 2008 in de zaak A. 184.912/X-13.

  1. In zake : Helga MEUZELAAR, die woonplaats kiest bij advocaten H. SEBREGHTS en F. SEBREGHTS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 27 tegen : de deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Helga MEUZELAAR op 24 augustus 2007 heeft ingediend, en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging vordert van het besluit van 16 mei 2007 van de deputatie van de provincieraad van Antwerpen waarbij haar beroep tegen het besluit van 20 juni 2006 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Ravels houdende weigering van de vergunning tot renovatie en de functiewijziging van een kippenstal (stal 1) en renovatie van een kippenstal (stal 2) op een terrein gelegen te Ravels, Hegge 21, kadastraal bekend sectie B, nrs. 541/m en n, niet wordt ingewilligd; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 5 november 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 november 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. SEBREGHTS, die verschijnt voor de verzoekende partij, van afdelingschef H. PETTENS, die verschijnt voor de verwerende partij; X-13.421-1/10 Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT:
  2. Over de feitelijke gegevens van de zaak 1.
  3. Het perceel in kwestie is volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 30 september 1977 vastgestelde gewestplan Turnhout, gelegen in agrarisch gebied. Het perceel maakt één geheel uit met de vooraan opgerichte woning met afzonderlijke garage. De woning is eigendom van de verzoekster en wordt door haar bewoond. Het geheel betreft een voormalige, leegstaande landbouwinrichting. De haaks tegenover elkaar ingeplante kippenstallen zijn naakte eigendom van de verzoekster en de heer Andries MEUZELAAR heeft hiervan het vruchtgebruik. Stal 1 bevindt zich het dichtst bij de woning. Deze stal, ongeveer 265m² groot, sluit aan bij de circa 163m² grote stal 2, opgericht tot op de achterste perceelgrens. 1.
  4. Een eerste aanvraag tot het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning voor het verbouwen van de kippenstallen en het wijzigen van de functie van stal 1 tot bergruimte wordt achtereenvolgens door het college van burgemeester en schepenen op 7 september 2004 en door de bestendige deputatie op 20 januari 2005 geweigerd. Ter gelegenheid van deze aanvraag, stelde het beroepschrift van 29 september 2004: “De bijgebouwen hebben thans als functie deels bergruimte bij de woning Hegge 21 (stal 2) en deels voor opslag van materiaal dat dienstig is voor de hobby van de heer Meuzelaar (stal 1), te weten: * overwintering van zeilen, zeilboot (6,5m), allerlei zeilmateriaal van een zeiljacht * opslag van persoonlijke collectie klassieke wagens (...)”. X-13.421-2/10 1.
  5. Op 17 oktober 2005 dient de verzoekster bij het gemeentebestuur van Ravels een nieuwe aanvraag in tot het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning voor de renovatie en het wijzigen van de functie van een kippenstal (stal 1) en de renovatie van een kippenstal (stal 2). 1.
  6. Ter gelegenheid van het openbaar onderzoek worden geen bezwaren ingediend. 1.
  7. Op 23 mei 2006 adviseert de gemachtigde ambtenaar de aanvraag ongunstig. Bij besluit van 20 juni 2006 weigert het college van burgemeester en schepenen van Ravels de vergunning. 1.
  8. In beroep weigert ook de deputatie van de provincieraad van Antwerpen bij beslissing van 16 mei 2007 de vergunning. Dit is het bestreden besluit.
  9. Over de ontvankelijkheid De verwerende partij betwist de ontvankelijkheid van de vordering. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen exceptie uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over deze exceptie dringt zich immers slechts op indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn, hetgeen te dezen, zoals hierna zal blijken, niet het geval is.
  10. Over de grondvoorwaarden tot schorsing Krachtens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. X-13.421-3/10 3.
