← België

Arrest 180591 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 06/03/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.591 Rolnummer: A. 167494/X-12545 Zaak: Arrest 180591 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 06/03/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-03-17 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 07:44 Fiche Arrest nr 180.591 van 6 maart 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 180.591 van 6 maart 2008 in de zaak A. 167.494/X-12.

  1. In zake : Stefan BOLLEN, die woonplaats kiest bij advocaat G. SOLS, kantoor houdende te 3971 LEOPOLDSBURG, Beringsesteenweg 51 tegen : de gemeente BOCHOLT. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Stefan BOLLEN op 4 november 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 23 juni 2005 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Bocholt houdende afgifte van de stedenbouwkundige vergunning aan Danny WELTJENS voor het bouwen van een melkstal bij een bestaande stal op een perceel te Bocholt aan de Bloemenweg 1, kadastraal bekend sectie C, nrs. 152/a, 178/l en 178/m; Gelet op het arrest nr. 156.414 van 15 maart 2006 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting van het geding op 10 april 2006 ingediend door de verzoeker; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij op 24 mei 2006 van het feit dat de verwerende partij verzuimd heeft een memorie van antwoord in te dienen; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur B. SPEYBROUCK, op grond van artikel 14bis van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; X-12.545-1/3 Gelet op de beschikking van 31 januari 2008 houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 15 februari 2008; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. DE HERTOG, die loco advocaat G. SOLS verschijnt voor de verzoeker; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : Bij een op 24 mei 2006 ter post aangetekende brief, met ontvangstmelding, werd de toenmalige raadsman van de verzoeker, bij wie woonplaats was gekozen, ervan in kennis gesteld dat de verwerende partij verzuimd had een memorie van antwoord in te dienen maar dat het administratief dossier was neergelegd ter griffie. Tevens werd medegedeeld dat de verzoeker beschikte over een éénmalige niet verlengbare termijn van zestig dagen om een toelichtende memorie in te dienen. In de brief van de griffie werd uitdrukkelijk de aandacht gevestigd op artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, wat betreft de gevolgen van het niet (tijdig) indienen van memories, alsmede op artikel 14bis, §1, en de artikelen 84 en 85 van het Regentsbesluit van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De toenmalige raadsman van de verzoeker heeft de ontvangstmelding ondertekend. De ontvangstmelding werd door de postdiensten op 26 mei 2006 teruggestuurd aan de griffie, zodat deze datum als aanvangsdatum voor de termijn voor het indienen van de toelichtende memorie dient te gelden. Aldus was 25 juli 2006 de laatste dag van die termijn. X-12.545-2/3 Het feit dat de huidige raadsman van de verzoeker bij brief van 6 juni 2006 aan de griffie van de Raad van State gemeld heeft dat hij Mr. S. Volders opvolgt en dat de verzoeker “voortaan” woonplaats op zijn kantooradres kiest, doet aan die vaststelling geen afbreuk. Hetzelfde geldt voor de omstandigheid dat de griffie van de Raad van State op 8 augustus 2006, dus nadat de termijn vastgesteld voor de neerlegging van de toelichtende memorie was verstreken, een tweede maal, nu aan het adres van de huidige raadsman, de verzoeker in kennis heeft gesteld van het verzuim van de verwerende partij, waardoor deze raadsman de gelegenheid heeft gekregen om alsnog een toelichtende memorie in te dienen. De op 5 oktober 2006 ingediende toelichtende memorie is dus laattijdig. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  2. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  3. De kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes maart 2008, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-12.545-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.591 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.414 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.