← België

Arrest 180826 - Cultuur en schone kunsten - 11/03/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 maart 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.826 Rolnummer: A. 176703/XII-4862 Zaak: Arrest 180826 - Cultuur en schone kunsten - 11/03/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-04-02 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 07:46 Fiche Arrest nr 180.826 van 11 maart 2008 Onderwijs en cultuur - Cultuur en schone kunsten Beslissing : Verwerping Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 180.826 van 11 maart 2008 in de zaak A. 176.703/XII-

  1. In zake : de VZW CURRENDE, die woonplaats kiest bij advocaat P. Anckaerts, kantoor houdende te Antwerpen, Volhardingstraat 73 tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP, die woonplaats kiest bij advocaten M. Mosselmans en K. Lardenoit, kantoor houdende te 1000 Brussel, A. Dansaertstraat
  2. -------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de vzw Currende op 11 september 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Vlaamse regering van 23 juni 2006 houdende de subsidiëring van kunstenorganisaties en organisaties voor kunsteducatie in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2009, alsook van de impliciete afwijzende beslissing, “zoals meegedeeld [...] per brief dd. 12.07.2006”; Gelet op het arrest nr. 166.771 van 16 januari 2007 waarbij de schorsing wordt bevolen van de tenuitvoerlegging van de uit het besluit van de Vlaamse regering van 23 juni 2006 houdende de subsidiëring van kunstenorganisaties en organisaties voor kunsteducatie in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2009 blijkende weigering om aan de vzw Currende een subsidie toe te kennen, en waarbij de vordering van het overige wordt verworpen; XII-4862-1/5 Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partij op 19 januari 2007; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Gezien het feit dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 19 februari 2007 ingediend door de verwerende partij; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag over het beroep tot nietigverklaring opgesteld door auditeur W. Weymeersch, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 4 februari 2008, waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 26 februari 2008; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat C. Siereveld, die loco advocaat P. Anckaerts verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat K. Lefever, die loco advocaat W. Muls verschijnt voor de verwerende partij; XII-4862-2/5 Gehoord het eensluidend advies van auditeur W. Weymeersch; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Bij besluit van 29 juni 2007 heeft verwerende partij de subsidieaanvraag van verzoekster heroverwogen, maar ze opnieuw afgewezen. Verzoekster heeft die nieuwe weigering niet meer willen aanvechten, zodat ze definitief is geworden. De eerdere weigeringsbeslissing, waarvan het tussenarrest de schorsing had bevolen, is bij die beslissing van 29 juni 2007 door verwerende partij minstens impliciet ingetrokken, zodat het beroep in die mate zonder voorwerp is gevallen en “doelloos” is geworden, als bedoeld in artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Voor het overige dient te worden vastgesteld dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt, wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. Bij de kennisgeving van het tussenarrest aan de verzoekende partij heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van de tekst van voornoemd artikel 17, § 4ter, alsook van artikel 15ter, § 1, derde en vijfde lid, van het koninklijk besluit van 5 december
  3. XII-4862-3/5 De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing voor het overige is verworpen, zodat in die mate te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  4. Het beroep tot nietigverklaring, wat de uit het besluit van de Vlaamse regering van 23 juni 2006 houdende de subsidiëring van kunstenorganisaties en organisaties voor kunsteducatie in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2009 blijkende weigering betreft om aan de vzw Currende een subsidie toe te kennen, wordt verworpen. Artikel
  5. Voor het overige wordt de afstand van het geding vastgesteld. Artikel
  6. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. XII-4862-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf maart 2008, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-4862-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.826 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.771 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.