id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.548 Rolnummer: A. 186308/IX-5831 Zaak: Arrest 180548 - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan - 06/03/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-03-10 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 07:44 Fiche Arrest nr 180.548 van 6 maart 2008 Openbaar ambt - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Bevolen Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 180.548 van 6 maart 2008 in de zaak A. 186.308/IX-
- In zake : XXXX, die woonplaats kiest bij advocaat P. VAN ASSCHE, kantoor houdende te GENT, Koning Albertlaan 128 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Landsverdediging. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXX op 17 december 2007 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 17 oktober 2007 van de medische commissie van beroep waarbij hij als sollicitant bij de bijzondere werving van kandidaat-beroepsofficieren -sessie 2007- medisch ongeschikt verklaard wordt; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur H. COLIN; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 12 februari 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 februari 2008; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. VAN ASSCHE, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van luitenant-kolonel militair administra- teur A. DE DECKER, die verschijnt voor de verwerende partij; IX-5831-1/12 Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. COLIN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten 1.
- In het Belgisch Staatsblad van 27 oktober 2006 wordt een oproep tot kandidatuurstelling voor de bijzondere werving van kandidaat-beroepsofficieren, sessie 2007, gepubliceerd. Wat de Nederlandstalige kandidaten betreft, worden er 33 vacatures opengesteld, uiteindelijk teruggebracht tot 31, waaronder één vacature van specialist - psycholoog. Het aantal vacatures zal, wat de Nederlandstalige psychologen betreft, later worden opgetrokken van één naar vier. Verzoeker, licenciaat in de psychologie, dient zijn kandidatuur in voor deelname aan de wedstrijd met betrekking tot de bijzondere werving, sessie 2007 en postuleert voor de Nederlandstalige functie van specialist-psycholoog. 1.
- Volgens de verklaring van verzoeker deelt hij tijdens de medische tests van 27 augustus 2007 mee dat hij in 1998 bij een val een beentje in de pols heeft gebroken, dat hij, hoewel de breuk hersteld is, regelmatig een extra gevoelig- heid heeft en dat hij sedertdien diverse breuken heeft gehad, hetgeen voor overbelasting zorgt wanneer hij doorgedreven fysieke inspanningen moet leveren. 1.
- Middels een 27 augustus 2007 gedateerd model BMG 1 deelt de hoofdgeneesheer van de medische basisselectie aan verzoeker mee dat hij medisch geschikt verklaard is en dat, na medisch onderzoek bij de medische basisselectie, zijn medisch profiel bepaald werd als volgt: P 3; S 2; I 2; V 1; C 1; A 1; M 1; E 1; onder een luik “bijkomende inlichtingen” wordt gesteld wat volgt: “P3 discbulging L4-L5 + arthrose op dit niveau”. 1.
- Blijkens het proces-verbaal “wervingscommissie officieren bijzondere werving 2007” van 26 september 2007: IX-5831-2/12 - werden, wat de Nederlandstalige kandidaten betreft, alle 31 opengestelde vacatures toegekend, waaronder vier vacatures van specialist-licenciaat psychologie; - is verzoeker één van de vier kandidaten aan wie een vacature van specialist- licenciaat psychologie wordt toegekend; - is de inlijvingsdatum (de dienstneming) vastgesteld op 15 oktober
- 1.
- Volgens de verklaring van verzoeker: - meldt hij op 15 oktober 2007 aan de inlijvingsarts dat hij bij een recente val zijn pols opnieuw bezeerd heeft en dat dit één van de situaties is waarnaar hij reeds had verwezen op 27 augustus 2007; - deelt de inlijvingsarts hem mee “dat zulks, gezien zijn beoogde functie, geen probleem zal geven daar het een oud letsel is en dat desgevallend, bij vermelding na classificatie, een aangepast trainingsprogramma kan worden voorzien”. 1.