  11. Over het moeilijk te herstellen ernstig nadeel 3.1.
  12. Standpunt van de partijen 3.1.1.
  13. De verzoekster zet het moeilijk te herstellen ernstig nadeel in haar verzoekschrift als volgt uiteen: “
  14. Luidens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging van een administratieve rechtshandeling worden bevolen indien ernstige middelen aanwezig zijn én indien tevens blijkt dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen aan de verzoekende partij. In een volgend deel zal verzoekende partij aantonen dat er ernstige middelen aanwezig zijn. Hieronder zal verzoekende partij aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
  15. De onwettigheid en de willekeur die blijkt uit het besluit dat zich baseert op ‘regels’ die in geen enkel reglement staan, veroorzaken het moeilijk te herstellen ernstig nadeel voor verzoekende partij. Door die willekeur die wars is van elke wettigheid, is het nadeel totaal onverwacht, wat de ernst en moeilijke herstelbaarheid ervan verhoogt.
  16. Uit de uiteenzetting van feiten en middelen, waarnaar wordt verwezen en die hier als herhaald worden aanzien, blijkt de absolute onwettigheid, onredelijkheid, rechtsonzekerheid en willekeur van het aangevochten besluit.
  17. Verzoekende partij heeft de aankoop gedaan, na onderzoek van de vergunningstoestand van de gebouwen op het onroerend goed, nà zekerheid te hebben bekomen betreffend het vergund karakter ervan via de van de gemeente bekomen informatie, en met het oogmerk hier in goede omstandigheden de waardevolle oldtimercollectie van de familie te kunnen onderbrengen. Door de aard van die verzamelobjecten, hun uniciteit, de onmogelijkheid om nog dergelijke voertuigen te vinden, is de conservering ervan in optimale omstandigheden een absolute noodzaak.
  18. Op grond van de informatie ‘vergund’ van de overheid is, o.m. omwille van dat aspect van die bergplaatsen én het ervoor beoogde doel, een aanzienlijk hogere dan normale prijs betaald voor de eigendom. Dat die bergplaatsen belangrijk zijn blijkt uit het feit dat ze als afzonderlijk lot werden beschreven bij aankoop en de prijs afzonderlijk werd vermeld. Ze werden in naakte eigendom aangekocht door verzoekende partij. De weerhouden prijs is absurd voor af te breken gebouwen. De aankoop van vergunde gebouwen gebeurde m.h.o.o. het stallen van de collectie.
  19. Verzoekende partij wordt, 6 jaar na aankoop, geconfronteerd met het feit dat thans een overheid die zich 42 jaar lang op geen enkel ogenblik uitsprak over conformiteit of wettigheid, cru, maar na erg onzorgvuldig onderzoek, voorhoudt dat wat de plaatselijke overheid altijd, zelfs tot vandaag, als wettig aanzag, onwettig is en een stedenbouwmisdrijf inhoudt. Er wordt min noch meer gesteld dat zowel stal 2 als stal 1 niet vergund, noch hoofdzakelijk vergund kunnen worden geacht, dat stal 1 niet aan de voorwaarden voor een zonevreemde functiewijziging voldoet, dat de onvergunde stallen zich diep in agrarisch gebied bevinden en een aantasting ervan betekenen zodat ze vanuit het oogpunt goede ordening van de plaats niet kunnen worden aanvaard. Uit de foto’s in randnummer 9 blijkt dat dit onjuist is nu het perceel paalt aan een even diep uitlopend bebost perceel. X-13.421-4/10
  20. Wat de overheid doet, is een nooit betwiste stedenbouwkundige vergunning

(1)42 jaar na datum van het verlenen en 29 jaar na de functiewijziging
