← België

Arrest 180540 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 06/03/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.540 Rolnummer: A. 186132/VII-37108 Zaak: Arrest 180540 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 06/03/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-03-14 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 07:44 Fiche Arrest nr 180.540 van 6 maart 2008 Sociale zaken en volksgezondheid - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 180.540 van 6 maart 2008 in de zaak A. 186.132/VII-37.

  1. In zake : Dirk PALMANS, die woonplaats kiest te SCHOTEN, Hendrik Consciencestraat 16, bus 3 tegen : het VLAAMS ZORGFONDS. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Dirk PALMANS op 19 november 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid, VLAAMS ZORGFONDS, van 27 september 2007 waarbij zijn bezwaarschrift ongegrond wordt bevonden en wordt beslist dat de administratieve geldboete van 250 i verschuldigd blijft; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur W. WEYMEERSCH, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 29 januari 2008, houdende bevel tot oproeping van de partijen om te verschijnen op 28 februari 2008; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van adjunct van de directeur L. BECKERS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur W. WEYMEERSCH; VII-37.108-1/3 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT: Artikel 2, § 1, 3/, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna : algemeen procedurereglement) bepaalt dat het verzoekschrift tot nietigverklaring onder meer een "uiteenzetting van de feiten en middelen" dient te bevatten. Die uiteenzetting is een substantiële vereiste en het ontbreken ervan maakt het verzoekschrift niet ontvankelijk. Een verzoekschrift dat geen middelen of een feitenuiteenzetting bevat, is dus niet-ontvankelijk. Onder "middel" moet worden verstaan de voldoende duidelijke omschrijving van de overtreden rechtsregel en van de wijze waarop die regel door de bestreden beslissing wordt geschonden. De uiteenzetting ervan waarborgt de rechten van verdediging van de verwerende en de eventueel tussenkomende partij. Het verzoekschrift bevat geen middel, als hierboven omschreven. Het enige wat in het verzoekschrift te lezen staat, is dat verzoeker onvermogend is en daarom meent, naar analogie met de belastingen, de bijdrage en derhalve ook de verschuldigde boete, niet te moeten betalen. Een dergelijke uiteenzetting voldoet niet aan de voorwaarden opgelegd door het algemeen procedurereglement. Verzoeker, die niet terechtzitting is verschenen, stelt in een schriftelijke repliek op het auditoraatsverslag dat bij de kennisgeving van de bestreden beslissing geen uitleg werd gegeven over de vormvoorwaarden waaraan het verzoekschrift bij de Raad van State moet voldoen. Uit artikel 2, 4/ van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur volgt evenwel niet dat de overheid bij het ter kennis brengen van een individuele beslissing alle vormvoorschriften op gedetailleerde wijze moet aangeven. Het enige gevolg dat de wet overigens aan het miskennen van dit voorschrift verbindt, is dat de verjaringstermijn voor de beroepen in beginsel geen aanvang neemt, zoals blijkt uit artikel 19, tweede lid van wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  2. VII-37.108-2/3 De zaak kan op grond van artikel 93 van het algemeen procedurereglement bijgevolg met korte debatten definitief worden beslecht, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  3. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  4. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes maart tweeduizend en acht, door : de HH. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. E. BREWAEYS. VII-37.108-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.540 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.