- Middels een model BMG 2, dat verzoeker op 15 oktober 2007 voor kennisname ondertekent, deelt de inlijvingsarts aan verzoeker mee dat hij medisch ongeschikt is verklaard ten gevolge van “een medisch probleem dat zich voordeed sedert (zijn) medische basisselectie”, beslissing die wordt gemotiveerd als volgt: “U voldoet niet meer voor het volgende criterium:
- Toelichting: # Scaphoide li Verzwikking pols Uw huidig profiel is: P4 S4”. Er wordt verzoeker ook medegedeeld dat hij beroep kan instellen en dat, zo het ontvankelijk is, hij zal uitgenodigd worden voor een bijkomend onderzoek in het militair hospitaal te Neder-Over-Heembeek. 1.
- Middels een model BMG 3 tekent verzoeker op 15 oktober 2007 bij de Ombudsdienst van de Dienst Onthaal en Oriëntatie (DOO) beroep aan tegen de beslissing tot medische ongeschiktheid van de inlijvingsarts. Hij voert aan dat hij wel beperkt is qua mogelijkheden maar toch veel kan doen, en dat hij denkt het merendeel van de opleiding op normale manier te kunnen meedoen, enkele zaken eventueel op een aangepaste wijze. IX-5831-3/12 1.
- Middels een model BMG 6, dat met een brief van 18 oktober 2007 aan verzoeker ter kennis wordt gebracht, deelt de medische commissie voor beroep aan verzoeker mee wat volgt: “Op 17 oktober 2007 werd uw beroep tegen de beslissing van de Hoofdge- neesheer van de Medische Basisselectie of de inlijvingsarts betreffende uw medische ongeschiktheid door de Medische Commissie voor beroep/Selectie behandeld. U diende beroep in tegen het volgende criterium: 1214 Scaphoid # recent RX: pseudarthrose De Commissie heeft beslist dat u ongeschikt bent. Uw definitief profiel is: P 5 S 5 [...]. Deze beslissing is definitief.” De beslissing van 17 oktober 2007 van de medische commissie voor beroep dat verzoeker ongeschikt is, maakt het voorwerp uit van de onderhavige vordering tot schorsing. 1.
- Na de beslissing van 17 oktober 2007 van de medische commissie voor beroep, wordt Stijn LAMBERT op 22 oktober 2007 ingelijfd als kandidaat beroepsofficier, specialist-licenciaat psychologie. 1.
- Volgens de verklaring van verzoeker vraagt hij, na kennisname van de beslissing van de medische commissie van beroep, “de medische RX documenten op”. Hij blijkt twee “protocollen van radiografisch onderzoek” ontvangen te hebben, die beiden verwijzen naar een onderzoek van 23 oktober
- Het eerste protocol, betreft een “CT-scan van de lumbale wervelzuil”, met als besluit: “Discbulging L4-L5 met disarthosetekens op dit niveau. Lichte facetarthrose laaglumbaal. Radiologisch voorstel: P3” In het tweede protocol, dat betrekking heeft op een RX van de linkerpols, wordt gesteld wat volgt: “Fracture du scaphoide actuellement non consolidée en faveur d’une pseudarthrose. Petite lacune à hauteur de la face antérieure du scaphoide par ailleurs. Pas de matériel d’ostéosynthèse observé.” IX-5831-4/12 1.
- Met een e-mail van 12 december 2007 deelt de raadsman van verzoeker aan DOO mee dat zijn cliënt via zijn raadsman het volledige dossier wenst in te zien, teneinde een beroep te overwegen. Op 14 december 2007 richt de raadsman van verzoeker een brief aan DOO, waarin hij verwijst naar zijn e-mail van 12 december 2007 en naar verschillende (vruchteloze) telefonische contacten met betrekking tot de inzage en kopijname van het administratief dossier, zowel door hemzelf als door verzoekers huisarts. Met een e-mail van 14 december 2007 deelt DOO aan verzoekers raadsman mee wat volgt: “Na ons telefonisch contact van vanmorgen, bevestig ik hier ons gesprek. Wat betreft uw vraag om een kopie te bekomen van het medisch dossier i.v.m. het ingediende beroep van XXXX is het niet mogelijk om op uw vraag in te gaan. De sollicitant is op de hoogte van zijn medische situatie gesteld tijdens de procedure. Het beroep werd behandeld maar liet niet toe betrokkene medisch geschikt te verklaren (militair niet-definitief ongeschikt). Voor inlichtingen i.v.m. de medische toestand staat het hem vrij contact op te nemen met de medische Basisselectie [...] en dit via zijn huisarts. Deze kan toegang krijgen of een antwoord krijgen op de vragen i.v.m. de medische beslissing (onder geneesheren). Enkel na schriftelijke aanvraag zal er een schriftelijk antwoord afgeleverd worden.” 1.
