id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.610 Rolnummer: A. 150097/X-11825 Zaak: Arrest 180610 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 07/03/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-03-19 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-29 07:44 Fiche Arrest nr 180.610 van 7 maart 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK.nr. 180.610 van 7 maart 2008 in de zaak A. 150.097/X-11.
- In zake : Bérengère de ROMREE de VICHENET, wonende te 9910 KNESSELARE, Middelweg 81 tegen : de deputatie van de provincieraad van OOST-VLAANDEREN. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Bérengère de ROMREE de VICHENET op 29 maart 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 22 januari 2004 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen houdende de niet-williging van haar beroep tegen het besluit van 3 november 2003 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Knesselaere waarbij de stedenbouwkundige vergunning wordt geweigerd tot het regulariseren van een schuur te Knesselare (Ursel), Middelweg 81, kadastraal bekend sectie C, nrs 732/a en 734/g; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur R. VAN DEN EECKHOUT; Gelet op de beschikking van 7 juni 2007, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 26 juni 2007; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; X-11.825-1/3 Gelet op het schrijven van de verzoekende partij van 11 september 2007, waarbij zij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 11 december 2007, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 15 februari 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat A.-M. LAMIROY, die verschijnt voor de verzoekster, en van bestuurssecretaris M.-A. DE GEEST, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, bepaald in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure heeft ingediend; dat dit door de verzoekende partij niet wordt betwist; dat zij evenmin betwist dat haar vraag om te worden gehoord laattijdig is; dat krachtens die wetsbepaling te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, Overwegende dat de verzoekster de laattijdigheid van haar optreden rechtvaardigt door te stellen dat de kennisgevingen werden gericht aan haarzelf en niet aan haar raadsvrouw, en dat zijzelf in het buitenland verbleef; dat bij gebreke aan een woonplaatskeuze op het kantoor van verzoeksters raadsvrouw de kennisgevingen op het adres van de verzoekster rechtsgeldig zijn gebeurd; dat het verblijf van de verzoekster in het buitenland ook niet van die aard is om het X-11.825-2/3 desbetreffende wettelijk vermoeden te ontkrachten; dat het aan de verzoekster immers toekwam er voor te zorgen dat de organen van de Raad van State haar ter benaarstiging van de procedure konden bereiken; dat zij daartoe woonplaats op het kantoor van haar raadsvrouw had kunnen kiezen; dat derhalve dient te worden vastgesteld dat de verzoekster geacht moet worden afstand te hebben gedaan van haar beroep, BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven maart 2008, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-11.825-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.610 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div