(2), die ieder op zich individuele en onaantastbare rechten doen ontstaan, deze rechten en wettigheid ontnemen. Hierdoor wordt door de overheid geruisloos ingebroken in de patrimoniale verhoudingen tussen burgers en wordt de waarde van gesloten contracten onderuit gehaald. In feite creëert ze aldus een onvoorzienbaar nadeel en probleem voor verzoekende partij. Het nadeel hierdoor is ernstig en is behoudens schorsing en nietigverklaring, niet herstelbaar. Door haar onwettige handeling werkt de overheid rechtstreeks door in de contractuele verhoudingen die precies op grond van door haar aangeleverde informatie zijn tot stand gekomen in de vorm zoals het gebeurde. Ze ondergraaft, tegen de door haar actief verleende informatie in, het waarborgvermogen van het patrimonium van de eigenaars. Dit is geen financieel nadeel. Pacta sunt servanda. Inwerken in contractuele verhoudingen, en die op onwettige wijze grondig aantasten, is een schending van de contractuele rechten tussen partijen zonder dat daarvoor een (wettige) grondslag is. Het is een dusdanig in vraag stellen van het nochtans noodzakelijke vertrouwen dat de burger mag en moet hebben in de overheid, én van de rechtszekerheid, dat het niet minder is t.a.v. wie het overkomt, dan het kwadraat van wat de Amerikaanse hypotheekbanken t.a.v. de Europese en andere internationale banken en kredietinstellingen uithaalden met hun ‘rommel- hypotheken’ en de wijze waarop ze hierdoor een dusdanig wantrouwen in het internationale rechtsverkeer hebben tot stand gebracht dat het wereldwijd de beurskoersen deed in elkaar storten. Dat was het resultaat dat de voorbije veertien dagen te zien was. Als het op vergelijkbare wijze ondergraven van rechtszekerheid en vertrouwen geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel is, bestaat er vermoedelijk geen dergelijk nadeel. Herhaald: het is geen financieel nadeel. Een gans systeem dat essentieel op vertrouwen en rechtszekerheid door overheidsinformatie gebaseerd is, wordt onderuit gehaald. De onbetrouwbaarheid van en het verlies van alle vertrouwen in de overheid is het zwaar moreel nadeel.
  1. Het houdt min noch meer in dat verzoekende partij 6 jaar terug door de overheid in dwaling is gebracht m.b.t. de zelfstandigheid van de zaak die het voorwerp was van de overeenkomst tot aankoop (art. 1110 BW)! Hoewel hierdoor haar toestemming tot aankoop is ‘aangetast’, gezien ze nl. door dwaling blijkt te zijn ingegeven, en zulks tot vernietiging van de overeenkomst kan leiden, en gezien een dergelijke vernietiging als een ‘financieel nadeel’ zou kunnen worden gepercipieerd, is het dat allerminst. Niemand weet welk breukdeel van een mensenleven ‘zeven jaar’ is. Iedereen weet wel dat 7 jaar in een actief mensenleven, op dit ogenblik als een zesde daarvan moet worden aanzien. Verzoekende partij was net 26 jaar toen ze de aankoop deed. Ze is nu
  2. Dat wil zeggen dat ze 7 jaar later, volkomen onvoorzien en onverwacht in feite ‘veroordeeld’ wordt om opnieuw aan haar patrimoniumuitbouw te beginnen. Men heeft zich ondertussen gesetteld, buren en omwonenden te vriend gemaakt en wordt door hen volledig geaccepteerd. Dan ziet men onverwacht het zwaard van Damocles van zwaar patrimoniaal verlies boven zijn hoofd verschijnen. Verzoekende partij kreeg hier haar twee kinderen. Niemand in de buurt maakt enig probleem van het stallen van de oldtimers. Ondertussen is de waarde van onroerend goed sterk in waarde gestegen. De voorbije 7 jaar zijn voor altijd voorbij. Ze komen nooit terug. Het verlies in levenstijd en mogelijkheid om zelf en voor zichzelf het parcours uit te stippelen dat men wenst te volgen, zonder hierbij door derden, noch minder door de overheid, onverwacht in de wielen te worden gereden, is ernstig en moeilijk te herstellen. Dat hierbij de geloofwaardigheid van en het vertrouwen in een overheid volledig verdwijnt en de rechtsonzekerheid die erdoor ontstaat t.o.v. DE overheid, een feit wordt, is een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel. Het X-13.421-5/10 verlies van de geloofwaardigheid van de overheid, behoedster van recht en orde, is onherstelbaar. Er is een ernstig, moeilijk te herstellen zwaar moreel nadeel.