- In een 17 december 2007 gedateerd “medisch verslag voor persoonlijk gebruik” stelt dr. W. Vanhove, hand- en microchirurg verbonden aan het Handencentrum - UZ Gent, wat volgt: “Ik bevestig hiermede Dhr. XXXX te hebben onderzocht op 04.12.2007 in verband met last ter hoogte van de linkerpols. Hierbij werd een pseudartrose vastgesteld ter hoogte van het os scaphoideum links. Radiografieën tonen degeneratieve kenmerken en vasculaire verstoring met cystevorming. Gezien de aanwezigheid van deze degeneratieve veranderingen kunnen we met zekerheid stellen dat dit letsel het gevolg is van een incident van minstens 1 jaar geleden. Het is absoluut onmogelijk dat deze veranderingen niet aanwezig waren in de maand augustus
- Het ongeval dateert zeker van voor deze periode.” Eveneens op 17 december 2007, dient verzoeker zijn vordering tot schorsing en beroep tot nietigverklaring in. IX-5831-5/12 1.
- Met een e-mail van 21 december 2007 wordt aan de raadsman van verzoeker meegedeeld dat het administratief dossier van verzoeker begin januari 2008 op de dienst beschikbaar zal zijn om door hem te kunnen geraadpleegd worden, dat er, zodra het dossier is aangekomen, contact zal worden opgenomen teneinde een afspraak te regelen en dat, wat het medisch dossier betreft, de huisarts van verzoeker contact kan opnemen met de bevoegde geneesheer. Ter terechtzitting is bevestigd dat geen nieuwe stukken ter inzage van verzoeker gegeven zijn. De ontvankelijkheid
- De verwerende partij betwist het belang van verzoeker. Zij stelt dat verzoeker beoogt zijn kansen gaaf te houden om alsnog als kandidaat- beroepsofficier te worden aangeworven, dat er voor de bijzondere wervingssessie 2007 31 vacatures werden opengesteld, waarvan vier voor psychologen en dat al die vacatures ook werden ingevuld. Verzoeker is op het ogenblik van zijn inlijving medisch ongeschikt bevonden, hij is derhalve niet aanvaard en de aldus vrijgekomen vacature is op 22 oktober 2007 ingenomen door een andere kandidaat. Verzoeker heeft nagelaten beroep in te stellen tegen de batig gerangschikten en derhalve is er voor hem geen vacature meer beschikbaar die uitzicht biedt op een aanvaarding als kandidaat-beroepsofficier van de bijzondere werving
- De schorsing noch de vernietiging kan daar iets aan veranderen en dus heeft verzoeker, zoals de Raad van State in het arrest nr. 153.871 inzake GILLET gewezen heeft, geen belang bij zijn vordering.
- Uit het proces-verbaal van 26 september 2007 van de wervings- commissie blijkt dat verzoeker opgenomen was op de lijst van gunstig gerangschik- ten - de “Alphabetical Assignment List”- voor de 31 vacatures die op 15 oktober 2007 dienst zouden nemen. Bij het medisch controleonderzoek op het ogenblik van zijn inlijving heeft de inlijvingsarts vastgesteld dat er zich “een medisch probleem had voorgedaan sedert de medische basisselectie”. Hij verklaarde verzoeker medisch ongeschikt en in beroep is die beslissing bevestigd.
- De vernietiging van de beslissing aangaande zijn actuele medische geschiktheid zal tot gevolg hebben dat verzoeker teruggeplaatst wordt in de situatie waarin hij zich bevond op het ogenblik dat de vastgestelde onwettigheid werd IX-5831-6/12 begaan. Afgaand op artikel 19, eerste en tweede lid, van de wet van 27 maart 2003 betreft het te dezen de situatie van een batig gerangschikte kandidaat, die opgeno- men is op de lijst van de wervingscommissie, die opgeroepen is voor de inlijving en die beroep aangetekend heeft tegen de beslissing van de inlijvingsgeneesheer.
