← België

Arrest 180538 - Ziekenfondsen en Landsbonden - 06/03/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.538 Rolnummer: A. 185079/VII-37047 Zaak: Arrest 180538 - Ziekenfondsen en Landsbonden - 06/03/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-03-15 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-29 07:44 Fiche Arrest nr 180.538 van 6 maart 2008 Sociale zaken en volksgezondheid - Ziekenfondsen en Landsbonden Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 180.538 van 6 maart 2008 in de zaak A. 185.079/VII-37.

  1. In zake : Johannes GOORDEN, die woonplaats kiest te JABBEKE, Kerkebeekstraat 43 tegen : het VLAAMS ZORGFONDS, dat woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te BRUGGE, Gerard Davidstraat 46, bus
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Johannes GOORDEN op 16 augustus 2007 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid, VLAAMS ZORGFONDS, van 29 juni 2007 waarbij zijn bezwaarschrift ongegrond wordt verklaard en waarbij wordt beslist dat de administratieve geldboete verschuldigd blijft; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 13 november 2007 waarbij de terechtzitting initieel werd bepaald op 20 december 2007; gelet op het feit dat deze terechtzitting werd uitgesteld tot 28 februari 2008 en dat zulks met op 21 december 2007 aangetekend verzonden brieven aan de partijen ter kennis werd gebracht; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; VII-37.047-1/5 Gehoord de opmerkingen van verzoeker, en van advocaat S. ISHAQUE die, loco advocaat B. STAELENS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  3. De gegevens van de zaak 1.
  4. Verzoeker heeft zich niet aangesloten bij een zorgkas naar keuze, met als gevolg dat hij vanaf 1 oktober 2001 automatisch aangesloten is bij de Vlaamse Zorgkas. 1.
  5. Op 6 juni 2003 wordt hij uitgenodigd om voor de periode 2001- 2002 en voor het jaar 2003 respectievelijk 10 en 25 euro te betalen. Er wordt hem gevraagd de achterstallige bedragen te betalen vóór 25 juni
  6. 1.
  7. Op 14 oktober 2004 wordt verzoeker uitgenodigd om de bijdrage voor het jaar 2004 te betalen vóór 30 oktober
  8. 1.
  9. Op 18 november 2005 wordt hem een brief verstuurd, waarbij hem de mogelijkheid wordt verleend om zijn achterstallige schulden via een eenmalige regularisatie te vereffenen. In deze brief wordt eveneens opgemerkt dat hij deze betaling moet doen vóór 31 december 2005 en dat, indien hij niet vóór 30 april 2006 op het regularisatievoorstel zou ingaan, hem een administratieve geldboete van 100 of 250 euro kan worden opgelegd en hij kan worden geschorst voor een periode van vier maanden. 1.
  10. Aangezien verzoeker na dit schrijven niet is overgegaan tot betaling, wordt hem op 27 oktober 2006 een schrijven verstuurd waarin hem een administratieve geldboete van 250 euro wordt opgelegd en waarin hij wordt aangemaand om de achterstallige sommen te betalen. VII-37.047-2/5 1.
  11. Verzoeker dient hiertegen bezwaar in via het "bezwaarformulier administratieve geldboete". Hij voert aan dat hij niet of te laat is uitgenodigd om de nog verschuldigde bijdragen vóór 30 april 2006 te betalen. 1.
  12. Op 29 juni 2007 wordt het thans bestreden besluit genomen waarbij het bezwaarschrift van verzoeker ongegrond wordt verklaard en wordt beslist dat de geldboete verschuldigd blijft. Dit is de thans bestreden beslissing.
  13. De ontvankelijkheid De door de verwerende partij opgeworpen exceptie zou slechts moeten worden onderzocht, indien de Raad van State tot de schorsing van de bestreden beslissing zou overgaan, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is.
  14. Beoordeling 3.
  15. Op grond van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Er kan alleen rekening worden gehouden met hetgeen terzake in het verzoekschrift werd uiteengezet en gestaafd. De Raad van State kan in beginsel geen acht slaan op hetgeen later of ter terechtzit- ting nog door de verzoekende partij wordt bijgebracht. 3.
  16. Verzoeker stelt dat hij nooit in kennis is gesteld van een zekere brief van 21 november 2005 waarbij hij werd uitgenodigd om over te gaan tot betaling. Hij betoogt dat hij bovendien wordt "gediscrimineerd" omdat hij deze bijdragen moet betalen, terwijl hij geen of een laag inkomen geniet en de gevraagde som dan ook disproportioneel is ten aanzien van zijn financiële mogelijkheden. Deze overwegingen hebben echter veeleer betrekking op het middel, dan op het moeilijk te herstellen ernstig nadeel. VII-37.047-3/5 3.
  17. Artikel 8, eerste lid, 3/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, zoals vervangen door artikel 63 van het koninklijk besluit van 25 april 2007, bepaalt dat het enig verzoekschrift "een uiteenzetting van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijke nadeel aantonen", moet bevatten. De verzoekende partij mag zich niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar moet concrete en precieze gegevens aanbrengen waaruit enerzijds de ernst van het nadeel blijkt dat zij ondergaat of dreigt te ondergaan, hetgeen inhoudt dat zij concrete en precieze aanduidingen moet verschaffen omtrent de aard en omvang van het nadeel dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging kan berokkenen, en waaruit anderzijds het moeilijk te herstellen karakter blijkt. Dit wordt in het verzoekschrift niet aangevoerd. 3.
  18. Er is bijgevolg niet voldaan aan één van de voorwaarden van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing af te wijzen, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  19. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  20. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. VII-37.047-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes maart tweeduizend en acht, door : de HH. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. E. BREWAEYS. VII-37.047-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.538 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.759 ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.210.710 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.