  3. De gemeente, en op grond daarvan de notaris, de verkopende partij en verzoekende partij is van oordeel dat de betreffende constructies (stal 1 en stal 2) wel degelijk vergund zijn. Wat stal 1 betreft, is deze vergund bij besluit van de gemeente Weelde van 26 november
  4. De uitvoering was in hout aangevraagd en werd daarom als materiaal voorgeschreven. Het gebeurde door de rechtsvoorganger vanaf het begin in metaalplaten. Voor het overige werd qua inplanting en afmetingen gebouwd conform de vergunning en goedgekeurde plannen. Hoe kan een redelijke overheid 42 jaar na uitvoering en zonder dat voordien ooit een PV van niet conformiteit of bouwovertreding is opgemaakt, voorhouden dat het gebouw niet zoals de bouwvergunning is uitgevoerd, de goede plaatselijke ordening schaadt en een bouwmisdrijf moet worden geacht. In die zin moet stal 1 minstens aanzien worden als ‘hoofdzakelijk vergund’, begrip zoals bedoeld in artikel 145bis DORO. In die zin kan toepassing van dat artikel 145bis DORO niet geweigerd worden omwille van het feit dat stal 1 niet ‘hoofdzakelijk vergund’ zou zijn. Dit gebeurde wel met het bestreden besluit. Hierdoor is de dringend noodzakelijke verbouwing van de stal (en de oordeelkundige verwijdering van het aanwezige asbest) voor de optimale conservatie van de uiterst waardevolle oldtimercollectie van verzoekende partij, absoluut onmogelijk geworden, hoewel de weigering - zoals uit de bespreking van de middelen zal blijken - op onwettige motieven gesteund is.
  5. Als gevolg van die weigering is de kans reëel dat de verzameling oldtimers die familiebezit zijn en dat zal blijven, de komende winter onherstelbare beschadiging oploopt door de absoluut ontoereikende isolatie waardoor onmogelijk de ideale conserveertemperatuur voor de wagencollectie bekomen kan worden. De kans is zeer reëel dat verzoekende partij op korte termijn (voor de aanvang van de winter) evenmin in de mogelijkheid kan voorzien om elders (definitief?) een geschikte locatie te vinden. De wagens zullen hierdoor ongetwijfeld beschadiging oplopen die moeilijk te herstellen is. Alleszins is zulks evenmin herstelbaar door financiële compensatie, nu er zich onder de wagens quasi unieke exemplaren bevinden die niet meer verkregen kunnen worden. De gebrekkige conservatie zonder de juiste temperatuur leidt onmiskenbaar tot onherstelbare schade. Het nadeel is aldus tevens ernstig. Het is onherstelbaar. Wat uniek is en aangetast wordt, is niet meer herstelbaar.
  6. Voor het belang van de collectie wordt bij voorbeeld verwezen naar de ‘Horch 853’ uit 1937, gemaakt door de stichter van de ‘audi’ zoals we die vandaag de dag kennen. Als gevolg van het destijds reeds geldende mededingingsrecht van de heer Horch, mocht bij de start van zijn nieuwe firma deze zijn eigen naam niet meer gebruiken. Vandaar dat zijn nieuwe firma ‘Audi’ genaamd werd. Het is een woordspeling: ‘audi’ is de Latijnse benaming voor ‘luister’, ‘listen’ in het Engels, of nog ... ‘Horch’ in het Duits! Voor het behoud van de wagen zijn reeds enorme investeringen gedaan, die geleid hebben tot de patentering van verschillende producten in samenwerking met BASF Coatings AG en de NV Bekaert (die voor dit project gratis spaakdraad heeft geproduceerd). De Horch van verzoekende partij, is hiervan als het ware de mascotte, en het bewijs van de representativiteit en effectiviteit van de producten, los van het unieke verzamelobject dat de klassieke oldtimer vanzelfsprekend met zijn 70 jarige leeftijd is. (...)