- Blijkens de gegevens van het administratief dossier heeft de verwerende partij, wegens het wegvallen van verzoeker, op 22 oktober 2007 een kandidaat die tot dan niet op de lijst was opgenomen -Stijn LAMBERT-, opgeroe- pen en ingelijfd. Geen reglementair voorschrift verplichtte haar daartoe. Omdat die aanwijzing haar noodzakelijke en enige grondslag vindt in de medische ongeschikt- verklaring van verzoeker, is de rechtsgeldigheid ervan, wat de vaststelling van de rechtstoestand van verzoeker betreft, rechtstreeks afhankelijk van het resultaat van het onderhavig beroep, waarmee verzoeker vastgesteld kan zien dat hij opnieuw de plaats inneemt van een sollicitant aan wie een vacante betrekking toegewezen is. Verzoeker heeft die beslissing, waarmee rechten aan derden toegekend worden, niet bestreden noch het voorwerp van zijn beroep daartoe uitgebreid. Thans is zij evenwel nog niet definitief, aangezien verzoeker slechts op 22 januari 2008 in kennis gesteld is van de neerlegging van het administratief dossier en uit geen ander stuk blijkt dat verzoeker op een andere wijze vroeger kennis had of kon hebben van de aanstelling, in zijn plaats, van Stijn LAMBERT. De verwerende partij heeft, zolang deze aanstelling niet definitief is, de mogelijkheid om de vacature van verzoeker opnieuw vrij te maken. De vraag of deze aanwijzing een juridisch beletsel vormt om verzoeker opnieuw zijn plaats op de lijst van toegewezen vacatures in te laten nemen kan dan ook op dit ogenblik buiten beschouwing blijven. De exceptie wordt verworpen. De voorwaarden van de schorsing Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. IX-5831-7/12
- In het eerste middel voert verzoeker de schending aan van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelin- gen, van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en van het motiveringsbe- ginsel. Hij betoogt dat hij uit de termen van de bestreden beslissing niet kan opmaken of de motivering afdoende is, aangezien de medische terminologie en de benoeming van het profiel niet verduidelijkt worden. Hij heeft met zijn raadsman en huisarts het dossier willen inzien, maar dit was onmogelijk, misschien bestond het dossier zelfs niet. Hij vermoedt dan ook dat de medische commissie van beroep hetzij zonder redenen teruggekomen is op de beslissing van 27 augustus 2007 aangezien de toen vastgestelde problemen aan zijn linkerpols nu tot een medische ongeschiktheid leiden, hetzij een medisch probleem heeft ontdekt dat niet was onderkend bij het onderzoek van 27 augustus
- De bestreden beslissing laat niet toe te achterhalen welke opstelling de commissie van beroep ingenomen heeft.
- De verwerende partij beantwoordt het middel niet.
- De formele motiveringsverplichting, vervat in de wet van 29 juli 1991, strekt ertoe de adressaat van een beslissing een zodanig inzicht te verschaffen in de motieven van het besluit dat hij in staat is terdege te oordelen of het zin heeft zich tegen de handeling te verweren met de middelen die het recht hem verschaft. Krachtens het motiveringsbeginsel, een beginsel van behoorlijk bestuur, moet elke administratieve beschikking een deugdelijke grondslag hebben, dit wil zeggen dat zij steunt op motieven die rechtens en feitelijk aanvaardbaar zijn en die, in geval van betwisting, bewezen moeten kunnen worden aan de hand van stukken en materiële gegevens die blijkens het administratief dossier, de overheid bij haar oordeel betrokken heeft wanneer zij haar beslissing nam.