  7. In die zin is het nadeel dat verzoekende partij zal leiden bij behoud van het bestreden besluit zonder dat dit onwettige besluit geschorst zou worden, onmiskenbaar een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel. De vordering tot schorsing is ontvankelijk en gegrond. X-13.421-6/10
  8. Hetzelfde geldt overigens voor stal 2, die geacht moet worden vergund te zijn in toepassing van artikel 96, §4, DORO, dat een onweerlegbaar vermoeden van vergundheid invoerde voor constructies waarvan wordt aangetoond dat ze dateren van vóór
  9. Uit de ‘in feite’ uitvoerig aangehaalde kadasterplannen, blijkt onmiskenbaar dat stal 2 dateert van vóór 1962, en aldus geacht moet worden vergund te zijn. Ook hier is weigering van renovatie ervan op basis van het argument dat de stal niet hoofdzakelijk vergund zou zijn (...) onwettig, en is het nadeel dat verzoekende partij bij gebreke aan schorsing van het bestreden besluit gelijklopend. De voorgehouden voorwaarden om het ‘vergund’ karakter van het gebouw te kunnen behouden, zijn zo onwettig, onredelijk en buiten elke proportie, dat ze niet ernstig zijn. Die voorwaarden handhaven zou bij omzetting in een reglementair besluit mogelijk 50 % van wat in het Vlaams Gewest gebouwd is, tot onwettig maken! (...)”. 3.1.1.
  10. De verwerende partij repliceert hierop wat volgt: “II.2 Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel (MTHEN) Krachtens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een administratieve rechtshandeling besloten worden onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van die administratieve rechtshandeling kunnen verantwoorden én dat de onmiddellijke tenuitvoer- legging van de akte een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Verzoeker verwijst met betrekking tot het MTHEN in de eerste plaats naar de voor de constructies betaalde aankoopprijs: deze zou absurd zijn voor af te breken gebouwen én neergeteld zijn met het oog op het stallen van de unieke collectie oldtimers (...). Het 6 jaar na aankoop inwerken in contractuele verhoudingen, zonder dat er daar een wettige grondslag voor is (...), door een overheid die zich 42 jaar lang op geen enkel ogenblik uitsprak over conformiteit of wettigheid (...), is volgens verzoeker geen financieel nadeel; het gaat veeleer om een moreel nadeel door het gedwongen herbeginnen van een reeds 7 jaar lopende patrimoniumopbouw. Verzoeker ziet een reële kans op onherstelbare schade, gerelateerd aan de uniciteit van de wagens, komende winter door de ontoereikende isolatie (...); voordien nog een geschikte locatie vinden, is waarschijnlijk gering. Bespreking De notariële akte van aankoop van 3 mei 2001 toont aan dat verzoeker de woning met garage, Hegge 21, kocht voor 6.920.002 Bef; de stal en berging kocht verzoeker als naakte eigenaar (de heer Meuzelaar uit Ravels (Poppel) is vruchtgebruiker) voor 579.898 Bef (117.898 Bef naakte eigenaar + 462.000 Bef vruchtgebruiker). De overeenkomst tussen verzoeker en de heer Meuzelaar, zoals opgenomen in de akte, komt hierop neer dat verzoeker de stallen van water en elektriciteit voorziet; de heer Meuzelaar zorgt voor het onderhoud van de omgeving van de stallen in functie waarvan een recht van doorgang verleend is. In de akte is ook bepaald dat verzoeker of haar erfgenamen in geval van verkoop van de stallen door de heer Meuzelaar, het recht hebben deze aan te kopen tegen taxatiewaarde, voor zover nog eigenaar van de woning te zijn. Ongeacht de grootteorde van de kostprijs, is een ‘eventuele schade’ zeker geen basis om een MTHEN op te enten. Het is trouwens opmerkelijk dat de ingeroepen ‘nood aan een veilige, droge en tot de juiste temperatuur verwarmde omgeving’ pas 3 jaar na de aankoop van de voor de verzameling oude wagens nodige ruimte (zie eerste aanvraag in 2004: 18 wagens) werd gevoeld. X-13.421-7/10 Het duurde vervolgens tot 2006, dit is al 5 jaar na aankoop, om een nieuwe aanvraag te doen. Uit geen enkel stuk in het administratief dossier blijkt dat de wagens elders gestald (geweest) zijn. Verzoekers argument dat de kans om nog vóór komende winter een geschikte locatie te vinden waarschijnlijk gering is, geeft aan dat dit niet het geval is. De door de verzoekende partij opgeworpen reële kans op onherstelbare schade komende winter, gerelateerd aan de uniciteit