- Krachtens artikel 45, § 2, van het koninklijk besluit van 11 september 2003 betreffende de werving van de militairen, besluit de inlijvings- arts tot de medische geschiktheid van de kandidaat, wanneer de medische situatie van de sollicitant niet veranderd is sinds de medische selectieonderzoeken. Is de medische situatie wel veranderd, dan wordt de sollicitant onderworpen aan een medisch controleonderzoek en verklaart de inlijvingsarts hem ongeschikt wanneer hij niet meer het vereiste medisch profiel bezit. Die bepaling houdt in dat de inlijvingsarts -en in geval van beroep, de commissie van beroep- de beslissing van de medische basisselectie niet zonder meer en eigener gezag mag overdoen en dat hij, wanneer de medische situatie van de betrokkene inmiddels niet gewijzigd is, de IX-5831-8/12 gezondheidstoestand van de betrokkene niet anders mag beoordelen. Hij kan niet terugkomen op de beoordeling van de geneesheer tijdens de selectie, maar mag enkel rekening houden met nieuwe gegevens die zich sinds de geschiktverklaring hebben aangediend.
- In dit geval zet verzoeker uiteen dat hij tijdens de medische tests van 27 augustus 2007 uitdrukkelijk gewag gemaakt heeft van een polsblessure die hem een extra gevoeligheid bezorgde. De verwerende partij spreekt dat niet tegen. Zij spreekt ook niet tegen dat verzoeker op het ogenblik van zijn inlijving medegedeeld heeft dat hij bij een recente val zijn pols bezeerd had en dat dit letsel verband houdt met de medische toestand waarop hij tijdens zijn aanvankelijk medisch onderzoek de aandacht gevestigd heeft. Het administratief dossier bevat geen enkel verslag van het verloop van het medisch onderzoek van 27 augustus 2007; het bevat evenmin de schriftelijke verklaring die verzoeker overeenkomstig artikel 19, eerste lid, van de wet van 27 maart 2003 op het ogenblik van zijn inlijving diende op te stellen. De beweringen van verzoeker worden aldus niet ontkracht. Aangenomen wordt dan ook enerzijds dat bij de geschiktverkla- ring van verzoeker tijdens de medische basisselectie, rekening gehouden is met het toen vastgesteld letsel en dat dit letsel verrekend is in zijn medisch profiel P3 S2 - wat overigens een bevestiging lijkt te vinden in de “bijkomende inlichtingen” vermeld op de kennisgeving van het medisch profiel- en anderzijds dat verzoeker bij zijn inlijving inderdaad opgemerkt heeft dat zijn letsel gelinkt was aan zijn zwakke pols, die zijn geschiktverklaring niet in de weg gestaan heeft.
- De inlijvingsarts heeft verzoeker op 15 oktober 2007 medisch ongeschikt verklaard en zijn medisch profiel gewijzigd naar P4 S4 -waarmee verzoeker onder de minimale geschiktheidsgrens P3 S3 daalde- “ten gevolge van een medisch probleem dat zich voordeed sedert (zijn) Medische Basisselectie”. Volgens de arts voldoet verzoeker niet meer aan “het criterium 1214" en daarbij geeft hij volgende toelichting: “Scaphoide li - verzwikking pols”. In beroep wordt, met het bestreden besluit, die beslissing bevestigd maar het profiel van verzoeker wordt nu wel definitief vastgesteld op P5 S
- Uit de bestreden beslissing kan niet duidelijk opgemaakt worden of de met de hand geschreven vermelding “(beroep tegen) 1214 Scaphoid - # recent /RX: pseudarthrose” een motivering vormt van de IX-5831-9/12 genomen beslissing dan wel een omschrijving van de beslissing van de inlijvings- arts.
- Afgaand op de specifieke rol die de inlijvingsarts -en de medische commissie van beroep- te vervullen heeft in het geval waarin de sollicitant door de wervingscommissie medisch geschikt verklaard is, laten de beslissingen van de inlijvingsarts en van de medische commissie van beroep, zoals zij geformuleerd zijn, verzoeker niet toe na te gaan of deze overheden binnen de grenzen van hun bevoegdheid gebleven zijn, met name of zij op deugdelijke gronden vastgesteld hebben dat, sinds de basisselectie, de medische situatie van verzoeker dermate gewijzigd was dat zijn medisch profiel de minimumvereisten niet meer bereikte en vervolgens waarom hun vaststellingen konden resulteren in een score P4 S4 of P5 S
- De verwerende partij heeft verzoeker geen duidelijkheid verschaft over de redenen waarom hij, na eerst medisch geschikt verklaard te zijn, bij zijn inlijving niet meer de voor het profiel vereiste minimumscores behaalde. Verzoeker stelt terecht dat hij zijn beroep heeft moeten instellen op basis van vermoedens over de werkelijke draagwijdte van de beslissing van de medische commissie van beroep. De bestreden beslissing voldoet in dat opzicht niet aan de vereisten van de formele motiveringswet.