van de wagens, vindt dan ook niet zijn rechtstreekse oorzaak in de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, doch wél in het handelen van verzoeker zélf. Dit is geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel in de zin van artikel 17, § 2, 2/ van de gecoördineerde wetten op de Raad van State om tot schorsing te kunnen besluiten. Bovendien blijkt uit de plannen duidelijk dat de bouwwerken vrij ingrijpend zijn, waarmee de eigen argumentatie van verzoeker rond de absurditeit van de aankoopprijs voor afbraak van de gebouwen in het gedrang komt. Door die kostprijs in de verf te zetten, is het trouwens onmogelijk om het aangevoerde nadeel niet als financieel nadeel te zien. Verweerster heeft overigens geen enkele bevoegdheid zolang zij niet in het kader van het decretaal georganiseerd administratief beroep wordt gevat. Zij heeft, vanaf het ogenblik dát zij werd gevat, in 2004, een duidelijk inhoudelijk standpunt ingenomen dat toen door verzoeker niet verder werd betwist. De voorafgaande beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 7 september 2004, op eensluidend advies van de gemachtigde ambtenaar van het bestuur ruimtelijke ordening, stoelt trouwens op dezelfde rechtsgrond. Het is er DE vergunningverlenende overheid ook geenszins om te doen zich in contractuele verhoudingen te wringen. Wat zij wél doet, is erop toezien dat de reglementering inzake de ruimtelijke ordening gerespecteerd wordt”. 3.1.
  11. Beoordeling De woning met garage is eigendom van de verzoekster en wordt door haar bewoond. De verzoekster is eveneens de naakte eigenaar van de kwestieuze stallen, waarvan Andries MEUZELAAR het vruchtgebruik heeft. In wezen voert de verzoekster in hoofdzaak aan dat zij zich geraakt weet in haar patrimonium en in de waarde ervan. Zulk een hoofdzakelijk financieel nadeel kan niet als moeilijk te herstellen worden aangemerkt. De “rechtsonzekerheid” waarvan wordt gewag gemaakt is inherent aan elke juridische betwisting en vloeit niet voort uit de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. De wettelijke voorwaarde betreffende het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is een constitutieve en autonome schorsingsvoorwaarde. Bijgevolg X-13.421-8/10 kan ter adstructie van het ernstig nadeel niet dienstig worden verwezen naar de ernst van de middelen. Wat het aangevoerde moreel nadeel betreft - verlies van geloofwaardigheid van en het vertrouwen in de overheid- mocht het al ernstig zijn, maakt de verzoekster niet aannemelijk waarom dit nadeel niet zou kunnen worden goedgemaakt door de mogelijke morele voldoening welke een in voorkomend geval tussen te komen annulatiearrest teweegbrengt. Dat stal 1 reeds enkele jaren dienstig is als opslag van onder andere de persoonlijke collectie klassieke wagens, blijkt enerzijds uit het door de verzoekster opgestelde beroepschrift van 29 september 2004 en wordt anderzijds door haar bevestigd in de uiteenzetting van het vierde middel waar de verzoekster uitdrukkelijk stelt dat het gebouw zoals het zich voordoet, geschikt is voor de functie die “er reeds jaren in gebruik is” en dat de aanpassing enkel strekt tot het beter conserveren van het materieel dat er wordt bewaard. Het nadeel dat de verzoekster dreigt te lijden, met name de onherstelbare schade tijdens de komende winter en de onmogelijkheid om op termijn een geschikte locatie te vinden, vloeit niet voort uit de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Het moet, zoals de verwerende partij terecht opwerpt, worden toegeschreven aan het eigengereid handelen van de verzoekster. Dergelijk nadeel is niet ernstig. Er is niet voldaan aan één van de door artikel 17,§2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te bevelen. Deze vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. OM DEZE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE: Artikel
  12. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  13. X-13.421-9/10 De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vier maart 2008, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-13.421-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.469 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.000 ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.213.628 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.