- De bestreden beslissing brengt het medisch profiel van verzoeker terug van P3 S2, behaald bij de medische basisselectie- naar P5 S5, wat betekent dat verzoeker “ongeschikt (is) voor elke functie”. Eerder had de inlijvingsarts, minder vergaand, ook reeds besloten tot een nieuwe score P4 S4 met verwijzing naar het criterium
- Waarom de geneesheren uit het onderzoek van de medische situatie van verzoeker hebben kunnen opmaken dat hij deze nieuwe score verdiende, steunt enkel op een algemene vaststelling in de beslissing zelf die voorts niet wordt gestaafd en verduidelijkt door enig ander stuk van het administratief dossier. De Raad van State is dan ook niet bij machte na te gaan of de concrete gegevens waarop de verwerende partij daadwerkelijk acht geslagen heeft, de besteden beslissing deugdelijk kunnen verantwoorden.
- Te dien aanzien wordt overigens ook vastgesteld dat verzoeker in het onderhavig geding een attest voorlegt -sub 1.12 geciteerd- waarin zijn persoonlijke geneesheer bevestigt dat de degeneratieve veranderingen die hij IX-5831-10/12 vaststelt, het gevolg zijn van een incident van minstens 1 jaar geleden en dat het “absoluut onmogelijk is” dat deze veranderingen niet aanwezig waren in de maand augustus
- In het dossier wordt geen enkel gegeven ontwaard dat daar een begin van antwoord kan op vormen.
- Het eerste middel is ernstig.
- Wat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel betreft, voert verzoeker aan dat hij ingevolge het bestreden besluit niet aan de slag kan bij de krijgsmacht, dat zijn professionele ontwikkeling als psycholoog afgeremd wordt en hij geen carrière bij het leger kan uitbouwen, wat neerkomt op een beroepsverbod. Dat nadeel wordt versterkt aangezien hij eerst medisch geschikt verklaard was en opgeroepen was voor de inlijving en hij reeds zijn arbeidscontract opgezegd had.
- De verwerende partij gaat in haar nota met opmerkingen niet op deze problematiek in.
- Het bestreden besluit heeft tot gevolg dat de verzoeker belet wordt om bij de verwerende partij in dienst te treden, terwijl hij voor alle proeven geslaagd was, van de wervingcommissie een vacante betrekking toegewezen gekregen had en, na opzeg van zijn lopend arbeidscontract, zich aangemeld had voor de inlijving. De onmiddellijke en definitieve uitsluiting die hem nu overvalt vormt een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat een uitspraak volgens de kortgedingprocedure rechtvaardigt. Het verzoek tot depersonalisering
- Verzoeker vraagt de depersonalisering van het arrest.
- Luidens artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 7 juli 1997 betreffende de publicatie van de arresten van de Raad van State, kan iedere partij bij een geschil dat bij de Raad van State aanhangig wordt gemaakt op elk moment van de rechtspleging en tot wanneer het arrest wordt uitgesproken, vragen dat bij de publicatie daarvan de identiteit van de natuurlijke personen die zij aanwijst niet zou worden opgenomen. Te dezen verzet niets zich tegen het inwilligen van verzoekers vraag. IX-5831-11/12 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Bevolen wordt de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 17 oktober 2007 van de medische commissie van beroep waarbij XXXX als sollicitant bij de bijzondere werving van kandidaat-beroepsofficieren - sessie 2007- medisch ongeschikt verklaard wordt. Artikel
- Bij de publicatie van dit arrest wordt de identiteit van verzoeker niet opgenomen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 6 maart 2008, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-5831-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.548 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.914 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.